De beste wensen

Het is al lang en breed begonnen, en het gaat ook zeker nog een maand door. Het toewensen. Vlak na Sinterklaas, als de kerstversieringen in de etalages verschijnen, komt ook de aandrang op om elkaar een vrolijk kerstfeest te wensen, en een gelukkig nieuwjaar. In zo’n wens verborgen zit natuurlijk de vrees dat ‘de Kerst’ niet vrolijk wordt (want familieruzies), en het nieuwe jaar ongelukkig (want zo is het leven).

Er zijn mensen die proberen de wensen wat te neutraliseren. ‘De beste wensen’ is zo’n poging; iedereen kan zelf invullen wat het beste is. Of: ‘Prettige dagen.’ Ook gehoord: ‘Al het wensbare!’ Dat is een enge, want wat kun je elkaar in theorie niet allemaal voor vreselijks toewensen? ‘Een goed uiteinde’, ook al zo macaber.

Er zijn ook mensen die gemeenplaatsen schuwen en juist hun hele overweldigende persoonlijkheid in hun wens proberen te leggen. ‘Ik wens jou een héél erg prettige Kerst met de familie, en een fantástisch Nieuwjaar, ook op de zaak!’ Dit zijn dezelfde mensen die ook een uitgebreide brief bij de kerstkaart stoppen, waarin teruggeblikt wordt op het afgelopen jaar (‘Tycho is nu eindelijk ook gaan hockeyen, dus jullie begrijpen dat we hier over de sticks struikelen!’). We noemen deze mensen: vermoeiende mensen.

Inmiddels is Kerst voorbij en zitten we dus alleen nog maar met de nieuwjaarswens. We zouden dit moment kunnen aangrijpen elkaar niets meer toe te wensen. Van al die wensen werd Kerstmis niet vrolijker en het nieuwe jaar zal er niet gelukkiger van worden, tenslotte.

Helaas is het onhaalbaar. Het is net zoals aan elkaar vragen hoe het gaat. Ik kende een ongelukkige man die, elke keer als hem dat geheel obligaat gevraagd werd, achterdochtig de tegenvraag stelde: ‘Wat bedoel je daar precies mee?’ Het antwoord: niks. Maar dat ‘niks’ is precies wat we nodig hebben, zeker in de kwetsbare dagen rond Kerst.