De eerste kerstboom stond in Riga

De Letten hebben ‘ontdekt’ dat ’s werelds eerste kerstboom in hun hoofdstad, Riga, heeft gestaan. De ontdekking moet het toerisme een impuls geven.

De eerste kerstboom ter wereld stond in Riga, althans: volgens Riga. Op het stadhuisplein van de Letse hoofdstad, tegenover het middeleeuwse Schwarzhäupterhaus, de sociëteit van de Zwarthoofden, ligt een plaquette, in acht talen, ter herinnering aan die boom. Dit is niet de plek waar hij stond, maar waar hij in vlammen opging, na afloop van dat verre kerstfeest, in 1509.

Het verhaal is maar half waar, en waarschijnlijk zelfs nog minder, maar voor Mike Johnson is dat genoeg. De 62-jarige Amerikaan is de drijvende kracht achter de kerstboomlegende én achter de gedenkplaat, die er pas een paar jaar ligt. In een vorig leven werkte Johnson voor computerbedrijf Hewlett Packard, nu is hij, na een huwelijk met een Letse, directeur van een bureau voor toerisme, in Riga.

In het verhaal, zegt Johnson, zit geld. Zijn voorbeeld is Finland. „Daar hebben ze een hele toeristenindustrie gebouwd rondom de kerstman – die zou in Lapland wonen”, zegt Johnson. „Wij willen in Riga hetzelfde doen met de kerstboom. In de zomer hebben we genoeg toeristen, maar in november en december valt dat tegen. Ook in de winter moeten de hotels in Riga vol.”

De eerste kerstboom zou uit Letland kunnen komen. Onder heidense stammen in Noord-Europa was het immers gebruik om de kortste dag van het jaar te vieren met takken die ondanks de winter groen waren gebleven. Op zulke midwinterfeesten werden ’s nachts vreugdevuren aangestoken, als eerbetoon aan het licht. Tijdens de kerstening van Europa zijn zulke rituelen vermoedelijk vermengd geraakt met christelijke, om de pil – de bekering geschiedde niet bepaald zachtaardig – te vergulden. Eén van de Baltische volkeren, de Pruisen, werden in het kader van de bekering zelfs uitgeroeid.

De katholieke kerk liep aanvankelijk niet warm voor het boompje opzetten – het zou teveel afleiden van de essentie van het kerstfeest. Maarten Luther (1483-1546) wordt vaak de eerste kampioen van de kerstboom genoemd – hij zag er de paradijsboom in, de versieringen waren appels. Maar pas in de negentiende eeuw drong het fenomeen massaal door in de huiskamers, met kerstballen, slingers en de zegen van het Vaticaan.

De ‘eerste kerstboom’ in de Letse hoofdstad staat beschreven in bewaard gebleven notulen van de Zwarthoofden, een broederschap van Duitse handelaren, met kantoren in de Hanzesteden Tallinn en Riga. De Hoogduitse tekst, die na de val van het communisme werd herontdekt in Letse archieven, verhaalt over een versierde boom, die door mannen met zwarte hoeden werd verbrand, in 1509.

Maar wat voor boom blijft onvermeld. „Een spar natuurlijk”, zegt Mike Johnson. Waarschijnlijk werd het ritueel door de Duitsers opgevoerd om het vertrouwen te winnen van de lokale bevolking – de Letten vieren tot op heden midzomer- en midwinterfeesten, de bekering is nooit heel diep gegaan. Het was dus een middeleeuwse pr-stunt, met een heel lang staartje, als het aan de toerismebranche ligt.

Want het toerisme in Letland staat onder druk. Het groeide in 2007 met 11 procent, vorig jaar was dat nog zo’n 20 procent en het agentschap van toerisme (TAVA) houdt voor het komende jaar rekening met een daling. Vooral de spectaculaire inflatie, 11 procent op jaarbasis, schrikt toeristen af. „Een bezoek aan het restaurant is hier duurder dan in Berlijn”, zegt directeur Johnson.

De geldontwaarding komt bovenop de onbekendheid waar Letland al onder gebukt ging. De Baltische staat (2,3 miljoen inwoners) heeft veel te bieden – het centrum van Riga is één groot Jugendstilmuseum, de natuur is ongerept en de stranden zijn parelwit – maar staat pas sinds 1991 weer, als een stipje, op de wereldkaart.

Het is hard werken, zegt Johnson, die ook een van de initiatiefnemers was voor de jaarlijkse kerstmarkt in Riga en sinds kort in de natuurproducten zit. Zijn bureau verkoopt T-shirts, tassen, tafellakens en handdoeken van linnen en mikt steeds meer op toeristen die na het gejaagde leven in de grote stad toe zijn aan „een rustige vakantie met een middeleeuwse draai”. Johnson: „Ik zoek bomenknuffelaars.”

Maar vooralsnog is er een overvloed aan verkeerde toeristen, meestal Britse jongeren, die in de stad zogenaamde stagparty’s houden, luidruchtige vrijgezellenfeesten tot diep in de nacht, die vaak eindigen boven het toilet. „Die jongens geven geen geld uit”, zegt de Amerikaan. „Ze slapen in goedkope hotels, eten bij McDonald’s en zijn veel te lastig. Daar heb ik niets aan.” De kerstboomlegende, die de meeste Letten zelf niet eens kennen, moet de pijn verzachten.