Wachten op het ene bevrijdende telefoontje

De ministerraad is akkoord gegaan met de benoeming van 24 nieuwe ambassadeurs. Andere diplomaten weten nog niet waar zij in 2008 worden gestationeerd.

Toch nog minder gespannen feestdagen voor een flink aantal diplomaten van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze gingen de Kerst in met alsnog de wetenschap waar ze volgend jaar zitten. Afgelopen vrijdag ging de ministerraad akkoord met 24 voordrachten van personen die vanaf volgend jaar zomer de Staat der Nederlanden ergens ter wereld als nieuwe ambassadeur zullen vertegenwoordigen.

Het betekent dat het eerste en traditioneel meest spraakmakende deel – althans op de gangen en op het interne mailsystemen van het departement – van de jaarlijkse overplaatsingsronde erop zit. Nu de topposities zijn ingevuld, kan worden begonnen met de overige functies. In totaal wisselen jaarlijks ruim vijfhonderd ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken van stoel. Daarbij gaat het veelal om functies in het buitenland.

Voor veel ambtenaren van Buitenlandse Zaken die weten dat hun tijd voor de periodieke overplaatsing is aangebroken, is de decembermaand eindexamentijd revisited. Het is wachten op het ene bevrijdende telefoontje. Wordt het een ambassadeurspost of toch niet? En zo ja, wordt het dan een van de vele ‘Siberiës’ die de diplomatieke dienst rijk is, of toch een hoofdstad die in elk geval in Den Haag voor vol wordt aangezien?

De hoofdprijs is dit keer voor Rudolf Bekink, nu nog ‘onze man’ in Brussel, die volgend jaar zomer ambassadeur in Peking wordt. Hij volgt in Peking Dirk-Jan van den Berg op die eerder vertrekt wegens zijn overstap naar de TU Delft. Daar wordt hij voorzitter van de raad van bestuur.

Bekink, eerder chef protocol op het departement, had in Brussel de Westerschelde en de IJzeren Rijn als terugkerende hoogtepunten. In België zal zijn plaats worden ingenomen door Hannie Polman Zaal, die daarmee de eerste Nederlandse vrouwelijke ambassadeur in dat land wordt. Zij is nu nog directeur West- en Midden-Europa op het departement. Onder de 24 ambassadeursbenoemingen bevinden zich vier vrouwen. Buitenlandse Zaken zegt een speciaal beleid te voeren om de doorstroom van vrouwen naar hogere functies te bevorderen.

In het oog springende benoemingen zijn die van Marco Hennis, nu nog consul-generaal in Istanbul, die verhuist naar Soedan. Vanuit Khartoum krijgt hij met Darfur te maken. Susan Blankhart verruilt haar standplaats in Costa Rica voor de Egyptische hoofdstad Kairo. Jos van Aggelen op dit moment inspecteur op het departement in Den Haag wordt ambassadeur in Marokko.

Plaatsvervangend ambassadeur in Londen, Ron Strikker, verhuist naar Saoedi-Arabië om in Riad eerste man te worden. Kees van Rij, twee jaar geleden aangesteld als directeur integratie Europa en vanuit die functie nauw betrokken bij de onderhandelingen over de opvolger van de verworpen Europese Grondwet, gaat naar Athene.

Grote vraag die de gemoederen op Buitenlandse Zaken bezighoudt is wie de secretaris-generaal wordt om de in oktober plotseling vertrokken Flip de Heer te vervangen. Officieel had het te maken met gezondheidsredenen, maar tot ver buiten Den Haag werd geklaagd over de managementcapaciteiten van De Heer, die enkele weken na zijn vertrek benoemd werd tot ambassadeur in Tokio.

De bij het grote publiek bekendste nieuwe vertegenwoordiger van Hare Majesteit in het buitenland blijft zonder twijfel Frans Weisglas, de eveneens eerder dit jaar benoemde oud-Tweede Kamervoorzitter. In het kader van de terugkeerregeling voor werknemers die naar de politiek zijn vertrokken klopte hij met succes aan bij Buitenlandse Zaken. In 1982 ging hij daar weg om zitting te nemen in de Tweede Kamer.

Vanaf komende zomer mag Weisglas zich ‘Chef de Poste’ in de Zwitserse hoofdstad Bern noemen. „Frans wordt hulpcoördinator gipsvluchten”, klinkt het bij zijn oude ‘vrienden’ op het Binnenhof.