Leif Segerstam is vooral voortreffelijk dirigerende musicus

Klassiek ZaterdagMatinee. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Leif Segerstam. Gehoord: 22/12 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 8/1 20 uur.

Hij noemt zichzelf de broer van de kerstman met de baard van Brahms. En dat is precies wat je denkt wanneer je de 170 kilo zware Finse dirigent en componist Leif Segerstam bij de Matinee het podium op ziet schommelen.

Hij gelooft niet in de noodzaak van een dirigent en laat zijn inmiddels 190 symfonieën standaard zonder dirigent uitvoeren. Maar als Segerstam ergens steengoed in is, dan wel in dirigeren.

Als een reuzenalbatros kort voor het opstijgen plaatste Segerstam zich voor het orkest, geladen tot in elke vezel, niet om te imponeren maar om optimaal door de sprookjesachtige klankwereld van Sibelius´ Tapiola te navigeren. Cirkelende armbewegingen en wapperende handgebaren vormen Segerstams muzikale wapentuig/ Wat hij daarmee tevoorschijn tovert is ongehoord.

Meteen al bij de frêle opening van Tapiola klonken de blazers fascinerend. Daarna moduleerde hij het uit de stilte oprijzende orkest alsof het een homp klei betrof die hij kneedde en uitrolde tot de wonderlijkste klanken. Segerstam verrijkt de muziek met een extra dimensie, een beetje zoals de schilders van het magisch realisme de werkelijkheid verdiepten zonder deze echt geweld aan te doen.

‘Re-enliving revealed motivations for sounds’ luidt de ondertitel van Segerstams Symfonie nr. 177 uit 2007, die zijn hallucinerende wereldpremière beleefde met de componist achter een van de drie vleugels. Als bakens in de kolkende kosmische oersoep van het ‘free-pulsative’ tumult, nam steeds weer een ander orkestlid op voorgeschreven momenten het muzikale voortouw.

Bij Segerstam liggen de noten vast, maar elke musicus mag zijn eigen tempo kiezen. De massief inkrimpende en uitdijende ‘herrie’ kreeg soms een onheilspellend tintje door een zweepslag, grimmig geratel of het spookgezang van de zingende zaag. Maar de demonen werden steeds verjaagd door een hemels signaal van harp of klokkenspel.

Ook als componist Segerstam doet denken aan een kind dat met klei speelt. Maar dan wel een dat ook venijnig met modder kan smijten. De grenzeloze klankorgie van zijn Symfonie nr. 177 boeide kortstondig door zijn spontaniteit en formele willekeur.

Dan toch liever de dirigent Segerstam, zo bleek ook tijdens imposante uitvoeringen van Murails geconstrueerde klankspectrums in Gondwana en Tsjaikovski’s tumultueuze fantasie-ouverture Romeo en Julia.