Hoezo, Stradivarius klinkt altijd beter?

De klankrijkdom van een Stradivarius is ongeëvenaard, schreef nrc.next vorige week.

Geen leek hoort het verschil tussen een oude meesterviool en een nieuwe.

In het artikel ‘Stradivarius als goede investering’ (nrc.next, 18 december) wordt de viool wel erg tekortgedaan. Dit instrument wordt uitsluitend als beleggingsobject gezien. Maar een viool is veel meer dan dat.

De waarde van een Stradivari en Guarneri wordt niet alleen bepaald door de klank. Antonio Stradivari (1644-1737) en Guarneri (1698-1744) zijn beroemd geworden doordat zij als eersten violen bouwden die zeer geschikt bleken voor solistisch gebruik.

De violen van Stradivari en Guarneri zijn deel geworden van een kunsthandel. Intussen zal geen leek het verschil horen tussen een Stradivari, een andere oude meesterviool of een nieuwe meesterviool.

Vioolbouw is een levend beroep. Er zijn honderden makers over de wereld verspreid. Daaronder zijn zeer talentvolle vioolbouwers die prachtige nieuwe instrumenten maken. Deze instrumenten komen dikwijls evengoed in handen van grote solisten.

In een kader bij het artikel wordt beweerd: „(...) violen die met de modernste technieken zijn gemaakt kunnen de warmte en klankrijkdom van de oude instrumenten niet evenaren”. Een zichzelf respecterend vioolmaker wérkt niet volgens „de modernste technieken”, maar volgens beproefde methodes.

„De warmte en klankrijkdom” van Stradivari ongeëvenaard. Wie heeft dat kunnen bewijzen? ‘Blinde’ tests hebben al dikwijls uitgewezen dat er geen kwaliteitsverschil te horen valt tussen nieuw en oud.

Jurriaan van Roon is bestuurslid van de Groep van Viool- en Strijkstokkenmakers.

Lees het artikel over de violenbouwers terug via nrcnext.nl/mijnnext