Klanten en vissen komen van overal

Het loopt tegen zevenen in de ochtend op Billingsgate, de grootste vismarkt van Londen. Karretjes met vis uit alle wereldzeeën worden af- en aangereden. Klanten, onder wie veel Aziaten en Afrikanen, scharrelen tussen de tientallen stalletjes in de markthal. Een doordringende geur van verse vis slaat bezoekers tegemoet.

Vishandelaar Roger Barton, een kleurrijke verschijning met grijze snor, dito baard van drie dagen, leesbrilletje op de neus en strooien hoed op het hoofd, is in zijn element. Het ene moment helpt hij een Chinese dame, die garnalen wil, en drukt haar galant een kus op de mouw. Het volgende ogenblik neemt hij telefonisch een bestelling aan van een restaurant of supermarkt, een rekenmachientje steeds onder handbereik.

Zijn medewerkers, onder wie een jonge Chinees en een Indiër, versjouwen intussen piepschuimen dozen met verse vis en ijs. Zoals alle handelaren hier dragen ze witte jassen en laarzen. „Kerels, haal meer heilbot uit de vriesruimte”, roept Barton (63) hen op megafoonsterkte toe. „Daar stromen de orders voor binnen.”

Elke dag is alles weer anders. Barton: „De prijzen gaan enorm op en neer, sterker nog dan op de aandelenbeurs. Na slecht weer op zee krijgen we soms alleen verse vis van viskwekerijen. De prijs voor een stone (6,35 kg) kabeljauwfilet kan zo tien pond (14 euro) per week schelen.”

Barton, die al 49 jaar in het vak zit, heeft de Londense vismarkt de afgelopen decennia onherkenbaar zien veranderen. „Toen ik begon, verhandelden we hier allemaal uitsluitend Britse vis – kabeljauw, schol en tong, dat soort dingen”, zegt hij. „Nu hebben we hier vis uit Australië, de Seychellen, Indonesië, Canada, Noorwegen, Frankrijk, Oman, Afrika. Ook onze klanten komen uit de hele wereld. Londen is zo’n ongelooflijk internationale metropool geworden.”

Het bewijs ligt om de hoek. Pal naast de vismarkt torenen de nieuwe wolkenkrabbers van Canary Wharf boven alles uit. Banken en bankiers uit de hele wereld zijn hier samengeklonterd. Ook op de markt van Billingsgate, dat in 1982 vanuit de City naar zijn huidige locatie verhuisde, maken de Britten allang niet meer alleen de dienst uit. Er is een Nigeriaan, gespecialiseerd in diepgevroren Afrikaanse vis, terwijl Asian Fresh in handen is van een Sri-Lankees. Het Nederlandse Noordzee BV heeft er een stal, evenals Cyprus Fisheries. De nieuwste aanwinst is een Marokkaanse visventer.

De handelaren hebben ook te kampen met een ander aspect van de mondialisering van de vismarkt: de regelgeving. „Je mag hier nog zoveel mooie vis hebben liggen, als er ook maar één is waarmee iets niet klopt, krijg je grote moeilijkheden met de inspecteurs. Je moet volgens de Europese richtlijnen precies kunnen aangeven waar je elke vis vandaan hebt. Het is vaak een verschrikkelijke papierwinkel door al die voorschriften.” Ook weer onder druk van Brusselse regels wordt er nu op de hele overdekte vismarkt een koelingssysteem aangebracht.

Barton pauzeert even om een hapje te nemen uit een bakje met slijmerige visslierten. „Ik ben zelf nog steeds gek op vis”, zegt hij. „Altijd geweest.” Hij geniet zichtbaar van zijn werk, maar het vergt veel uithoudingsvermogen. Een stoel in zijn stal is nergens te bespeuren. „Ik begin meestal zo rond half twaalf ’s avonds en werk de hele nacht door. Met vakantie ga ik eigenlijk nooit.” Alleen op zondag en maandag ligt de markt stil.

Tegenwoordig zijn er nog maar weinig Britten te porren voor dit soort werk. Barton: „Vroeger waren we een natie van harde werkers. Nu zijn het hier allemaal pennenlikkers geworden.”

Voor veel handelaren gaan de zaken de laatste maanden wat minder. Ook Barton bespeurt een achteruitgang. „Vooral de restaurants bestellen duidelijk minder dan een tijdje terug. Volgend jaar wordt het waarschijnlijk nog moeilijker.” Wil hij er niet eens mee ophouden? „Ik peins er niet over”, zegt hij lachend. „Zo lang ik kan, ga ik lekker door.”