Arnemuiden legt ‘dingen van droefheid’ bij God

Op Kerstavond stierven vier meisjes door een brand. „De familie had een eigen plaats in onze gemeenschap verworven”, zegt de dominee.

Op de stoep voor het afgebrande Chinese restaurant Oriental Paradise in Arnemuiden liggen verse bloemen en kerststukjes. Tegen de muur leunen beertjes en andere knuffels. Aan een daarvan hangt een kaartje met de tekst: „Lieve Paulien, Melissa, Michelle en Winnie, we zullen jullie vrolijke gezichtjes vreselijk missen”.

Het is Kerstmis, ’s ochtends tegen half twaalf. De avond daarvoor verloren de vier zusjes – acht, zeven, drie en één jaar – het leven in de vuurzee, terwijl ze boven de zaak lagen te slapen. Burgemeester Koos Schouwenaar (VVD) van Middelburg, waaronder Arnemuiden valt, staat bij het verwoeste eethuis te midden van experts die op zoek zijn naar de oorzaak van de brand. Een oververhit stroomsnoer, zo blijkt later.

De burgemeester wijst naar een huis tegenover Oriental Paradise. Daar ontfermde een buurman zich direct na het drama over de ouders van de meisjes, een Chinees echtpaar dat acht jaar geleden naar Zeeland kwam en het restaurant opende. Schouwenaar was óók binnen, vertelt hij, om beiden steun te verlenen. „Het was heel tragisch. De man en de vrouw waren wanhopig. Even hadden ze nog de flauwe hoop dat één van hun kinderen het had overleefd. Toen ook het laatste meisje ’s nachts werd gevonden, werd alle hoop de bodem ingeslagen.”

In de loop van de rampavond omringden tal van familieleden uit het nabijgelegen Heinkenszand de ouders. Toen de woning van de buurman niet meer genoeg plaats bood, kreeg het Chinese gezelschap een gastvrij onthaal in dorpshuis De Arne, zegt de burgemeester. „Veel dorpelingen boden spontaan hulp aan. Ook een kerk ging open om mensen op te vangen. En een aantal vrijwilligers bracht in de nacht van maandag op dinsdag 2.100 brieven van de gemeente rond waarin informatie stond over de brand.”

Schouwenaar omschrijft het vissersdorp Arnemuiden met zijn ruim 5.000 zielen als „een streng kerkelijke gemeenschap, die bijzonder hecht en betrokken is. De mensen zoeken bij een gebeuren als dit steun bij elkaar, en bij de kerk”, laat hij daar op volgen. „Iedereen leefde mee.” Inmiddels hebben dorpelingen aangekondigd geld te gaan inzamelen voor de getroffen familie.

Op een steenworp van Schouwenaar staat dominee Aart Goedvree van de Hervormde Gemeente, een van de vier kerkgemeenschappen van Arnemuiden. Terwijl zijn gelovigen het volle godshuis verlaten zegt hij: „Geloof mij, onder de hele bevolking hier heerst een groot gevoel van verslagenheid.”

In de kerkdienst zijn „dingen van droefheid bij God neergelegd”, vertelt Goedvree, en „gepaste psalmen” gezongen. En er is „tot de Here gebeden” voor de slachtoffers en de nabestaanden. In zijn preek heeft de dominee verkondigd dat „we hier bijeen zijn met een vreemde dubbelheid. Het is Kerst, maar er is ook verdriet en verslagenheid”. Buiten legt hij uit dat de Zaligmaker ook bij de wereld van tegenslagen hoort.

De dominee kent de Chinese familie. Hij haalde er wel eens eten, hij sprak de ouders een enkele keer. En hij zag de oudste meisjes spelen, op straat en in het restaurant. „De familie had een eigen plaats in onze gemeenschap verworven.” Ze was goed geïntegreerd, laat hij daar op volgen. Hij wijst er op dat de omgekomen kinderen Nederlandse voornamen hebben.

Verderop in Arnemuiden, in de Gereformeerde Kerk, spreekt dominee Cees Bijman in zijn preek van „een moeilijk kerstfeest”. Hij noemt de dood van de vier meisjes „een verschrikkelijke ramp”. Het is niet te bevatten wat voor verdriet hun ouders treft, houdt hij de vele gelovigen voor. In de kerk kun je een speld horen vallen.

Bij het afgebrande Oriental Paradise legt Johan de Jonge uit Middelburg bloemen. Hij logeert deze Kerstdagen bij zijn neef in Arnemuiden. „Net als het hele dorp is mijn neef kapot van deze tragedie. Hij kwam geregeld in het restaurant. Hij kende die meisjes. Schatten van kinderen, vond hij.”