Extase wordt tobben bij Jan Siebelink

Waar ligt je diepste verlangen, wilde regisseur Pieter Verhoeff van Jan Siebelink weten. Eerder in de film had de schrijver al verklaard van zijn geloof te zijn gevallen. Maar na een lang betoog over alle zegeningen die hij in zijn leven heeft gekend, spak de schrijver ten slotte toch de hoop uit na de dood „te worden opgevangen”. Een ontroerend moment in Verhoeffs portret van Jan Siebelink en het overweldigende succes van diens Knielen op een bed violen. In dat boek schetst Siebelink een meedogenvol beeld van zijn calvinistische jeugd en de gevolgen van de strenge geloofsovertuiging van zijn vader.

Met het boek won Siebelink de AKO-literatuurprijs, het bereikte een oplage van ruim 400 duizend exemplaren. In de documentaire Het onzegbare wordt een verklaring gezocht voor het succes van Knielen op een bed violen. Verhoeff volgde de schrijver op zijn niet aflatende tournee langs bibliotheken en dorpshuizen, waar lezers verklaren in het boek hun eigen jeugd te herkennen. Ze kunnen zich vinden in de beschrijving van een door de bijbel gedomineerd milieu, zonder de bedenkingen die de boeken van Maarten ’t Hart en Jan Wolkers kenmerken. Een lezer, die de in het boek genoemde dominees zelf heeft horen preken, zegt: „Ik heb die jeugd niet als vreselijk ervaren.”

De eindigheid van het bestaan, dat zou de ondertitel van Het onzegbare kunnen zijn. Steeds weer duikt dat thema op. Het houdt Siebelink net zo bezig als de vader in zijn jongste boek. Alleen, hem ontbeert de overtuiging van de genade Gods. Het lijkt of hij er zijn vader soms om benijdt. „Ik weet niet tot wie ik bidden moet”, zegt Siebelink in de film. „De God die mijn vader aanbad is een hele verre God waar ik niet bij kan.” Dus tobt de schrijver over het feit dat er over twintig jaar misschien niet meer is en loopt hij hypochondrisch voor elk wissewasje naar de dokter.

Het onzegbare is een indringend filmportret geworden van een schrijver die de jubelende ontvangst van zijn boek als ‘een extase’ beleeft. De in Knielen op een bed violen beschreven plaatsen zijn ware bedevaartsplaatsen geworden.

Aan de hand van tekeningen van Dick Matena en de stem van Gijs Scholten van Aschat worden in de film sleutelscènes uit het boek verbeeld. Zoals het moment dat de vader wordt vernederd door een bloemenhandelaar in aanwezigheid van zijn zoon. Ook over deze gebeurtenis uit Siebelink slechts milde woorden. „Vernederingen maakten hem niet uit, want hij wist zich geestelijk op een hoger peil dan die ordinaire bloemenwinkeliers. Nee, het was geen sullige vader; ik respecteerde hem toen des te meer.”

De publicatie van het boek, nu twee jaar geleden, veroorzaakte bij Siebelink niet de bevrijding die hij ervan verwachtte: „Het lijkt toch of mijn vader en dat gezin in verhevigde mate weer terugkomen.” Het onzegbare geeft een prachtig beeld van de worsteling van een schrijver met zijn materiaal – die hem zowel begrip, erkenning als onrust bracht.

NCRV Dokument, Het onzegbare, Ned. 2, 21.05-22.00u.