Dramaserie ‘De Prins en het Meisje’ is schadelijke fictie

Het tweeluik De Prins en het Meisje doet op kwalijke wijze schade aan de reputatie van prins Friso en prinses Mabel, betoogt Carel ter Linden.

Toneelschrijver Ger Beukenkamp heeft een filmscenario vervaardigd voor VPRO-tv, waarvan de eerste aflevering gisteren is uitgezonden. In een wat hij noemt „gedramatiseerde documentaire” schetst Beukenkamp hoe prins Friso en Mabel Wisse Smit elkaar in Brussel leren kennen. Mabel wordt in deze film neergezet als iemand die net als haar vriendinnen graag mannen versiert, liefst mensen met enig aanzien, waardoor zij ook zelf in de schijnwerpers komt te staan. „Zij wordt waanzinnig aangetrokken door macht”, zegt een vriendin over haar – om andere, meer schaamteloze typeringen hier maar uit beeld te laten.

In de film komt uiteraard Klaas Bruinsma ter sprake en ook Mabels relatie met de Bosnische oud-minister van Buitenlandse Zaken Mohammed Sacirbey, die verdacht van fraude in de gevangenis zit.

Mabel komt in deze film over als iemand die zonder enig authentiek gevoel achter Friso aanzit en zich aan hem opdringt, terwijl je je bij de laatste afvraagt of hij wel echt van Mabel houdt, een indruk die in de tweede aflevering nog wordt versterkt.

Wie, zoals ondergetekende, deze beide mensen van nabij een beetje kent, ziet dit alles met verbijstering aan. Wat bezielt deze scenarioschrijver om zijn talenten aan te wenden teneinde onder het mom van gedramatiseerde feiten twee mensen persoonlijk en in hun relatie zo aan te tasten in hun integriteit?

Waarom brengt de VPRO een film uit die, onder de fraaie titel ‘een gedramatiseerde versie van historische gebeurtenissen’, in feite grotendeels op fictie berust? De makers kunnen niet hard maken dat er voldoende onderzoek is gedaan dat ook maar een enkel ‘feit’ kan schragen – uitgezonderd het ontstaan van een relatie, de verloving en de intrekking van het verzoek om parlementaire toestemming voor het huwelijk. Men had hier een voorbeeld kunnen nemen aan de objectiviteit waarmee journalistiek onderzoek werd gedaan naar de vraag welke rol de media hebben gespeeld in de meningsvorming van parlement en publieke opinie, die ten slotte mede heeft geleid tot het besluit van het jonge paar geen aanspraak meer te maken op lidmaatschap van het Koninklijk Huis.

Beukenkamp geeft zelf als belangrijkste motief zijn fascinatie met wat zich in bepaalde milieus afspeelt. Zoals „vrouwen die er een spelletje van maken om mannen te versieren”. (VPRO Gids, 22 december). Daarover mag deze regisseur gerust een film maken, maar het is niet wijs om dit onderwerp te koppelen aan bestaande personen, tenzij met hun eigen medewerking. Dit geldt te meer wanneer het gaat om mensen die zich niet zoals anderen kunnen verweren zonder daarmee precies die publiciteit op te roepen die henzelf als eersten schaadt. Deze ‘gedramatiseerde versie’ brengt bovendien de kijker in onzekerheid over wat hij nu moet geloven of niet. Wat is hier Wahrheit, wat Dichtung?

Een ernstiger effect is wel dat men zich na het zien van deze film kan afvragen of deze twee mensen wel echt van elkaar houden. Is hun hele huwelijk niet op drijfzand gebouwd? Dat is, blijkens genoemd interview, een andere fascinatie van de scenarioschrijver: „Ik gebruik het gewoon om een verhaal te vertellen dat ik wel interessant vind, over dat je elkaar nooit helemaal kent, zelfs niet in een relatie.” Ook dat is een waardevol thema voor een film, maar hoe is het te verdedigen dit thema binnen te voeren in de relatie van twee levende personen? Twee bovendien zeer bekende en daardoor bijzonder kwetsbare mensen? Dat moet voor deze twee het ergste zijn: te weten dat er nu wellicht mensen zullen zijn in dit land, die hen met enige reserve zullen tegemoet treden of over hen spreken en, geïmponeerd door de film (‘waar rook is, zal wel vuur zijn…’) zouden kunnen gaan twijfelen aan de integriteit van hun liefde.

In mijn ogen heeft de filmmaker zich onvoldoende gerealiseerd dat hij met deze film (die politiek drama beoogde) de reputatie van ‘de prins en het meisje’ op kwalijke wijze beschadigt.

Ds. C. ter Linden is emeritus predikant van de Kloosterkerk in ’s Gravenhage. Hij leidde de huwelijksdienst van prins Friso en prinses Mabel in 2004.

Zie ook het artikel met regisseur Peter de Baan over De Prins en het Meisje op www.nrc.nl/opinie