Het christendom schuift op naar elders Pinkstergeloof groeit het hardst

De volle kerken op Kerstavond zijn de rest van het jaar leeg. Maar in garages en schuren wordt het geloof gevierd.

Veel kerken zitten vanavond vol. Ook mensen die anders nooit een kerkgebouw van binnen zien, willen er in de kerstnacht Stille Nacht zingen. En zodra de kerstboom weg is, blijven de meeste kerkbanken weer leeg.

In heel West-Europa is het christendom op zijn retour, nu volgens allerlei onderzoek het postmoderne levensgevoel heeft geleid tot een toenemende relativering van levensovertuigingen. Uitzondering daarop zijn migranten. In garages en schuren vieren Ghanezen, Eritreërs en Brazilianen hun geloof – een ieder in zijn eigen taal.

De migranten staan voor een trend. In andere delen van de wereld neemt het aantal christenen toe. In 1900 woonde 69 procent van alle christenen in Europa, in 2010 zal dat percentage gedaald zijn naar 26 procent. In die periode steeg het aandeel van Latijns-Amerika van 10 naar 29 procent. In delen van Afrika en in sommige Aziatische landen groeit het christendom sterk, zoals in Zuid-Korea, de Filippijnen en China.

Tussen 2000 en 2005 bekeerden zich volgens de World Christian Data Base jaarlijks 5,1 miljoen Chinezen tot het christelijke geloof. Op 8 december van dit jaar vierde het Chinese Bijbelgenootschap in Nanjing de oplevering van het 50 miljoenste exemplaar van de bijbel. Twee jaar geleden werd het 40 miljoenste exemplaar gedrukt. De directeur-generaal van het Chinese ministerie voor Religieuze Zaken, Ye Xiaowen, beloofde bij het 50 miljoenste exemplaar dat in Nanjing gedrukte bijbels zullen worden uitgedeeld aan de deelnemers van de Olympische Spelen volgend jaar.

De geografische verschuiving van het christendom van Europa naar andere delen van de wereld is al decennia aan de gang, zegt Theo Witvliet, emeritus hoogleraar ‘geschiedenis van het christendom in de negentiende en twintigste eeuw’ aan de Universiteit van Amsterdam. Maar, zegt hij, „in Nederland lijkt men zich daar nauwelijks van bewust”.

Dat is bijvoorbeeld te zien aan de manier waarop Nederlandse kerken reageren op de migrantenkerken. „Hoe mensen uit Afrika of Latijns-Amerika hun geloof beleven, wordt hier als achterhaald beschouwd. Men onderkent niet dat het om zeer vitale vormen van christen-zijn gaat.”

Ook Wim Janse, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Vrije Universiteit, ziet de kerken buiten Europa groeien. „In Zuid-Korea ben ik in enorme kerkgebouwen geweest, 8.000 zitplaatsen is niet ongewoon. Daar komen gemeenten bijeen die 20.000 leden tellen.”

De eerste diensten worden ’s morgens om vijf uur gehouden – elke dag weer, drie of vier diensten achter elkaar. Janse was onder de indruk van het elan en het maatschappelijk engagement. „De kerken doen aan sociale zorg, er is opvang voor moeders en kinderen, ze verstrekken warme maaltijden, er zijn christelijke universiteiten, ze hebben kranten en radiostations.”

De groei van het christendom in Azië ontstaat volgens Janse door de behoefte aan een levensovertuiging die, bij toenemende welvaart, het leven richting geeft. „Het christendom sluit aan op oude religieuze tradities, zoals confucianisme en taoïsme. Er wordt daar vaak geglimlacht, mensen zijn beleefd en hebben ontzag voor het leven. Maar veel Aziaten missen een richtinggevende visie, die maatschappelijk houvast en troost biedt.”

Vervolg Christendom op pagina 7

Pinkstergeloof groeit het hardst

Vervolg Christendom van pagina 1

Aziaten blijken behoefte te hebben aan christelijke kunst en christelijke wetenschap, zegt Janse. „Japanners, Koreanen en Taiwanezen reiken momenteel naar het werk van Calvijn. Ze vertalen zelfs boeken van Nederlandse neocalvinisten uit het begin van de twintigste eeuw, zoals Bavinck en Kuyper.”

De grootste groeiers onder de christelijke kerken zijn de pinkstergemeenten, vooral populair in Latijns-Amerika en Afrika. Van de 140 miljoen Brazilianen zijn er 22 miljoen lid van pinksterkerken.

De mensen zijn ontworteld en zoeken een nieuwe identiteit, zegt Witvliet. „De kerk biedt een gemeenschap waarin je meetelt, waar je broeders en zusters hebt. Het is geen kerk vóór de armen, maar ván de armen.” En: „Pinksterkerken leggen nadruk op een goede persoonlijke levensstijl en een strikte huwelijksmoraal. Daardoor groeit het besef dat je zelf een nieuw leven kunt opbouwen. Dat komt een samenleving ten goede.”

Witvliet noemt het succes van de pinksterbeweging in Latijns-Amerika „de gemiste kans” van de Rooms-Katholieke Kerk. „Toen katholieke geestelijken als Leonardo Boff in de jaren zestig en zeventig met hun bevrijdingstheologie naar de sloppenwijken gingen, floot het Vaticaan hen terug – kardinaal Ratzinger, de huidige paus, voorop. Het Vaticaan vreesde ten onrechte dat de kerk marxistisch zou worden.”

Ook in Afrika weten de pinksterkerken in te spelen op de noden als gevolg van verstedelijking, zegt Witvliet. „De kracht van de pinksterbeweging in Afrika is dat ze, meer dan de traditionele Europese kerken, om weet te gaan met typisch Afrikaanse gebruiken als voorouderverering. De geestelijke leiders die in zulke kerken spontaan opstaan, passen bij die Afrikaanse traditie.”

Zowel Witvliet als Janse denkt dat de spankracht van het christendom zit in het vermogen zich aan te passen aan andere omstandigheden. Janse: „In de Koreaanse traditie breng je ’s morgens in alle vroegte een bloemenoffer aan de voorouders. Nu houdt men om vijf uur een kerkdienst.”

West-Europese kerken, zegt Witvliet, denken van boven naar beneden, vanuit de leer naar de samenleving. „Ze neigen ertoe andere vormen van christendom te beschouwen als syncretisme: ongewenste vermenging. Maar ze vergeten dat het kerstfeest zo’n prominente plaats heeft gekregen dankzij de koppeling van Jezus’ geboorte aan het midwinterfeest.” Ook toen paste het christendom zich al aan lokale gewoontes aan.