Allochtonen hebben vaker batterijen nodig

© Jorgen Krielen / Amsterdam, 14-12-2007 / Marktkoopman "Appie" op de Dappermarkt. Krielen, Jorgen

Albert van Gorkom (45) – „noem me maar Appie” – is een echte koopman. Een stapeltje bankbiljetten in zijn achterzak en een soms onnavolgbare bediening. Staat er een man bij zijn kraam die warme sokken en leren handschoenen zoekt, dan gaat het zo.

„Heb je geen dikke sokken?”

„Ja, hier. Kijk.”

„Heb je geen echt dikke?”

„Dit is tachtig procent geitenwol. Hartstikke warm. Probeer het gewoon.”

De klant is overtuigd. Dan de handschoenen nog.

„Ik wil leren handschoenen.”

„Die heb ik alleen voor grote handen.”

Hij pakt een hand van de man, kijkt er naar en laat weer los. Hij schudt nee en schreeuwt naar een kraam verderop. „Hé buurman, heb jij handschoenen voor deze man?”

Van Gorkom staat op de Dappermarkt in Amsterdam. Hij verkoopt alles door elkaar. Riemen, mutsen, sjaals, batterijen, sokken, telefoonaccessoires, en fietssloten. Zijn geheim is, zegt hij, dat hij elk seizoen weer wat anders heeft. Een beetje nadenken en je weet precies wat verkoopt. Komt de Kerst er aan? Stekkerdozen. Want iedereen heeft kerstverlichting. Zes euro kost een stekkerdoos bij hem. „Loopt als een speer.”

Een vrouw met een hoofddoekje pakt een stekkerdoos. Echte kema-keur, zegt Van Gorkom. De vrouw begrijpt het niet. Van Gorkom: „Ja, ja, met garantie.”

Achttien jaar staat hij al op de markt. Mooie verhalen heeft hij genoeg. Dat hij naar Dresden reed toen de Berlijnse muur net gevallen was, met een vriend en een vrachtwagen vol spullen. Parfum, kleding, groente, fruit. En dat je met namaak – „dat is de markt, hè” – een boel kon verdienen. Een luchtje in een flesje met de naam Joop er op en nagemaakte kleding uit Azië. Maar met de strenge controles gaat dat nu niet meer. Vroeger verdiende hij ook nog wel eens wat zwart, – „dat deed iedereen” – maar daar is hij ook mee gestopt. „Ik heb nu een goede boekhouder.”

Je weet toch wel dat we dit jaar de prijs voor beste markt van Nederland hebben gewonnen, vraagt Van Gorkom. Haat en nijd onderling? Geen sprake van. Laatst hadden ze nog een feest met alle kooplui, georganiseerd door de marktorganisatie. Prachtig, zegt Van Gorkom. De serveersters waren allemaal verkleed in de „Moulin-rouge-achtige sfeer”. Onbeperkt eten en drinken en er kwamen ook nog bekende artiesten, zoals Rene Riva. „Alles voor maar vijftig euro.” Met Kerst is er een galadiner. „Honderd euro, maar dan mag je vrouw ook mee.”

Waar komen je spullen vandaan?

„Ik ga altijd naar een groothandel ergens in Noord-Holland. Daar sla ik eigenlijk alles in. Bijna alles komt uit China. Maar je moet wel goed kijken, want er zit een hoop rommel tussen. Ik verkocht andere jaren ook kerstverlichting, uit China, maar die werd telkens afgekeurd. Dus daar ben ik mee gestopt.”

Wie zijn je klanten?

„Hier komen vooral allochtonen. Dit is ook een echt allochtonenbuurtje. Mijn vrouw staat op de Albert Cuypmarkt en die heeft veel meer autochtone Amsterdammers als klant. En blijkbaar hebben allochtonen veel vaker riemen en batterijen nodig, want ik verkoop die heel veel en zij bijna niet.”

Kun je er van leven?

Ja, mijn vrouw en ik kunnen er goed van rondkomen. Maar ik heb wel veel last van bouwmarkten zoals de Praxis en de Gamma, maar ook supermarkt Dirk. Die doen sinds een paar jaar ook allemaal aan stunthandel. Bij de ingang hebben ze dan van die grote bakken, met dezelfde dingen als ik ook verkoop. Veel collega's van me stoppen er daarom volgend jaar ook mee.”