Is ‘Samson en Delila’ nu wel of geen Rubens?

Rubens schilderde Samson en Delila in 1610 voor de burgemeester van Antwerpen. Het schilderij is weer even thuis, maar experts kibbelen over de echtheid ervan.

Samson en Delila, een van de dertig highlights van de National Gallery in Londen, is weer even ‘thuis’. Het patriciërshuis waar Nicolaas Rockox (1560-1640), burgemeester van Antwerpen en kunstverzamelaar, heeft gewoond, bestaat dertig jaar als museum. Een goede gelegenheid om het schilderij dat Peter Paul Rubens omstreeks 1610 speciaal voor zijn goede vriend heeft gemaakt weer eens op zijn oude plek boven de haard in ’t Groot Saleth te hangen.

„Ik zal het licht even uitdoen”, zegt conservatrice Hildegard Van de Velde. Met alleen het daglicht uit de ramen aan de linkerkant komen de belangrijkste figuren beter uit. „Het licht valt precies op de oude vrouw die de kapper met een kaars bijlicht, en op Delila en Samson op haar schoot. De tocht uit de ramen deed vroeger als het ware de vlammen van de kaarsen naar rechts bewegen. Je ziet dat het schilderij voor deze plek is gemaakt.”

KBC, de bank die het Rockoxhuis bezit, hoorde tot de bieders toen het schilderij in 1980 bij Christie’s werd geveild. „De National Gallery bood drie keer meer dan wij”, vertelt Van de Velde. En dus ging het schilderij voor 2,5 miljoen pond, toen een recordbedrag voor Rubens, naar Londen.

Op de tentoonstelling in het Rockoxhuis geen woord erover, maar de afgelopen twintig jaar is het schilderij onderwerp van discussie. Want is het werk in de National Gallery wel de Samson en Delila die Rubens heeft geschilderd? Aernout van Balis, Rubenskenner aan de Vrije Universiteit Brussel, twijfelt niet: „Het is fantastisch Rubensiaans, het is foutloos en met grote trefzekerheid geschilderd.” Zijn landgenoot Harold Van de Perre, schilder, programmamaker en schrijver van een boek over Rubens, zegt na het zien van alle belangrijke Rubensen op de wereld: „Een koe kan zien dat het een kopie is.” David Jaffe, conservator van de National Gallery, is de discussie een beetje beu, maar reageert toch per e-mail: „Vergelijk dit schilderij met De Kruisoprichting in de Kathedraal van Antwerpen en alle discussie is gesloten. Beide schilderijen zijn door dezelfde hand geschilderd.” Kunstenaar en illustrator Michael Daley, directeur van Art Watch UK, heeft vorig jaar in zijn Journal aan de hand van vergrote detailafbeeldingen die vergelijking met Rubens’ onbetwiste De Kruisoprichting gemaakt: „Dan zie je meteen dat deze Samson en Delila niet door Rubens geschilderd kan zijn.”

Opvallend is dat geen enkele academische Rubenskenner aan de echtheid twijfelt. Het zijn vooral kunstenaars die dat doen. Balis: „Daarom zeg ik met alle respect: schoenmaker, hou je bij je leest.” Reactie van Daley: „Alsof wij niet kunsthistorisch geschoold zijn. Vorig jaar heb ik na een studie van Van Goghs Hoofd van een Man uit de National Gallery in Melbourne gezegd dat hij niet echt was. Onlangs heeft het museum bekend gemaakt dat het schilderij inderdaad niet echt is.” Fijntjes: „David Jaffe dacht dat het wel echt was.”

De discussie is begonnen door de nu 61-jarige Griekse schilderes Euphrosyne Doxiadis. „Ik zag het schilderij voor het eerst in 1987. Meteen, zoals Malcolm Gladwell in Blink beschrijft, had ik het idee dat er iets mis was”, vertelt ze vanuit Athene over de telefoon. Het resultaat is de website afterRubens.org, waar het hele verhaal van het schilderij helder en zonder sensatiezucht – ondanks de soms Dan Brown-achtige ingrediënten – uiteen wordt gezet.

Het draait bij de discussie naast de stijl om de herkomst en hoe twee tijdgenoten van Rubens, schilder Frans Francken II en etser Jacob Matham, het schilderij hebben afgebeeld. Bij hen, zo is op de tentoonstelling te zien, is de rechtervoet van Samson niet afgesneden en bij Samson en Delila wel. Een compositorische doodzonde die Rubens nooit zou begaan, stellen de sceptici. „Niets bijzonders”, reageren de Rubenskenners. „Gewoon maniërisme. Rubens was net terug van een reis uit Italië.”

En dan de herkomst. Het schilderij zou van 1700 tot 1880 tot de collectie van de Prinsen van Liechtenstein hebben behoord en daarna tot 1930 uit het zicht verdwenen zijn. De grote Rubenskenner Ludwig Burchard verklaarde toen dat een recent ontdekt schilderij in Parijs, Rubens’ lang verloren gewaande Samson en Delila was. Sinds vorig jaar is bekend dat Burchard voor geld vele valse toeschrijvingen heeft gedaan.

‘Eerbied voor Burchard’, ‘angst voor gezichtsverlies’ en ‘elkaar niet willen afvallen’ noemen de sceptici de belangrijkste redenen voor het feit dat academici en conservatoren het schilderij een echte Rubens blijven noemen. „Wij zijn juist zeer competitief”, reageert Balis. „Als ik de kans krijg om een collega voetje te lichten doe ik dat.”

Toch kan Balis zich voorstellen dat sommigen „hun wenkbrauwen fronsen”.

Wat de kenners nu ‘een meesterwerk van Rubens’ noemen is vroeger meer dan eens voor iets anders aangezien. Zo dacht de Antwerpse handelaar die het schilderij in 1700 aan de Prins van Liechtenstein heeft verkocht eerst dat het schilderij geen Rubens was. Verder is het schilderij in de catalogi van de collectie van Liechtenstein drie keer toegeschreven aan Jan Van den Hoecke. En de inventaris uit 1655 van Marie Sweerdt, die na Rockox de oudst bekende eigenaresse van Samson en Delila zou zijn, vermeldt ‘een schilderij nae Rubens’. Een kopie.

Tentoonstelling Samson en Delila, een Rubensschilderij keert terug. Rockoxhuis, Keizerstraat 10-12, Antwerpen. T/m 10/2, di-zo 10-17 uur, 25 en 26 dec, 1 en 2 jan gesloten. Inl. +32 (0)3 201 92 50, www.rockoxhuis.be Zie ook www.afterrubens.org