Alternatieve geneeskunde bewijst niks

Dat de wetenschap vooralsnog faalt bij miljoenen zieken, zoals Frank Franzen beweert, is niets nieuws (Opiniepagina, 20 december). Dat alternatieve geneeswijzen geen geneeswijzen mogen heten is ook geen nieuws.

Het predikaat geneeswijze moet voorbehouden zijn aan een methode die een bewezen of bewijsbare kans geeft op genezing. Bewijzen kan slechts met wetenschappelijke methoden. Dat alternatieven vaak plezierig zijn, de burger moed geven enzovoort, mag allemaal waar zijn, bewijzen dat genezing erdoor optreedt zijn niet te geven. Zodra dat wél kan, zo betoogt ook Piet Borst regelmatig en terecht in deze krant, is het geen alternatief meer, maar een geneeswijze, dus `regulier`.

Kwalijk aan alternatieven is dat zij de afhankelijkheidsrelatie met de patiënt voor eigen gewin uitbaten door hoop te geven die op niets is gebaseerd. In alle gevallen dat de patiënt toevallig wél geneest, klopt men zich op de borst. Een klassiek geval van een attributiefout: gebeurt er niets, dan is dat niet vreemd want de geneeskunde faalde ook, herstelt de patiënt dan ligt dat aan het alternatief.

Dat lang niet alles wat in de geneeskunde gebeurt perfect is en dat er nog veel te leren en te verbeteren valt, is nog geen reden om patiënten zich te laten overgeven aan alternatieve methoden.

De wetenschap moet blijven zoeken naar theorieën die toetsbare en bruikbare genezingspraktijken opleveren.