Politieke midden heeft wel degelijk zorgen

Twee opmerkingen bij het artikel van Joop van Holsteyn, waarin hij betoogt dat het politieke midden geen angst hoeft te hebben voor de linker- en rechtervleugels (Opiniepagina, 7 december). Ten eerste bepaalt hij het denken in termen van links en rechts aan de hand van de rol van de overheid. Juist op dat thema zien we dat met name de sterker geworden linkerflank (de SP) van zich doet spreken met pleidooien voor nationalisering van grote delen van het bedrijfsleven. Dat kan voor het midden juist wel verstorend werken.

Ten tweede kunnen de partijen op de beide flanken niet democratisch genoemd worden. De PVV associeert zichzelf met `vrijheid`, maar profileert zichzelf met aantastingen van de Grondwet en met door intolerantie gekenmerkte beleidsvoorstellen. Die partij is trouwens ook intern niet als een democratische partij georganiseerd. Datzelfde geldt voor de SP, die georganiseerd is en geleid wordt als een stalinistische partij. Dan heb ik het nog niet over de ChristenUnie en de PvdD, die ook niet echt schitteren in democratisch opzicht. Als grote groepen kiezers een voorkeur hebben voor dergelijke ondemocratische partijen, dan lijkt mij dat voor het midden in de politiek wel degelijk een bron van zorg.