‘Super Sarko’ contra ECB-religie

De Europese Centrale bank heeft in krap tien jaar haar reputatie gevestigd. Maar de Franse president Sarkozy tornt aan de grondvesten. Met Frankfurt en Berlijn dreigt een machtsstrijd.

Op woensdagochtend 12 september 2001 – the day after – wordt Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, uit een spoedbijeenkomst van zijn directie gehaald. Een urgent telefoontje uit Frankfurt. Aan de lijn Wim Duisenberg, dan president van de Europese Centrale Bank (ECB): „We moeten zo snel mogelijk iets doen.” Nog die dag houden de belangrijkste centralebankiers van Europa een teleconferentie. Zij geven het startsein voor een uitzonderlijke operatie: 69,3 miljard euro wordt in de geldmarkten gepompt. Voorkomen moet worden dat de terroristische aanslagen op New York en Washington de wereld in een financiële crisis zullen storten. De ECB reageert nog sneller dan de centrale bank in Amerika.

De omvang van de reddingsoperatie van zes jaar geleden stelt niets voor vergeleken met de interventie van vorige week.

Op 18 december pompt de Europese Centrale Bank 348 miljard euro in de financiële markt. Ditmaal moet voorkomen worden dat door de kredietcrisis het geldverkeer tussen de banken zal opdrogen.

De bankiers van de ECB in Frankfurt draaien hun hand er niet meer voor om. „Als er niet één bank met één valuta in Europa was geweest, had je meteen enorme discussies gekregen”, zegt Wellink. „Wie moet wat doen, hoeveel, wat zijn de risico’s voor mijn land? Met één bank loopt de besluitvorming gesmeerd.”

In de krap tien jaar dat de ECB bestaat heeft de bank haar reputatie gevestigd. Bankpresident Jean-Claude Trichet, en voor hem Duisenberg, hebben korte metten gemaakt met critici, die meenden dat de ECB weer een van die trage Europese instellingen zou worden. De oorlog in Irak, internationale beursschandalen, stijgende olie- en voedselprijzen – de ECB is steeds besluitvaardig en houdt de inflatie in bedwang. Deze week riep de Britse zakenkrant Financial Times Trichet uit tot ‘Man van het Jaar’.

Toch is men niet overal in Europa gelukkig met de monetaire politiek van de ECB, een politiek die aan inflatiebestrijding topprioriteit geeft. In Parijs kunnen politici moeilijk wennen aan de soevereiniteit van de bank in Frankfurt, die zich aan de macht onttrekt van het Élysée. Voor menig Frans politicus is het een anathema om economisch en monetair beleid aan een groep specialisten over te laten. De Franse president Sarkozy, die werkt aan de „terugkeer van Frankrijk in Europa”, wil daarin verandering brengen. „Ik wil onze Europese partners voorstellen dat we een echte economische regering voor de eurozone opbouwen”, schrijft Sarkozy in de internationale editie van zijn boek Ensemble (2007).

Eerder deze maand deed zijn politiek-strategisch adviseur, Henri Guaino, er een schepje bovenop. De president is vast van plan de monetaire politiek van de ECB bespreekbaar te maken, zei hij en hij nam een voorschot op het Franse EU-voorzitterschap halverwege 2008. Europa had te lang „in technocratie en dogmatiek” klem gezeten.

‘Super-Sarko’ zit niet stil. Het lukte hem in het nieuwe Europese verdrag, waartoe de EU-leiders deze maand besloten, een verandering te laten opnemen die de invloed van de politiek op de onafhankelijke ECB kan vergroten. 1-0 voor Sarkozy, viel in Brussel te beluisteren, tot schrik van Berlijn. De controverse tussen Frankrijk en Duitsland – dat gesteund wordt door Nederland – over het economisch-monetaire beleid in Europa wordt vaker afgeschilderd als een wedstrijd.

[Vervolg ECB: pagina 18]

ECB

‘Zo spreekt men niet met een president’

[Vervolg van pagina 17] Ogenschijnlijk lijkt de wijziging omtrent de positie van de ECB in het Europees verdrag een kleine verandering, maar het was reden genoeg voor ECB-president Trichet om een klemmend beroep te doen op de Portugese EU-voorzitter de wijziging ongedaan te maken. Vergeefs. In het nieuwe verdrag is de ECB haar status van aparte institutie (sui generis) kwijtgeraakt en wordt zij beschouwd als een van de vele ‘instellingen van de EU’ zoals het Europees Parlement en de Raad van Ministers.

„Dit is niet verkeerd”, meent de Franse econoom Christian de Boissieu. Hij is voorzitter van de Conseil d’analyse économique in Parijs, een invloedrijke economische adviesraad van de regering. Hij vindt het „vanzelfsprekend” dat er coördinatie moet zijn tussen de eurogroep en de ECB, en tussen de EU-ministers van Financiën en de bank. Die dialoog wordt nu gemakkelijker. „De Europese Centrale Bank is niet de enige die competent is in de monetaire en economische politiek”, zegt De Boissieu.

Dat betekent volgens hem niet dat Frankrijk aan de onafhankelijkheid van de ECB wil tornen. „Hoewel ik Frans ben, respecteer ik de ECB”, zegt hij. Maar het doel van prijsstabiliteit kan op verschillende manieren worden bereikt, voegt hij er direct aan toe. Naast inflatiebestrijding spelen het garanderen van economische groei en werkgelegenheid ook een rol, en hij verwijst naar de Federal Reserve in Amerika, die deze bredere doelstelling heeft.

Bij de verdedigers van de onafhankelijkheid van de ECB zijn ze er niet gerust op. „Het Europees verdrag had wat de positie van de bank aangaat niet gewijzigd mogen worden”, zegt Sylvester Eijffinger, hoogleraar internationale financiële economie in Tilburg. „Het kabinet-Balkenende heeft geijverd voor het schrappen van de vlag, maar heeft dit helaas laten lopen.” De druk op de ECB om „in dialoog” te gaan met gelijk gestelde Europese instellingen zoals de Europese ministers van Financiën en de eurogroep zal toenemen, vreest Eijffinger. „Wat gebeurt er tijdens een periode van dramatische economische teruggang en een stijgende inflatie? Kan de bank dan aan de druk ontkomen om de rente te verlagen?” vraagt de hoogleraar zich af.

Intussen kiest de Franse president zorgvuldig zijn podia uit om zijn visie op Europa toe te lichten – een Europa dat zijn industrieën beschermt, dat protectionisme niet tot taboe verklaart en dat zijn eigen monetaire koers bepaalt. „Ik kan niet accepteren dat de euro de Franse industrie schade berokkent, waar de munt ons toch zou moeten helpen”, zei Sarkozy deze zomer toen hij bij Airbus was. In de concurrentie met het Amerikaanse Boeing worstelt Airbus met de dure euro.

Wat Sarkozy onder dialoog verstaat, ondervond de Duitse minister van Financiën, Peer Steinbrück, afgelopen zomer. Toen maakte de president verrassend zijn opwachting in de eurogroep te Brussel. Woedend werd hij op Steinbrück toen deze hem aanviel op het uitblijven van bezuinigingen. „Zo spreekt men niet met een president”, beet Sarkozy Steinbrück toe. Een voorproefje van wat Europa te wachten staat? „Er mag in de eurogroep best stevig gediscussieerd worden”, vindt Gerrit Zalm, voormalig VVD-minister van Financiën. Maar de ECB dankt het succes juist aan haar onafhankelijke positie. Zodra politici centralebankiers iets willen opleggen, werkt het averechts, zegt Zalm. Dat dwingt alleen maar een strenger rentebeleid af. „Centralebankiers zijn net slagroom. Hoe harder je klopt hoe stijver het wordt”, zegt Zalm.

Het ECB-bestuur laat zich niet van zijn stuk brengen. „We hebben hier iets waardevols te verdedigen: prijsstabiliteit’’, zegt Jürgen Stark, hoofdeconoom bij de ECB en na Trichet de invloedrijkste man in het bankbestuur. Hij rekent voor dat sinds 1999 de inflatie met iets meer dan 2 procent heel laag is. „Een enorm succes. In de jaren tachtig waren er landen met een inflatie van meer dan tien procent.”

Op de provocaties van de Franse president reageert hij gelaten. Zolang er niets aan de taak en de onafhankelijkheid van de bank verandert, maakt Stark zich geen zorgen. Het proces van economisch patriottisme noemt hij echter „zeer gevaarlijk”. „Dat ondermijnt wat we in Europa aan welvaart hebben geschapen. Wie tornt aan de principes die achter de Europese integratie liggen – de interne markt, de munt, de centrale bank, vrije concurrentie – die ondermijnt de Europese idee van nauwe samenwerking tussen volken.”

Zo’n vaart zal het niet lopen, meent de Franse regeringsadviseur De Boissieu. „De onafhankelijke status van de ECB moet gehandhaafd blijven, maar iedereen moet openstaan voor discussies over interpretatie van het mandaat.” De Fransen hebben intussen heus wel begrepen dat prijsstabiliteit „een nieuwe religie” is. „Sommigen kunnen deze religie misschien moeilijk accepteren. But we are in!”

De ECB is uit Europa niet meer weg te denken. „Ik had hoge verwachtingen en die zijn uitgekomen”, zegt de topeconoom van de Deutsche Bank, Norbert Walter, in Frankfurt. „De ECB is professioneel, communiceert goed en garandeert al bijna tien jaar stabiele prijzen.” De Fed en de ECB zijn de twee belangrijkste centrale banken van de wereld, stelt de Nederlandse centralebankier Nout Wellink. „In deze buitengewoon gecompliceerde wereld is het essentieel dat de Europese landen monetair aan elkaar gekoppeld zijn. Was die ene bank met die ene munt er niet geweest, dan hadden we de afgelopen jaren ontzettende spanningen gekregen en chaotische wisselkoersverhoudingen. Door de globalisering zijn de kapitaalstromen in de wereld explosief gestegen. Dat is een zee zo wild, daar kun je als klein bootje niet op varen.”