Oordopjes in de kraamkliniek

Thuis bevallen is taboe in Italië. Maar in de kliniek is niet altijd plaats. Trouwens, hoe bent u verzekerd?

De koffer is gepakt. Precies volgens de instructies van het ziekenhuis. Wij gaan bevallen in Rome en nemen mee: oordopjes, een teil, blikjes cola, netonderbroekjes, laxeermiddel, een operatieschort, hygiënische plastic overschoenen, muggenstift, maandverband, jam, appels, suikertabletten, een kruik, plastic hoezen voor de wc-bril.

Daarnaast uiteraard ook alle uitslagen van de zeven bloedonderzoeken, waarbij 42 waarden zijn gecontroleerd. Tevens de resultaten van de zeven echo’s, de ecg’s van mijn vrouw voor de anesthesist, de uitslag van het poeponderzoek van ons beiden: ons salmonellavrije toegangsticket tot de verloskamer.

Bevallen in Rome is een supergecontroleerde medische aangelegenheid. De aanstaande moeder moet zich beschermd voelen, zo is de gedachte. En ook het ziekenhuis. Dat dekt zich vooraf met medische onderzoeken juridisch in tegen eventuele complicaties tijdens de bevalling. Hoe medisch het allemaal is, blijkt ook uit het feit dat een bevalling in meer dan de helft van de gevallen uitloopt op een keizersnee.

Koffer dicht en afwachten tot de weeën komen. Niets staat onze entree in de kraamkamer meer in de weg. Maar welke kraamkamer? Elke moeder in Frascati, ten zuiden van Rome, heeft er een mening over. De een zweert bij het lokale ziekenhuis. Lekker dichtbij. Maar een bezoek aan het hospitaal van Marino overtuigt niet. Als je pech hebt, moet je met vijf zwangere vrouwen tegelijk in een kamer de weeën opvangen. Vandaar de oordoppen waarschijnlijk.

Onze gynaecologe Francesca is de vriendelijkheid zelve. Ze zegt dat we altijd kunnen bellen, maar dat ze niet altijd zal antwoorden, omdat ze zelf drie kinderen heeft. Ze adviseert ons naar het ziekenhuis Fate Bene Fratelli (Doe je best broeders) te gaan, op het Tibereiland in hartje Rome.

Het idee inspireert. Wie wil zijn kind niet in de Tiber geboren laten worden? Onze zorg betreft de bereikbaarheid van dat ziekenhuis. Hoe door het drukke verkeer te komen als de vliezen gebroken zijn? Simpel, zegt Francesca: „Je drukt op de claxon, hangt een witte doek uit het raam en geeft gas. Iedereen zal opzij gaan.”

Eenmaal aangekomen, zo waarschuwt ze wel, is het niet zeker dat er plaats is in het ziekenhuis. Iedereen wil bevallen in ‘Doe je best broeders’.

„Hoe zijn jullie verzekerd?” Wie goed verzekerd is of zelf 6.000 euro extra betaalt, kan een kamer en een gynaecoloog reserveren. Dan is er altijd plaats in dit openbare ziekenhuis. Het is een bekende misstand in de Italiaanse ziekenzorg.

Officieel is zorg gratis voor elke belastingbetaler. Maar artsen fingeren vaak dat hun agenda vol is, om vervolgens in de middaguren een privébehandeling aan te bieden, waarmee ze aardig kunnen bijverdienen. Nummertjes trekken is dan ineens niet meer nodig.

De verloskundige van het ziekenhuis Casa Santa Famiglia, dat op een steenworp van het Vaticaan ligt en dat we ook van te voren bezoeken, reikt een folder uit. Wie wil, kan volgens de brochure stamcellen van de placenta laten invriezen, handig voor als de baby op latere leeftijd leukemie krijgt. Kosten: 2.500 euro. De stamcellen laat dit katholieke ziekenhuis in het buitenland opslaan, want onder druk van het Vaticaan is dit in Italië verboden.

De paradoxen vliegen ons om de oren. We vragen ons af of het misschien toch niet beter is om thuis te bevallen. Het antwoord is eenvoudig: er zijn nauwelijks verloskundigen die daartoe bereid dan wel opgeleid zijn. En wie dit echt wil die moet, jawel, flink bijbetalen.

Voor Romeinen is thuis bevallen veel te riskant en pijnlijk. In het ziekenhuis staat de anesthesist klaar om je lijden te verzachten. In Fate Bene Fratelli vraagt en krijgt 87 procent van de vrouwen een ruggenprik.

Als de weeën komen, stappen we in de auto. Over de kasseien van de Via Appia Antica gaat het naar het Tibereiland. Omdat een of andere hoogwaardigheidsbekleder wordt verwacht, hebben agenten de straat op veel punten afgezet, waardoor wij zonder claxon en witte zakdoek in een dik half uur ter plekke zijn.

Er zijn vier dikke buiken voor ons. De kraamafdeling is vol, zo laat de dienstdoend verpleegster weten. „Geen plaats in de herberg”, vraag ik, „dan gaan we naar een ander ziekenhuis.”

„Nu u eenmaal hier bent, mogen we u niet meer laten gaan”, luidt het strenge antwoord.

Als mijn vrouw een half uur later wordt binnengeroepen voor een controle blaft de gynaecoloog: „Wat komt u doen? U heeft nog geen weeën.” De test bewijst zijn ongelijk. Bijna volledige ontsluiting. De arts is duidelijk gewend aan vrouwen die in een dergelijke toestand kermen en kreunen. We moeten onmiddellijk naar boven, naar de kraamkliniek. Maar niet voordat mijn vrouw heeft getekend dat ze accepteert dat ze op een brancard moet liggen.

Als de lift zich opent belanden we in de hemel. Geen brancard, maar een prachtige verloskamer met uitzicht op de Tiber. Personeel in overvloed. Op een zeker moment staan er acht personen in de kamer.

Twee uur later is ze er: Marieke Tiber, onze Romeinse. Met haar worden ook wij wat meer Italiaans. Laat niemand nog klagen over de Italiaanse gezondheidszorg. Het idee om thuis te bevallen, komt ons ineens voor als een barbaarse act uit vroegere tijden.