Danone en Wahaha ruziën rustig door

Wie geeft er nu om de vrije markt? Danone, het Franse voedingsmiddelenconcern, en zijn Chinese tegenvoeter Wahaha zijn lang verwikkeld geweest in een bitter financieel en juridisch geschil, dat is uitgevochten voor rechtbanken in schijnbaar alle delen van de wereld. Ze hebben nu besloten om opnieuw te gaan praten en agressieve verklaringen achterwege te laten. De reden? Ze willen „voldoen aan de verwachtingen van de Chinese en de Franse autoriteiten”.

De kern van het geschil bestaat uit grieven over en weer. Danone beticht zijn joint venture-partner Wahaha ervan buiten het partnerschap om producten onder zijn eigen merknaam te verkopen, terwijl Wahaha zegt dat Danone geen overeenkomsten had mogen sluiten met sommige van zijn Chinese concurrenten. Om begrijpelijke redenen gaf Danone er de voorkeur aan de juridische strijd buiten de Chinese gerechtshoven om te voeren, terwijl Wahaha dat juist wel graag wilde.

Maar dit alles is nu verleden tijd, omdat de Franse president Nicolas Sarkozy er naar verluidt mee heeft ingestemd de zaak te laten rusten als een gebaar van goede wil. Hij werd daartoe wellicht niet zozeer aangezet door warme kerstgevoelens als wel door de miljardencontracten die hij tijdens zijn recente bezoek aan Peking heeft ondertekend.

De twee met elkaar ‘verzoende’ bedrijven willen niet veel loslaten over de basis van hun toekomstige samenwerking, behalve dat ze willen „bijdragen aan de ontwikkeling van de Frans-Chinese vriendschap”, aldus de feitelijke bewoordingen.

Het gezamenlijke persbericht dat de bedrijven hierover uitbrachten, doet denken aan de onbedoelde humor van communiqués uit de tijd van de Koude Oorlog, waarin landen uit Oost en West vriendschap tussen de volkeren beloofden, evenals eeuwigdurende goodwill. In dit geval gaan Danone en Wahaha zelfs zover dat ze beloven „wederzijds begrip te zullen kweken en te zullen streven naar het succes van vredesonderhandelingen”.

Maar net als tijdens de Koude Oorlog is het één ding om vrede te beloven en iets heel anders om vrede te sluiten. Het gezamenlijke persbericht verandert niets aan het geschil tussen Danone en Wahaha. Beide concerns stemmen ermee in alle juridische stappen op te schorten, maar wel slechts tijdelijk.

Tenzij een van de twee een grote concessie doet, is de kans levensgroot dat een of andere onafhankelijke entiteit – in het grootste deel van de wereld heet dat een rechtbank – zal moeten beslissen wie gelijk heeft en wie niet, en waarom. Daarom zou deze tijdelijke wapenstilstand nog steeds kunnen uitlopen op een farce.

Pierre Briançon