Wereldjournalistiek

‘Nog geen twintig, dertig jaar geleden waren er veel landen die naar onafhankelijkheid streefden. Die landen probeerden zich los te maken van de grote globale structuren. Vandaag is de overheersende tendens een andere: vandaag willen de staten juist in de grotere globale structuren worden opgenomen en ervan profiteren.”

Dat noteerde de Poolse journalist en wereldreiziger Ryszard Kapuscinski in zijn Lapidarium, indrukken die hij verzamelde tussen 1980 en 2000. Hij schreef ook: „Ik werd en word gefascineerd door die mensen uit de derde wereld die al strijdend hun eigen staten en volken hebben geschapen. Misschien is dat het thema van mijn leven.” En: „De revolutie van de media heeft ons nogmaals voor het oeroude probleem gesteld: hoe moeten we de wereld begrijpen?”

In januari van dit jaar overleed Kapuscinski, 74 jaar oud. Hij was een inspirator voor vele schrijvers en journalisten. Bijvoorbeeld voor Lieve Joris, voor Frank Westerman, voor Tommy Wieringa. Maar ook voor journalisten elders ter wereld. Kapuscinski staat voor een bepaald soort journalistiek, wereldjournalistiek, waarin over grenzen wordt gekeken en waarin altijd de mens centraal staat.

Het is het soort journalistiek waar we als krant meer aandacht aan willen besteden: kijken over grenzen, verbanden leggen, gevolgen van de globalisering vastleggen, onderwerpen behandelen als migratie, grensoverschrijdende arbeid, het veranderende klimaat, het ontstaan van gemengde culturen in grote steden. Om een misverstand te voorkomen: het gaat niet om derdewereldjournalistiek. Maar om grensoverschrijdende onderwerpen waar we allemaal mee te maken hebben. Of krijgen.

Zelf schreef Kapuscinski daarover: „Altijd al beschouwde ik de wereld als een grote toren van Babel, waarin God niet alleen talen door elkaar had gemengd, maar ook culturen en gebruiken, hartstochten en belangen, en waarvan hij de inwoner tot een ambivalent wezen had gemaakt dat een ik en een niet-ik, zichzelf en een Ander, een goede bekende en een vreemdeling in zich verenigde.”

Dit citaat komt uit een bundel die volgend jaar in het Nederlands verschijnt, met een zestal lezingen die hij kort voor zijn overlijden bijeenbracht en die kenmerkend zijn voor de mentaliteit van zijn oeuvre. In deze bijlage vindt u een voorpublicatie uit die bundel.

Deze bijlage is een eerbetoon aan Ryszard Kapuscinski. Veel journalisten zijn schatplichtig aan hem. Dat geldt zeker voor Lieve Joris, die hem in het begin van haar carrière enige malen ontmoette. Ze schrijft: „Telkens als ik werk van hem las was het of ik in de verte een licht zag schijnen.” En ze voelde in het begin van haar carrière herhaaldelijk „zijn leidende hand”.

Koert Lindijer, sinds 1983 onze correspondent in Afrika, beschrijft hoe het journalistieke vak verandert in dit tijdperk van massamedia, ook voor ‘nieuwsnomaden’ als hijzelf. Tommy Wieringa schrijft in de geest van Kapuscinski over hybride culturen in Californië.

Vijf portretten van marktkooplui in de wereldsteden Delhi, Moskou, Mexico-Stad, Londen en Amsterdam staan evenzeer voor wereldjournalistiek, waarin de mens, de ander centraal staat in de wereld die een markt is. Van de Mexicaanse Francisko Osorio, die imitatieschilderijtjes verkoopt op het Plaza Pino Suarez, tot de 42-jarige Indiase Riyasuddin die op Palika Bazaar oren schoonmaakt met een naaldachtig instrument. „Sommige mensen zijn bang, die moet je gerust stellen, maar mijn Italiaanse vriendin niet.”

Het is een zin die zo uit een boek van Kapuscinski zou kunnen komen.