Maar ga eens kijken in sportzaaltjes, garages en scholen

De Bijlmer telt wel tachtig kerkjes: Chinese, Filippijnse, Eritrese, Ghanese, Congolese.

Want immigranten voelen zich niet thuis in onze kerken en beginnen eigen gemeentes.

Aminata Kamara (23) zit op de bank in haar flatje in de Haagse Schilderswijk. Ze was 16 toen ze uit Sierra Leone vluchtte, vertelt ze. In haar eentje. Van haar familie heeft ze nooit meer iets vernomen. Toen ze 18 was geworden, verhuisde ze uit een opvanghuis voor minderjarige asielzoekers naar Den Haag. Daar loopt ze nu stage in het Haga-ziekenhuis, als verpleegkundestudent.

Aminata is dochter van een moslim en een katholiek. Ze accepteerde in Sierra Leone op haar twaalfde ‘Jezus in haar hart’. De eerste, moeilijke jaren in Nederland deed ze nauwelijks wat met haar geloof. Vier jaar geleden werd ze aangesproken door een meisje in de tram. Een landgenote. Die nam haar mee naar Global Harvest Hour in Den Haag, een Engels- en Franstalige kerk met zo’n vijftig, voornamelijk Afrikaanse mensen. Aminata: „Die kerk is mijn familie.”

Global Harvest Hour is een migrantenkerk, met leden die hun geloof mee hebben genomen uit hun geboorteland of hier zijn bekeerd. De stad Rotterdam alleen al heeft zo’n 140 van deze kerken, volgens de laatste telling van Samen Kerk in Nederland (SKIN), een organisatie die migrantenkerken helpt met huisvesting en financiën. Het exacte aantal migrantenkerken in Nederland is moeilijk vast te stellen, want kerkjes komen en gaan. In de Bijlmer zouden er meer dan tachtig zitten: Chinese, Filippijnse, Eritrese, Ghanese en Congolese kerken, weggestopt in kleine zaaltjes en parkeergarages.

Vanuit het asielzoekerscentrum bezocht Aminata weleens een Nederlandse kerk, maar dat vond ze saai. „Ik viel in slaap daar. De taal is zo officieel. Bij ons in de kerk kan ik mezelf uiten via muziek, in mijn handen klappen, amen roepen als ik het er mee eens ben. In Global Harvest mag je op je eigen manier je geloof beleven. En we helpen elkaar. Net als in Sierra Leone.”

De circa 850.000 christelijke migranten die Nederland volgens het Sociaal Cultureel Planbureau rijk is, komen nauwelijks in ‘witte’ Nederlandse kerken. Ze beginnen hun eigen gemeentes. „De bestaande categorieën kerken in Nederland vervullen niet de behoeften van een migrerende wereld”, zegt Robert Calvert, voorganger van een Schotse kerk in Rotterdam en oprichter van SKIN. De kerken zijn te rationeel, te ingewikkeld en te ingetogen.

Hij schat dat tweederde van de migrantenkerken evangelisch of ‘pinkster qua stijl’ is. Deze gemeentes opereren buiten de structuur van de traditionele kerk. Ze zijn vaak klein, jong, vitaal en meer georganiseerd rondom een taal dan een etniciteit. De nadruk ligt op persoonlijk geloof. En op de gaven van de Heilige Geest, zoals bidden voor genezing en profetie. De bijbel is de belangrijkste bron van gezag, solidariteit en familie staan hoog in het vaandel.

Kerken als Global Harvest Hour komen niet samen in historische kerkgebouwen. Door gebrek aan geld en goedkope ruimtes ontmoeten de leden elkaar in sportzalen, scholen en omgebouwde parkeergarages. En deze kerken vertalen het christelijk geloof wereldwijd beter dan de westerse kerk in hun grote gebouwen, zegt Calvert. „De traditionele kerk mag er dan al lang zijn, hij representeert niet langer de wereldkerk.”

Het Westen is zijn geloof kwijt, zegt Aminata Kamara. „Wij evangeliseren onder Nederlanders. Op zaterdagochtend delen we foldertjes van onze kerk uit op de markt. Dan krijg ik vragen waar ik geen antwoord op heb, zoals: ‘bestaat God?’ Nederlanders twijfelen aan het bestaan van God. Dat doen wij niet.”

Ook Frank Kutu ziet zijn kerk groeien. Hij is voorganger van de King of Kings Baptist Church, een Ghanese kerk met zo’n 300 leden in de Bijlmer. Kutu woont met zijn vrouw in een flatje, vlakbij metrostation Kraaiennest. Hij kwam in 1988 naar Nederland, om te studeren aan het protestantse seminarium in Doorn. „Toen riep God me, om mijn volk te gaan dienen in Amsterdam. Want hier zijn veel van mijn mensen.” Het merendeel daarvan is gelovig.

Hun geloof wordt nog versterkt wanneer migranten in een nieuw land komen, denkt Calvert van SKIN. „Veel migranten komen uit een christelijke cultuur. Het liberale leven en de kilheid van de maatschappij hier, schokt hen. Een verklaring voor het succes van migrantenkerken is dat mensen in het geloof hun belangrijkste bron van identiteit vinden.”

De meest recente aanwas in Kutu’s kerk komt niet door immigratie, maar door bekering. Kutu: „Wij dansen en zingen. Mensen kunnen hun zorgen even vergeten – en vrede vinden bij God.” Behalve plaats van aanbidding, is zijn kerk ook sociaal vangnet. Tijdens het gesprek wordt Kutu voortdurend gebeld op één van zijn twee mobiele telefoons. Het is altijd druk, zegt hij. „Als mensen ziek zijn, ga ik langs. Als ze problemen met de politie hebben over hun papieren, bellen ze me. En als ze in financiële problemen zitten, halen we geld op.”

Sinds kort deelt Kutu’s kerk een nieuw kerkgebouw met 14 andere gemeenten, De Kandelaar. Hij is er erg blij mee. „Het Huis van God is een heilige plek. Dat hoort niet in een parkeergarage te zitten.”