‘OM gaat te vaak kansloos in cassatie’

Justitie slaat geregeld de plank mis bij het instellen van cassatieberoepen bij de Hoge Raad. Het Openbaar Ministerie (OM) gaat steeds vaker in cassatie, maar brengt ook steeds vaker kansloze zaken aan. Dat stelt J. Wortel, advocaat-generaal bij de Hoge Raad.

Wortel uit zijn kritiek in een advies naar aanleiding van een cassatieberoep van het OM, waarover ’s lands hoogste rechtscollege deze maand uitspraak deed. In ongebruikelijk felle bewoordingen heeft de advocaat-generaal die zaak aangegrepen om het gemak aan de kaak te stellen waarmee het OM in cassatie gaat.

De advocaat-generaal, onafhankelijk adviseur van de Hoge Raad, schrijft dat hij cassatieberoepen heeft gezien die „getuigen van onvoldoende inzicht in de materie” en waarvoor „geen steun te vinden is in wet en rechtspraak”.

Wortel wijst erop dat het OM een sleutelrol speelt bij de aanwending van „schaarse middelen die voor strafrechtelijke rechtshandhaving beschikbaar zijn”. Daarom verwacht hij dat justitie cassatieberoepen beperkt „tot zaken waarin met het oordeel van de Hoge Raad werkelijk een tastbaar, zwaarwegend belang gediend is”.

Twee jaar geleden gaf de Hoge Raad om die zelfde reden de advocatuur ervan langs. Hij hekelde toen het gemak waarmee advocaten cassatieprocedures aanspannen, terwijl op voorhand vaststaat dat ze geen kans van slagen hebben. Advocaten moeten hun cliënten behoeden voor kansloze procedures, aldus de Hoge Raad.

Het aantal cassatieberoepen door het OM is verdubbeld sinds de oprichting van de zogenoemde cassatiedesk. Doel daarvan was de kwaliteit van de procedures te bewaken. Wortel schrijft zich soms „met enige vertwijfeling” af te vragen waarom het OM moest mee- appeleren „om nog het laatste druppeltje gelijk te halen”.

In een andere cassatieprocedure vernietigde de Hoge Raad deze maand een uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof omdat het opgestuurde dossier niet compleet, deels zelfs vernietigd was. De Raad volgde de redenering van advocaat-generaal Knigge dat het arrest van het hof daarom nietig verklaard moet worden.

Advocaat-generaal Jörg concludeerde in 2005 dat de kwaliteit van de rechtspraak bij rechtbanken en hoven in toenemende mate tekortschiet door de hoge werkdruk en het grote aantal zaken.

L. Ph. den Hollander, hoofdadvocaat-generaal in Den Haag en verantwoordelijk voor de cassatiedesk, is verbaasd over de kritiek van Wortel. „De cassatiedesk wordt begin volgend jaar geëvalueerd. In dat licht is het de vraag waarom Wortel zijn advies gebruikt om erop vooruit te lopen.”

Volgens Den Hollander tast justitie in zulke procedures de grenzen van de rechtspraak af, „ook als het om vrijspraak gaat of als er in eerste aanleg fouten zijn gemaakt. Blijkbaar verschillen wij bij die aanpak van mening met de advocaat-generaal bij de Hoge Raad.”