Twee vierkante meter matras als privéruimte

Dubai staat bekend om zijn exuberante rijkdom. De keerzijde: een half miljoen slecht betaalde gastarbeiders.

Wie klaagt wordt ontslagen en het land uitgezet.

Een nieuwe werkdag in het Emiraat Dubai. De zon weerkaatst op de wolkenkrabbers langs de Sjeik Zayed Road. Vijftien jaar geleden was deze megasnelweg een zanderig pad door de woestijn. Anno 2007 staan Mercedessen en BMW’s er in een eindeloze file. ‘Boomtown’ Dubai is een succesverhaal, maar alleen dankzij spotgoedkope arbeidskrachten.

Naty (37) stapt met fris gewassen haren de deur uit. Het was lastig om te douchen. In de kamer die ze deelt met elf andere Filippijnse vrouwen, is maar één wasgelegenheid. „En iedereen wil er natuurlijk mooi uitzien”, zegt ze met een glimlach. Ze trekt haar korte spijkerjasje recht en wandelt naar een nabijgelegen parkeerterrein. Daar haalt een busje haar op, om negen uur lang te gaan schoonmaken in kantoren.

Dat doet ze zes dagen in de week. Eens in de drie jaar mag ze een maand op vakantie naar de Filippijnen. Tot die tijd ziet ze haar familie niet. „Zo zijn de regels van onze contracten nu eenmaal”, zegt ze. Volgens haar werkgever, die anoniem wil blijven, mag ze wél één keer per jaar op vakantie.

Naty verdient 1,20 euro per uur. Dat is inclusief een vergoeding van haar werkgever voor haar onderkomen. Hoe goedkoper ze leeft, hoe meer ze overhoudt. „Ik spaar de helft van mijn inkomen en stuur dat dan naar huis”, legt ze uit. Gisteren heeft ze met haar dochtertje gebeld. Die woont in Manila, bij haar zus. Bellen doet ze één keer per maand. Anders wordt het te duur.

Zij en haar collega’s besparen op alles. „We slapen in zes stapelbedden, op een kamer van vier bij drie. Ik huur één bed.” Dat is nog luxe, zegt Naty. „Sommige meisjes slapen met z’n tweeën in een bed.”

De twee vierkante meter matras is tevens haar enige privéruimte. Op de muur bij haar bed hangt een poster van Winnie the Pooh. Naast de gemeenschappelijke televisie staat een plastic kerstboom. „Onze baas moet beslissen of we vrij krijgen met Kerstmis”, vertelt de Filippijnse, die christelijk is. Tijdens de ramadan heeft ze wél halve dagen vrij.

Naty werkt al tien jaar in Dubai, onderdeel van de zeven Verenigde Arabische Emiraten. Ze is één van de ongeveer 500.000 gastarbeiders, afkomstig uit landen als India, Pakistan, Bangladesh en de Filippijnen. Ter vergelijking: er wonen 1,3 miljoen mensen in Dubai, 200.000 zijn oorspronkelijke inwoners.

De constructiesector is de grootste werkgever in Dubai. In hun karakteristieke blauwe of gele overall bouwen de gastarbeiders aan megalomane projecten als de hoogste toren ter wereld, kunstmatige palmeilanden en een nieuw, reusachtig vliegveld.

Bouwprojecten in Dubai moeten het liefst wereldrecords breken – en de statistieken liegen er niet om. De afgelopen jaren zijn 289 torenflats gebouwd in het Emiraat. De komende jaren komen daar nog eens 656 flats bij, volgens de constructiewebsite Emporis.com.

De geïmporteerde werknemers die deze monsterklus moeten klaren, wonen zelf vaak in immense werkkampen buiten de stad. De onderkomens, meestal niet veel meer dan slaapvertrekken met kook- en doucheruimtes, bieden soms onderdak aan duizenden arbeiders. Ze slapen gemiddeld met vier man op een kamer.

Vorige maand hielden zo’n vierduizend arbeiders een demonstratie tegen hun dalende lonen – vaak hooguit 110 euro per maand. De arbeiders krijgen in lokale dirhams betaald, net als de dollar gedaald ten opzichte van de munteenheden in hun thuislanden. Demonstreren is verboden in de Verenigde Arabische Emiraten. Verschillende gastarbeiders zijn op het vliegtuig naar huis gezet. Bronnen in Dubai zeggen dat de overheid nu probeert massacontracten met Chinese gastarbeiders te sluiten.

Maar er zijn veel meer klachten. Volgens een vorig jaar verschenen rapport van Human Rights Watch over de positie van gastarbeiders in het Emiraat, worden lokale arbeidswetten niet toegepast als het om de import-werknemers gaat. Daarnaast is er volgens het rapport sprake van uitbuiting door de lokale werkgevers, die steevast lage lonen betalen en soms helemaal niet uitbetalen.

Toezicht op veiligheidsvoorzieningen is er bijna niet. Van het aantal ongevallen met gastarbeiders worden geen statistieken bijgehouden. Werkdagen zijn lang, overwerk moet vaak gratis worden verricht. Non-gouvermentele organisaties die zich bekommeren om het lot van werknemers, zijn niet aanwezig in de Verenigde Arabische Emiraten.

Desondanks is het succes van Dubai een voorbeeld voor veel landen in het Midden-Oosten. Van Libanon tot Noord-Irak wordt gebouwd en doen de gastarbeiders hun werk – en overal krijgen ze bijna niets betaald. Werkgevers zeggen dat de gastarbeiders vaak vijf keer meer verdienen dan in hun thuislanden, áls daar al werk is.

In het Sonapur-kamp, net buiten Dubai, zit Sikawamugarab Khan (21) eenzaam op het onderste matras van zijn stapelbed. Aan de muur hangen posters van filmsterren. Op de grond staat een half leeg pannetje met bonen, klaar voor de afwas. De Pakistaan uit Peshawar heeft 2.500 dollar geleend om een agent in zijn vaderland te betalen. Die heeft ervoor gezorgd dat hij mag werken in Dubai.

Maar nu heeft hij een conflict met zijn werkgever, een bouwbedrijf dat de nieuwe jachthaven ontwikkelt. „Ze vonden me onbeleefd, omdat ik klaagde over het lage salaris. De managers zeiden: ga maar terug naar Pakistan. Maar ik kan niet terug, want dan kan ik mijn schulden niet betalen. Ik moet werken.”

Khan is nu in afwachting van een uitspraak door het ministerie van Arbeid. „Maar die geven de werkgevers altijd gelijk.” Een andere baan zoeken heeft geen zin, het werkvisum is gekoppeld aan de werkgever. Jobhoppen is er niet bij voor de Aziatische gastarbeiders.

Ook Naty heeft dat op pijnlijke wijze ondervonden. „Mijn eerste acht jaar in Dubai werkte ik als hulp in de huishouding”, vertelt ze. „Mijn familie was zeer religieus. Ik mocht maar één keer per maand het huis uit – en dan nog alleen onder begeleiding. Uiteindelijk ben ik vertrokken, maar toen werden mijn werkvergunning en visum gecancelled.”

Naty is teruggekomen naar Dubai. „Ik verdien hier meer dan op de Filippijnen. En mijn nieuwe werkgever is aardig.” Op de ‘schoonmaaklocatie’, een westers bedrijf in de offshore-industrie, maakt ze stilletjes de wc’s schoon. Het is negen uur ’s ochtends, westerse ‘expats’ komen één voor één binnen en gaan achter hun computers zitten. Voor Naty is de ongelijkheid in Dubai geen probleem, zegt ze. „Ik ken het niet anders. En ik denk alleen aan het geld. Meer niet.”