Sterren

Tijdens de kerstdagen had ik een onverwacht weerzien met ome Willem, ooit de beste vriend van mijn kinderen. Zo’n jaar of vijfentwintig geleden zaten we samen naar hem te kijken, ik nogal verstrooid, want pa had natuurlijk veel belangrijker dingen aan zijn hoofd.

Ome Willem bleek niets veranderd, wat niet verwonderlijk was, want het was een opname uit 1988. De film van ome Willem, zoals het programma heette, was nog even leuk als vroeger. En niet alleen voor mij, want ik hoorde later dat ook mijn kleinkind de dvd van ome Willem zeer waardeert.

Waar zat en zit het succes in? Ik denk in het aanstekelijke plezier waarmee al die vakmannen dat programma maakten: Edwin Rutten als onverwoestbaar blijmoedige presentator, Pieke Dassen als tegenspeler, Harry Bannink en Harry Mooten als begaafde muzikale begeleiders en Willem Wilmink als een van de inventieve tekstschrijvers. Op Rutten na allemaal dood, realiseerde ik me na afloop met schrik (Dassen overleed pas het afgelopen jaar). Kennelijk was het een geste van Onze Lieve Heer geweest om ze nog even op aarde te laten terugkeren.

Daarna begon het toeval zich op merkwaardige wijze met mijn kerstviering te bemoeien. Op RTV Noord-Holland, een zender die ik alleen bezoek als mijn duim zich vergist, viel ik in Sterren stralen overal, een Nederlandse speelfilm uit 1953. De film bleek van een verpletterende knulligheid. Ik bleef alleen hangen om te zien hoe getalenteerde acteurs als Kitty Janssen, Guus Oster, Johan Kaart, Hetty Blok en Herbert Joeks zich uit de vreselijke dialogen zouden redden.

Het was een onmogelijke opgave. „Ik maak geen afspraak met vreemde mannen”, zegt Kitty, inmiddels in de twintig, als Guus haar uiterst zedig uitnodigt voor een kop koffie.

Zag Nederland er zó uit in 1953? Gingen mannen en vrouwen op deze manier met elkaar om? Hoe hebben deze seksloze wezens zich dan ooit kunnen voortplanten? Al die volwassenen gedragen zich als kinderen die de wereld nog moeten ontdekken. Het is daarom vooral een kinderachtige film, een monument van kwezelachtigheid in een tijd dat in het buitenland regisseurs als De Sica en Bergman al aan hun serieuze films waren begonnen.

Er liep ook nog een écht kind in Sterren stralen overal rond. Een jongetje van een jaar of tien. Hij had een rond gezichtje en deed me vaag denken aan Edwin Rutten, die ik net op een andere zender had gezien.

De volgende dag ontdekte ik dat het Rutten wás. Zijn vader Gerard was de regisseur van Sterren stralen overal. Het kind dat Edwin in 1953 moest spelen, kwam pas jaren later als ome Willem tot volle wasdom.

De enige verdienste van Sterren stralen overal is dat hij een thema behandelt dat toen in Nederland sterk leefde: de emigratie. Kitty wil, als zoveel Nederlanders, samen met haar ouders naar Australië emigreren. Guus aarzelt. Zal hij meegaan? Gelukkig, hij besluit haar achterna te gaan.

Ik moest denken aan mijn inmiddels overleden zwager Louis. Hij emigreerde in 1954 als twintiger van Eindhoven naar Canada. Zijn meisje besloot hem een jaar later te volgen. Waarom? Misschien hadden ze de komiek Willy Walden in Sterren stralen overal wel horen zeggen: „Heel Holland gaat emigreren. Ik denk dat we straks voor lege zalen staan.”