Vandaag ga ik hier nog niet weg

Op de televisie zanikt al weken lang een reclamefilmpje met zo’n warme zangstem erachter die je een sneeuwgevoel probeert te geven: „Driving home for Christmas, just can’t wait to see those faces”. De bijbehorende beelden geven je de indruk dat die faces zo zullen stralen door alle cadeaus die ingekocht zijn of worden, en door al het snoep dat de kindertjes onbekommerd naar binnen mogen proppen.

Reclames zijn vaak niet dom. Ze weten wat voor gevoel wij willen hebben als wij hun doelgroep zijn. Het kerstgevoel, dat moet iets zijn van warmte, lichtjes, sneeuw, gezelligheid, cadeaus. Feest. Zwarte jurken met gouden glittertjes.

Je krijgt er zin in: lichtsnoeren ophangen, kerstversieringen voor de ramen, misschien iets kerstigs bakken, een stol of een tulband, kaarsen aan, engelen door hèhèt luchtruim zweven, zingen zo blijde zo wónderzacht .... glohohohohohohoria !

Maar als je de mensen hoort, dan is het vaak helemaal niet zo. Veel gezwoeg en geklaag, ze ‘moeten’ een kerstdiner maken, ze ‘moeten’ naar hun ouders (je hoort ouders nooit zeuren dat ze naar de kinderen ‘moeten’, als ouders niet willen, gaan ze denkelijk gewoon niet). Kerstmis bestaat uit veel verplichtingen en hoe feestelijk dat allemaal is – hm.

Over de bedoeling van dat feest hoor je minder. Waar Kerstmis voor staat. Als het ergens voor staat. Misschien heeft die reclame wel gelijk, staat het nergens anders voor dan voor veel eten en vakantie.

Maar nee, je kunt de radio niet aanzetten of er zingt wel iemand over vrede en dat het geen oorlog meer zou zijn. Vrede, dat hoort er wel echt bij. Met Kerstmis houden ze altijd op met schieten tijdens oorlogen. Altijd eigenaardig gevonden: als je deze nacht niet hoeft te schieten, dan kun je toch ook alle andere nachten niet schieten? Maar zo is het niet. Eén nacht pauze om ‘Stille nacht’ te zingen, dat valt af te spreken. Alle nachten stille nacht is ondoenlijk. Dan begint er vanzelf weer iemand te schieten.

Zo gaat het trouwens niet alleen in de oorlog. Eén avond iemand uitnodigen die je niet zo geweldig vindt, maar voor wie je aardig wilt zijn, dat gaat, maar álle avonden, nee. Eén avond een kerstdiner – can’t wait to see those faces – leuk, maar het moet geen gewoonte worden.

Zíjn er eigenlijk wel dingen die je makkelijk alle dagen volhoudt?

Kwam laatst in een boek over de regel van Benedictus en zijn belang voor het dagelijks leven (Wil Derkse: Gezegend leven), het woord ‘stabilitas’ tegen. Dat is een van de geloften die monniken afleggen: stabilitas loci, zullen blijven waar je bent. Dat klinkt heel eenvoudig, maar het is het niet. In het boek werd een monnik geciteerd die zei: „Voor mij betekent stabilitas dat ik ’s morgens bij het scheren tegen mezelf zeg: vandaag ga ik hier nog niet weg.” Van dag tot dag, dan kon hij het, blijven, maar alle dagen denken: dit is mijn leven en nooit ga ik hier weg, dat was blijkbaar te veel gevraagd. Zelfs voor iemand die zich dat geheel vrijwillig heeft voorgenomen. Eigenlijk is zo’n bewering „Ik wil hier nooit weg” een andere manier om te zeggen dat je gelukkig bent. En wie is er nu alle dagen gelukkig?

Het klinkt zo goed: dit is mijn huis, hier is mijn plaats, hier blijf ik. Maar het zal niet voor niets zijn dat monniken dat echt moeten beloven. Want als je jezelf er niet toe verplicht, tot gelukkig en tevreden zijn waar je bent, tot er het beste van maken op deze plaats, dan loop je maar al te gemakkelijk weg.

Stabilitas. Stabiliteit. Je hoort het niet zoveel meer als mening over iemand. Als er nu wordt gezegd: hij is stabiel, is de ‘hij’ in kwestie opgenomen in een ziekenhuis en gaat het over zijn lichamelijke toestand. Maar stabiel van karakter en levenswijze – zou je het willen zijn?

Ik wel.

Keek op uit dat boek en zag de kerstboom staan, buiten was het grijs, schemerig al, het was heel stil in de wereld en ik voelde heel duidelijk hoe gemakzuchtig het is om te denken dat je een beter iemand zult worden als je maar eerst een andere baan, een ander huis, een andere jurk, een ander leven hebt. Nu beginnen, hier.

Was dat een kerstgedachte? Ik weet het niet. Niet in de traditionele zin in ieder geval. Hoorde laatst Andries Knevel aan een dominee vragen wat het kerstgevoel voor hem nu was en daar kwam meteen zo’n fontein van kreten en clichés uit dat je geen enkel houvast kreeg. Toch bleef er een zin hangen, over dat met Kerstmis de hemel de aarde raakt.

Niet dat je meteen weet wat het betekent: de hemel raakt de aarde. Het is denk ik een manier om iets te zeggen over een extra waarde die je wilt toekennen aan de kerstdagen. Dat doen we allemaal tenslotte, we ‘moeten’ wel van alles, maar we wíllen dat in zekere zin ook moeten, vergelijkbaar met de reden waarom monniken geloften afleggen.

Ik wil iemand moeten zijn die met kerstmis moeite doet voor anderen, die het dan gezellig maakt voor iedereen om mij heen. Iemand die dan zelfs niet denkt of ie daar allemaal wel zin in heeft, iemand die natuurlijk zin heeft, want door dat te doen wordt kerstmis kerstmis. En dan raakt de hemel de aarde.

Deed de kaarsjes aan. Licht in de duisternis. En ik zeker zelf zo’n kaarsje, hu: „Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht…”

Kerstgedachten, ze worden snel afgrijselijk wee. En het is ook nogal goedkoop om zelf achter je kalkoen te zitten en dan ‘vrede voor Afrika’ te wensen. Gaan we zo ook niet doen.

Maar stabilitas, ja, dat wel. Zelf stabiel zijn. Blijven. Niet opgeven. Doen wat je hand vindt om te doen, zoals de Prediker zegt. Het heeft iets stoers.

Een stoere kerst gewenst.