Britse kerk en staat raken ontvlecht

Ex-premier Blair heeft gedaan wat hij als premier nog niet kon doen: hij werd katholiek. Zijn opvolger Brown heeft inmiddels afgezien van het recht bisschoppen te benoemen.

Oud-premier Tony Blair poseert tijdens een bezoek aan Bethlehem, eerder deze maand, bij een model van de Geboortekerk in die stad. Foto AFP (FILES) Tony Blair, international peace envoy to the Middle East and former British prime minister, walks past a model of the Church of the Nativity, believed to be the birthplace of Jesus Christ, during his visit to the Chamber of Commerce and Industry in the West Bank town of Bethlehem, 11 December 2007. Former British Prime Minister Tony Blair converted 21 December 2007 to the Catholic faith, confirmed Blair's spokesman 22 December 2007. AFP PHOTO / POOL / Emilio MORENATTI AFP

Toen de voormalige Britse premier Tony Blair daags na zijn laatste Eurotop op 23 juni 2007 in privé-audiëntie werd ontvangen door paus Benedictus XVI, schonk hij de kerkvorst drie originele foto’s van John Henry Newman. Dat was een duidelijk signaal: Newman was een prominente geestelijke in de Church of England die in 1845 overging naar de katholieke Kerk en het daar uiteindelijk tot kardinaal schopte. ‘Het werk van de duivel’, zo typeerde Newman het feit dat katholieken en anglicanen ooit uit elkaar gegaan waren.

Blairs overgang naar het katholicisme hing al jaren in de lucht. Zijn vrouw Cherie is katholiek en hun vier kinderen zijn katholiek opgevoed. De Britse gevoeligheid jegens het katholicisme is mede bepalend geweest voor het feit dat Blair als premier lid is gebleven van de anglicaanse kerk. De gedachte dat een katholieke premier een doorslaggevende stem zou hebben in de benoeming van anglicaanse bisschoppen bezorgde veel Britten rillingen. Indirect zou Rome het zo voor het zeggen hebben in Canterbury. Maar ’s zondags ging Blair met vrouw en kinderen trouw naar de katholieke kerk, al nam hij, op instigatie van wijlen kardinaal Basil Hume, de toenmalige leider van de Engelse en Welshe katholieken, niet publiekelijk deel aan de eucharistie.

De relatie tussen de Engelsen en de kerk van Rome is door de eeuwen ambivalent geweest. Ten tijde van de Reformatie regeerde in Engeland Hendrik VIII (1491-1547). Hij was pausgezind en moest niets van de ideeën van Luther of Calvijn hebben, maar brak niettemin met de katholieke Kerk. Zijn eerste vrouw, Catharina van Aragon, baarde hem wel een dochter maar geen zoon. Daarom wilde hij van haar scheiden. De paus was echter niet bereid zijn huwelijk nietig te verklaren. Hendrik VIII brak daarop met Rome en riep de Church of England tot staatskerk uit, waarvan hij zelf het hoofd werd. Niet de paus, maar de Engelse koning benoemde voortaan de bisschoppen.

In de kerk veranderde er aanvankelijk niet veel, maar onder Hendriks zoon Edward VI kreeg het protestantisme allengs meer invloed: in de eredienst maakte het Latijn plaats voor het Engels, beelden verdwenen uit de kerken. In 1553 leek de Church of England onder Mary Tudor (de dochter van Catharina van Aragon) nog even in rooms vaarwater terug te komen, maar toen Elizabeth I in 1558 aantrad, kreeg de staatskerk definitief een protestants karakter. Ook het verplichte celibaat voor priesters werd afgeschaft. Eind zeventiende eeuw deed Jacobus II nog een poging Engeland weer rooms te maken, maar ingrijpen van prins Willem III, getrouwd met diens dochter Mary, maakte in 1688 een einde aan zijn bewind.

De maatregelen die daarna tegen katholieken werden genomen, logen er niet om. Diverse vooraanstaande katholieken werden om hun geloof omgebracht. In 1690 werd een wet van kracht die katholieken verbood een juridisch of medisch beroep uit te oefenen. Een wet uit 1700 bepaalde dat grondbezit van katholieken in geval van overlijden verviel aan de naast verwante protestant. In 1722 werd vastgelegd dat katholieke grondbezitters dubbele belasting moesten betalen. De maatregelen bleven niet zonder gevolgen: was onder Elizabeth I de helft van de Engelse bevolking nog katholiek, in 1717 werd hun aantal geschat op hooguit 70.000.

Pas aan het einde van de achttiende eeuw kwam er geleidelijk een einde aan de discriminatie. Dat werd mede veroorzaakt door toestroom van duizenden Franse katholieken, aanhangers van het ancien régime die de revolutie in hun land ontvluchtten. De Britse katholieken herwonnen hun zelfbewustzijn. Bovendien zocht een aantal vooraanstaande anglicaanse geestelijken aansluiting bij het katholicisme. Deze groep verenigde zich in de zogeheten Oxford Movement, waarvan John Henry Newman (1801-1890) de bekendste vertegenwoordiger was. De beweging stichtte kloosters, onderkende het belang van een zorgvuldig pastoraat en hechtte aan de zogeheten apostolische successie, de gedachte dat er een ononderbroken ambtelijke lijn loopt van de eerste apostelen naar de huidige bisschoppen. In 1845 ging Newman over naar de katholieke kerk, gevolgd door tal van medestanders. In 1879 benoemde de paus Leo XIII hem tot kardinaal.

Het duurde – net als in Nederland – nog tot het midden van de negentiende eeuw voordat de katholieke bisschoppelijke hiërarchie in Groot-Brittannië kon worden hersteld. En dat ging niet zonder luide protesten. Veel Britten moesten nog altijd niets van ‘popery’ weten, ze vertrouwden katholieken niet, omdat hun loyaliteit uiteindelijk in Rome zou liggen. Dat sentiment is nooit helemaal verdwenen. Wat van het continent komt, dient sowieso voorzichtig benaderd te worden.

Blairs overgang komt een half jaar nadat zijn opvolger Gordon Brown liet weten de zeggenschap over de benoeming van bisschoppen in de Church of England uit handen te geven. Tot dusver droeg een kerkelijke commissie twee kandidaten voor, van wie de premier er één aan de koningin ter benoeming voordroeg. „De Church of England is de gevestigde Church of England en moet dat blijven. Maar dat rechtvaardigt niet dat de premier invloed heeft op kerkelijke benoemingen”, aldus Brown op 4 juli in het Lagerhuis. Zijn woordvoerder zei later dat de kerkelijke commissie met de voordracht van één persoon kan volstaan, die dan door de koningin wordt benoemd, zonder dat de regering daar nog tussenkomt.

Zowel de bekering van Blair als de maatregel van Brown maakt duidelijk dat ook in Groot-Brittannië kerk en staat weliswaar nog niet gescheiden zijn, maar wel geleidelijk verder ontvlecht raken. Betekende het predicaat ‘katholiek’ tot dusver dat je niet tot het establishment behoorde, nu is de benoeming van de eerste Britse katholieke premier slechts een kwestie van tijd.