De Lama-generatie wil vooral klooien

Porno kijken in de trein, of een graf oppimpen: leuke, brutale dingen beleven is wat de hedendaagse jeugd wil.

Vooral om een groeiende ongerustheid tegen te gaan.

Je kunt somber worden van het omslagartikel van het kerstnummer van Vrij Nederland, onder de titel ‘Gezocht: leuk en brutaal’, door Robert van de Griend en Kim Wannet. Het gaat over de jeugd van tegenwoordig, en tegenwoordig duurt de jeugd tot voorbij je dertigste, wat nogal fascinerend is. Vroeger was je scholier af als je de middelbare school verliet en was je student af als je je bul haalde. Daar ergens onderweg liep je jeugd af, zachtjes, onopgemerkt, als een nachtkaars.

Niet nu. Nu hoor je tot de jeugd zolang je je jeugdig voelt, zoals het cliché het wil, jeugd is erg rekkelijk geworden. Van de Griend en Wannet geven griezelige voorbeelden van deze eindeloze jeugdigen. Er is een jongeman die in de trein op zijn laptop een pornofilmpje opzet. Hij krijgt blikken van afschuw en hij zegt: ‘Niet iedereen was er even blij mee. (…) Maar ik vond het in ieder geval echt heel lekker.’

Is zo’n jongen toe aan tbs? Nee hoor, hij is gewoon leuk en brutaal. En dat moeten de jongeren zijn, zeggen de schrijvers in VN, anders haal je niet de televisie en heftige websites als Geenstijl.nl, Retecool.com of Volkomenkut.com. Nee, ze hoeven geen boeken te lezen of theatervoorstellingen te bezoeken, ze moeten leuke en brutale dingen doen, zoals een graf ‘oppimpen’ door het met goudverf te beschilderen en te voorzien van bloemenslingers en waxinelichtjes. Zo gaat het door, leest u het donkere kerstartikel in VN er maar zelf op na.

De jongeren die dit soort dingen voor elkaar bedenken zeggen dat ze willen dat de mensen ‘een ervaring’ opdoen. Beleving is het toverwoord, alsof het leven een lange survivaltocht is waar je na je zestiende nog niet genoeg van hebt. Ervaring, beleving, en ook authenticiteit, oei, het moet echt zijn, en bovenal grappig.

Wat is er met deze jongeren aan de hand?

Te veel camera’s, zou je in eerste instantie denken, te veel tv-kanalen en te veel internet; te veel gelegenheid, kortom. Vroeger had je alleen de kroeg of de bonte avond om op te kunnen vallen – meisjes moesten sexy zijn en jongens moesten durven vechten. Wat wil de democratie nou? Dat elke sufferd op de schoot van ene Robert Jensen een held kan zijn.

Maar er is een tweede instantie, en zelfs een derde. Eerst de tweede: de mensen die de gelegenheid bieden, dat zijn vaak geen jongeren. Dat zijn gewiekste zakenlui, ‘formatbedenkers’, omroepbazen, websiteredacteuren, met een haarfijn gevoel voor hoe ze geld kunnen verdienen. Het is nu eenmaal waar dat ouderen niet zo gevoelig zijn voor trends, reclame, nieuwe snuisterijen als nog kleinere mp3-spelers en zo meer. Al dat moois moet toch worden verkocht, aan een publiek dat zakgeld te besteden heeft, en dat zijn nu eenmaal die groot uitgevallen kleuters van ons die het vet cool vinden om een graf met goudverf over te zien schilderen. Wie de aandacht van deze jongeren weet te trekken is binnen, althans financieel. Niet moreel.

Maar laten we niet al te moralistisch doen, als een stel knorrige oude mannetjes op de tribune. Want in derde instantie zou het kunnen dat het gedrag van de jongeren, durf ik het te zeggen, betekenis heeft!

Toen ik zelf tot de jeugd behoorde waren er sociologen die jeugdculturen onderzochten: de nozems en hippies en skinheads, punk en gothic en later de gabbers en urban en nu dus de leuke brutalen, die door de schrijvers van het VN-artikel ‘de Lama’s’ worden genoemd, naar een programma van BNN waarin ze zich mogen uitleven.

De naoorlogse, kerkloze en identiteitloze jeugd, zeiden de sociologen, komt in opstand tegen de heersende, gezapige orde. Met hun afwijkende gedrag willen ze aandacht trekken, ze willen anders worden gezien, desnoods als probleem, en zo de wereld op symbolische manier naar hun hand zetten.

Maar elke nieuwe subcultuur moet steeds nieuwe middelen vinden om aandacht te trekken – er moeten steeds grenzen worden overschreden.

In de hippietijd sprong men naakt in de gracht, de punks deden een veiligheidsspeld door de neus, de gothics waren bleek en manisch depressief en de Lama’s willen juist doorlopend lol maken en anderen laten schrikken door naar porno in de trein te kijken of een graf op te pimpen.

Opstand en verzet zijn in beginsel goede, bevrijdende eigenschappen, maar Tijs Goldschmidt, die deze maand de Huizinga-lezing hield, wees op een algemener, universeler principe: de neiging om te doen alsof, de biologische neiging om te spelen, naar de homo ludens van Johan Huizinga.

De vraag die Goldschmidt stelde, was of het spelen evolutionair nut heeft, dan wel een onnuttig gevolg is van een gevoel van veiligheid in combinatie met verveling. Hij gaf geen beslissend antwoord. Maar onder spelen versta ik ook: klooien, rotzooien, of zoals de Engelsen zeggen: mess about.

En of het klooien van onze Lama’s evolutionair nut heeft, weet ik niet. Wel vraag ik me af waarom de neiging om te klooien en te rotzooien ineens zo lang duurt, tot ver in het dertigste levensjaar.

Mag ik zo vrij zijn een hypothetisch antwoord te geven? De Lama’s stellen hun verantwoordelijkheden en onzekerheden in het leven uit. En hoe groter de ongerustheid – de opwarming van de aarde, honger en ellende, immigratie, oorlog, terrorisme en islam, ziekten en aandoeningen – hoe meer uitstel nodig is.

Zei ik dat ik niet begrijp waarom de jeugd tegenwoordig zo lang duurt? Als ik de jeugd van tegenwoordig was, zou ik het nog veel langer laten duren. Je niks aantrekken van de werkelijkheid, lekker spelen.

Anil Ramdas is columnist van NRC Handelsblad.

Lees het hoofdartikel uit Vrij Nederland terug vianrcnext.nl/mijnnext