Kenia’s keus: een Kikuyu of een Luo

Vandaag zijn de Keniaanse presidentsverkiezingen.

President Kibaki zorgde voor economische groei, maar hield de corruptie in stand. Dat kan hem nu opbreken.

„Wij merken niets van die economische vooruitgang onder president Mwai Kibaki”, sneert de arme boer Maora. Hij zet zijn spade in de aarde en zegt: „Alleen de effectenmakelaar op de beurs gaat het beter. Daarom stem ik op de oppositiekandidaat Raila Odinga”. Driekwart van de Kenianen leeft een karig bestaan in ruwe rurale gebieden.

In een nieuwe koffiebar in de Keniaanse hoofdstad Nairobi nippen twee nette dames aan hun kopje espresso. Zij vrezen een zege van Raila, leider van de Luo-stam: „Wat staat ons Kikuyu’s te wachten bij een verlies van onze leider Kibaki? Het presidentsschap behoort aan ons Kikuyu’s, we geven het nooit meer op.”

Er staat veel op het spel bij de verkiezingen vandaag waarbij 14 miljoen stemgerechtigden in Kenia een nieuwe president kiezen, 210 parlementsleden en 2.484 gemeenteraadsleden. Zelden verliep in een Afrikaans land de race voor het presidentsschap zo combattief, nooit eerder in Oost-Afrika dreigde een zittende president door kiezers te worden afgewezen. De uitslag is onvoorspelbaar: van de negen presidentskandidaten krijgen de twee koplopers Mwai Kibaki (76) en Raila Odinga (62) volgens de opiniepeilingen vrijwel evenveel stemmen. Door het te verwachten nipte verschil groeit de kans op geweld en fraude. Er vielen bij de campagnes al dertig doden.

Kibaki kwam vijf jaar geleden aan de macht na de historische overwinning van de oppositie tegen de 24 jaar lang heersende president Moi. Al vanaf zijn eerste ministerspost in 1963 zit Kibaki in de Keniaanse politiek. Maar in tegenstelling tot andere Afrikaanse leiders voert hij niet energiek vanuit de frontlinie aan, hij is dynamisch als een koude pizza. „De saaie Kibaki valt moeilijk te verkopen aan een opgewonden publiek”, beaamt een campagnemedewerker van hem. En een grote zakenman: „Kibaki liet de economie weer groeien na de afbraak onder Moi, daarvoor verdient hij lof. Maar hij hakt geen knopen door, hij laat ministers ruzie maken en hij deed weinig aan het herstel van de geërodeerde wegen en de havens.”

De verlossing van Moi schiep hoge verwachtingen. „Zonder Moi is alles mogelijk”, scandeerden opgeluchte Kenianen na het verlies in 2002 van Mois kandidaat Uhuru Kenyatta tegen Kibaki. Een jaar lang ging Kenia door veel turbulentie. Verkeersagenten die buschauffeurs smeergeld afpersten werden door woedende passagiers het veld ingejaagd. Vermeende corrupte rechters werden naar huis gestuurd. Media en artiesten schokten omzichtige Kenianen met hun in vrijheid gemaakte kritische werk. Het conservatieve Kenia moderniseert in grote snelheid na jaren van repressie en sociale stagnatie, met meer kranten, meer culturele centra, meer musici en schrijvers en meer FM-radiostations. Kibaki schiep het klimaat voor deze culturele bloei.

Ook kwam Kibaki onmiddellijk de belofte voor gratis lager onderwijs na. Er gaan nu twee miljoen meer kinderen naar school. Armen crepeerden vroeger op de drempel van het ziekenhuis, door de oprichting van nieuw fonds krijgen ze nu medische hulp. Nairobi raakte verstopt door het grote aantal nieuwe auto’s op de wegen en de elektriciteit- en watervoorziening zijn verbeterd. Van de jaarlijkse economische groei van vijf tot zes procent profiteren vooralsnog echter vrijwel alleen de rijkere stedelingen, ze doen betere zaken in een omgeving met minder criminaliteit. Veel van die rijken behoren tot de Kikuyu-stam.

Een overwinning van Raila betekent een stem tegen de Kikuyu. Dit is de grootste van de veertig stammen en de meest invloedrijke in de zakenwereld en de politiek. Kenia’s eerste president Jomo Kenyatta was een Kikuyu en ook onder zijn opvolger Moi bleef een zakenelite van de stam aanzienlijke invloed uitoefenen. Kibaki’s kliek van vertrouwelingen komt van rond Mount Kenya, het woongebied van de Kikuyu. Het wijdverspreide gevoel onder andere stammen dat de Kikuyu’s „nu wel genoeg uit de ruif hebben gegeten” speelt Raila in de kaart.

Kibaki creëerde tijdens zijn campagnes in de diverse tribale gebieden 12 nieuwe districten, presentjes met de beloftes voor meer banen in het overheidsapparaat, en zijn vrouw deelde biljetten van vijftig shilling (een halve euro) op straat uit. Raila beloofde zijn medestanders, onder wie enkele notoir corrupte politici, posities in zijn regering. Corruptie ligt net als tribalisme diep verankerd in de Keniaanse samenleving. Daar kon of wilde Kibaki weinig aan doen. Onder Moi verloor de staatskas vermoedelijk meer dan één miljard dollar door corruptie, Kibaki zette die traditie voort en door zijn ministers werden enkele honderden miljoenen gestolen.

Raila is relatief jong en uiterst dynamisch vergeleken met de bejaarde groep machthebbers rond Kibaki. Het merendeel van de Keniaanse stemmers is jong en hunkert om de stoffige politici opzij te schuiven. Raila huurde een voormalige campagneleider van Bill Clinton in. Hij voerde een briljante en moderne campagne. Al tijdens de uitzendingen van het wereldkampioenschap voetbal, in de zomer van vorig jaar, adverteerde hij met spotjes en op de Keniaanse tv de afgelopen weken waren behendig gemaakte propagandafilms en vlotte reclames te zien.

Dat werkte verfrissend in Kenia maar roept bij tegenstanders het beeld op van een gewetenloze populist. „Raila is de beste campagnevoerder van alle kandidaten”, zegt een bezorgde zakenman, „hij is uitvoerig over zijn beloftes hoe hij het geld gaat uitgeven, maar veel minder specifiek hoe het verdiend moet worden.” Met een overwinning van Raila groeit de beweging van populistische machtshebbers in Afrika, gevoed door de teleurstelling over de oude politieke garde.