‘Ineens moeten in het dorp de deuren op slot’

Welvarende buitenlanders ontdekken charmante oude dorpjes boven het meer van Genève. Daardoor verandert het dorpsleven snel. Te snel, vinden conservatieve autochtonen.

Vroeger, toen Maurice Gruaz nog burgemeester van Bassins was, liep elke stemming uit op een dorpsfeest dat soms twee dagen duurde. Alles ging met handopsteken. Er werd gekonkeld, gedronken. Kandidaten werden naar het café gestuurd en pas uren later teruggehaald. „Als je was gekozen”, zegt Gruaz, een tanige zestiger met een bedrijfje dat verwarmingen en sanitair installeert, „ging je alle deuren af. Met wijn, met kaas. Zo hoorde je wat de mensen belangrijk vonden.”

Tegenwoordig stemmen de 611 stemgerechtigden in Bassins, een pittoresk dorp tussen Genève en Lausanne, per brief – áls ze stemmen, want voor verkiezingen en referenda komt vaak minder dan de helft opdagen. Voor dorpsfeesten is geen tijd meer. De jeugdclub en schietclub zijn opgedoekt. Boeren verkopen grond aan expats van de Verenigde Naties of Procter & Gamble.

De mentaliteit verandert, zegt Gruaz, die in een naburig dorp werd geboren. „Wij liepen in 1956 bij min 25 graden kilometers naar school. Nu brengen mama’s hun kroost met de auto. Ons leven draaide om de gemeenschap. Het hunne om de tv.”

Deze transformatie van hechte agrarische gemeenschapjes tot welvarende slaapdorpen is een van de redenen dat de Zwitserse populistisch-rechtse partij Union Démocratique du Centre (UDC), de Franstalige ‘poot’ van de Zwitserse Volkspartij (SVP) van miljardair Christoph Blocher, hier bij de parlementsverkiezingen in oktober opvallend goed scoorde. De partij, die onder leiding van Blocher haar aanhang in 15 jaar verdubbelde (van 15 tot 29 procent van de kiezers), is de grootste van het land. In Franstalig Zwitserland was ze altijd zwakker dan in het Duitstalige deel. Dat verschil verdwijnt.

In Bassins is de UDC tweede partij: de socialisten kregen 56 stemmen (21,8 procent), de UDC 55 (20,8 procent). Maar in veel dorpen aan deze ‘goudkust’ bij Genève, waar expats romantische hoeves renoveren en fonduen in eeuwenoude auberges, is de UDC al de grootste. Het is net als rondom steden als Antwerpen of Straatsburg: hoe rijker het dorp, hoe hoger de score van populistisch rechts.

Als burgemeester was Gruaz partijloos. Zo worden veel dorpen hier bestuurd. „Je doet wat goed is voor het dorp, ongeacht je politieke kleur. Zo voorkom je dat partijen vanuit Bern mensen parachuteren die onbekend zijn of onbekwaam.” Nu hij de dorpspolitiek heeft verlaten, wil Gruaz wel uitleggen waarom ook hij UDC’er is geworden.

Bij ‘UDC’ denken velen aan xenofobie en vreemdelingenhaat. Aan het landelijke minarettenverbod dat bepaalde partijleden willen, aan plannen om allochtone jeugddelinquenten met hun familie het land uit te zetten. Maar Gruaz heeft niets tegen buitenlanders. „Wij hebben zelf grond aan ze verkocht. Zij betalen veel belasting en gedragen zich netjes. Ik heb zelf buitenlanders in dienst; de Franse grens is hier vlakbij. Als ik geen Zwitsers vind, huur ik Fransen in.”

Waar gaat het dan wel om? „Om een gevoel van richting. Partijen staan nergens meer voor. Politici zeggen vandaag A en morgen B. De enige die duidelijk antwoord geeft, is Blocher.”

Christoph Blocher, de miljardair die in 2003 minister van Justitie werd, is twee weken geleden door het parlement uit de regering gestemd. Ook Gruaz heeft twijfels over Blochers confronterende verkiezingscampagnes en over zijn keiharde anti-immigratiepolitiek. Hij steunt de UDC om andere redenen: minder belastingen, minder overheid (vooral minder cultuursubsidies, ontwikkelingshulp en uitkeringen), en strengere straffen voor uitkeringsfraude.

„In het dorp wil iedereen meer service, zonder zelf iets te doen. Dus gaat de belasting omhoog. Er wordt met graffiti gekladderd. Deuren moeten ineens op slot. U bent dat gewend, wij niet. In Chavannes-des-Bogis is twee keer een bank overvallen. In Coppet zijn op het station meisjes aangevallen. En een disco in Founex trok deze zomer tuig uit Genève. Mensen denken meer aan hun rechten dan hun plichten. Ze zijn egocentrisch. Verliezen het gemeenschappelijk belang uit het oog, en verkwanselen alles wat onze voorouders met hard werken hebben opgebouwd. Daarom stem ik UDC. Blocher is de enige die ‘stop’ zegt. Zoals Sarkozy in Frankrijk.”

In het naburige Chavannes-de-Bogis (van de bankoverval) kreeg de UDC in oktober 32 procent – gevolgd door de liberalen met 15 procent. Maar naast een speeltuin waar diplomatenkindertjes ravotten, vertelt burgemeester Pierre Stampfli – ook partijloos – dat de opkomst maar 30 procent was. Buitenlanders, één op de vijf inwoners, mogen niet stemmen. „Degenen die hebben gestemd, zijn vooral autochtonen die hier zijn geboren en getogen, die het leven snel zien veranderen: boeren, kleine zelfstandigen.”

Dat is de klassieke achterban van de UDC en zijn voorloper, de PAI – een boerenpartij die stamt uit de jaren twintig. Na de oorlog stapten veel agrariërs over naar de ‘radicalen’: centrum-rechtse conservatieven die decennialang het Zwitserse establishment domineerden. Maar de radicalen raakten verstrikt in onverkwikkelijke affaires zoals het faillissement van Swissair. De andere rechtse partij, de Liberalen, is Gruaz te libertijns, te Europees. De partij die wel zegt wat hij wil horen, is de UDC.

Blocher maakte de UDC in de jaren negentig groot met zijn gekanker tegen buitenlanders en de Europese Unie, gebruikmakend van de respectabele geschiedenis als spreekbuis van de boeren. De meest charismatische politicus in de streek is een UDC’er die zelf boer is. Hij zanikt niet over asielzoekers, maar zet zich in voor het behoud van erfgoed, belastingverlaging, minder overheid.

Als respectabel rechts zoals in Frankrijk één ‘blauwe coalitie’ zou vormen, kan de opmars van de UDC gestopt worden, denkt Stampfli. „Maar de rechtse partijen maken er een potje van.” Zo blijft de UDC een ‘toevluchtsoord’ – ook voor degenen die je niet van xenofobie of racisme kunt betichten.

„We schuilen bij de UDC”, geeft Gruaz toe. „We voelen ons er thuis. Een beetje als in een oorlog.”