Hampson: kerstlied in de Kerstmatinee

Klassiek Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons m.m.v. Thomas Hampson, bariton. Gehoord: 25/12 Concertgebouw Amsterdam.

Voor het eerst sinds het slot van de Mahler-kerstcyclus in 1987, toen Bernard Haitink aan het eind van de Negende symfonie zijn dirigeerstokje liet vallen, klonk er weer Mahler in de Kerstmatinee van het Koninklijk Concertgebouworkest en chef-dirigent Mariss Jansons. De Amerikaanse bariton Thomas Hampson, in 1995 de absolute vocale ster van het Mahler Feest, zong de Lieder eines fahrenden Gesellen, voorafgaande aan de Achtste symfonie van Dvorák.

En voor het eerst sinds het begin van de Kerstmatinee in 1975, klonk een werk voor de tweede keer. In 1978 zong de Britse bariton Benjamin Luxon ook al de Lieder eines fahrenden Gesellen. Luxon zong heel mooi, maar werd nu ver overtroffen door Thomas Hampson. Verbluffend, verheffend en met grote toewijding excelleerde hij in een veel vrijere en zeer vervoerende interpretatie, met een gedetailleerde expressie.

Hampson heeft twee stemmen, die ideaal zijn voor de dubbele thematiek van Mahler. Met zijn borststem is Hampson de weemoedig terugblikkende verteller in de liederen over emotionele jongelingsjaren. Met zijn prachtige hoge en ongeforceerde kopstem stijgt hij boven zichzelf uit en zingt hij dolce en pianissimo die beschouwelijke magische strofes over de natuur, over de liefde en het leed, over de wereld en over zijn wensdroom dat net als vroeger alles, àlles weer goed was, zoals in het laatste lied Die zwei blauen Augen.

De muziek van sommige liederen wordt door Mahler geciteerd in de Eerste symfonie. O, mocht het ooit eens zó zijn, dat tijdens een uitvoering van de Eerste symfonie Thomas Hampson tussen het publiek op het podium van het Concertgebouw opstond en dan zou meezingen!

Als toegift zong Hampson op ootmoedige wijze de orkestversie van Hugo Wolfs Schlafendes Jesuskind uit de Möricke-Lieder: ‘Sohn der Jungfrau, Himmelskind!’ Voor het eerst echt kerstrepertoire in de Kerstmatinee! Als een volleerde applausmanager organiseerde Jansons extra veel bijval voor Hampson. Orkest en dirigent deelden daarin, want ook hun aandeel was op Mahler-topniveau.

De beeldende natuurschilderingen van Mahler vonden een vervolg in de Achtste symfonie van Dvorák, de voorgaande dagen al vier keer uitgevoerd. Net als bij de memorabele uitvoeringen met dirigent Carlo Maria Giulini in 1990 was de symfonie een uitstalling van briljante klankpracht met grootse en grandioze passages, dansante elegantie, folklore en roerige fanfares, nu in nog slavischer sfeer, dankzij Jansons.