Wraak van Willem Endstra

De veroordeling van Willem Holleeder tot negen jaar cel wegens afpersing is vooral opmerkelijk omdat de belangrijkste getuige niet meer leeft. De rechtbank geloofde Endstra postuum.

Ruim drie jaar na zijn dood heeft vastgoedhandelaar Willem Endstra een opmerkelijke overwinning behaald op zijn vroegere vriend en latere kwelgeest Willem Holleeder. De Haarlemse rechtbank veroordeelde Heinekenontvoerder vrijdag tot een onvoorwaardelijke celstraf van negen jaar voor afpersing van Endstra en twee andere vastgoedhandelaren.

Het belangrijkste bewijs werd geleverd door wijlen Willem Endstra zelf. De veelbesproken achterbankgesprekken die de vastgoedhandelaar al rijdend door Amsterdam voerde met de recherche, zijn geaccepteerd als schriftelijk bewijsmateriaal.

Het gebeurt niet vaak dat de verklaringen van een overleden getuige als belangrijk bewijsmiddel worden gebruikt. De getuige kan immers niet meer worden ondervraagd door de verdediging en daarmee kan een belangrijk recht van de verdachte niet worden uitgeoefend.

Maar dat heeft de rechtbank er niet van weerhouden om Holleeder te veroordelen. Hoewel Endstra als belegger van crimineel vermogen een dubieuze rol speelde in de Amsterdamse onderwereld, vond de rechtbank hem betrouwbaarder dan de man die ook al de Heinekenontvoering op zijn naam heeft staan.

Dat is uiteindelijk de verdienste van de Nationale Recherche en het Openbaar Ministerie, die de afgelopen dagen nadrukkelijk onder vuur lagen. Waar het in het grote onderzoek naar de Hells Angels helemaal fout liep, is het onderzoek naar de afpersingen in het vastgoed een voorbeeld van hoe het wel moet. In het ruim tweehonderd ordners tellende strafdossier zat een overstelpende hoeveelheid aan bewijs in de vorm van schriftelijke stukken, financiële analyses en getuigenverklaringen. Allemaal vergaard zonder het schenden van de basale regels van de rechtstaat.

Afpersing is een moeilijk bewijsbaar delict. Zeker als de slachtoffers zichzelf bevinden op de grens van bovenwereld en onderwereld. Want dat was in de Holleederzaak het geval. Het maakt slachtoffers chantabel en kwetsbaar. En hun gedragingen moeilijk op waarde te schatten. Dat maakt het oordeel van de rechtbank over de verklaringen van Endstra zo bijzonder.

Vervolg Holleeder: pagina 3

Afpersing is bewezen, nu de liquidaties nog

Hoe moeilijk afpersing te bewijzen is, blijkt ook uit het Holleeder-vonnis. De rechtbank sprak de Heinekenontvoerder en twee medeverdachten vrij van de afpersing van zakenman John Wijsmuller. Net als in de zaak van Willem Endstra oordeelde de rechtbank dat er ook in het geval van Wijsmuller sprake was van onzakelijke transacties tussen het slachtoffer en de verdachten. Maar daarmee kon nog niet worden bewezen dat die transactie ook door afpersing of bedreiging met geweld was afgedwongen. Daarbij speelde een rol dat Wijsmuller zelf krampachtig bleef ontkennen.

Dat is iets wat wel vaker speelt bij afpersing; een delict dat drijft op angst bij het slachtoffer. Daarom is het van belang dat Holleeder wel is veroordeeld voor de afpersing van Rolf Friedlander. Net als Wijsmuller ontkende Friedlander dat hij is afgeperst. Maar in zijn geval acht de rechtbank Holleeder toch schuldig aan de afpersing van Friedlander. Het is de tweede keer dat een afperser is veroordeeld terwijl het slachtoffer blijft ontkennen. Dat is van principieel belang.

De zaak tegen Willem Holleeder maakt pijnlijk duidelijk hoe kwetsbaar sommige sectoren van de economie zijn voor de onderwereld. Het gemak waarmee Holleeder en sommige van zijn medeverdachten zich begaven in de wereld van het onroerend goed is opvallend. En dat geldt evenzeer voor het feit dat Endstra jarenlang grote sommen crimineel geld heeft kunnen investeren.

De ironie wil dat politie en justitie uiteindelijk zicht hebben gekregen op al het door Endstra geïnvesteerde criminele vermogen door een ordinaire ruzie tussen de kopstukken uit de onderwereld over dat geld. Het feit dat Endstra meermalen zonder succes is vervolgd voor witwassen, is veelzeggend.

Nu Holleeder is veroordeeld is de volgende vraag of Justitie er ook in zal slagen om de kopstukken uit de onderwereld financieel aan te pakken. Uit het vonnis in de Holleederzaak blijkt dat dat nog altijd moeilijk is. Zo is het oordeel van de rechtbank over de rol van vastgoedhandelaar Jan-Dirk Paarlberg voor meerdere interpretaties vatbaar.

De rechtbank ziet sommige financiële transacties tussen Endstra en Paarlberg weliswaar als een gevolg van afpersing. Maar Holleeder paradoxaal is genoeg grotendeels vrijgesproken van het witwassen van de vele miljoenen die Endstra heeft betaald aan Paarlberg. Op dit punt roept het vonnis dan ook veel vragen op. Vragen die mogelijk pas in hoger beroep of in het nog lopende onderzoek naar de rol van Paarlberg worden beantwoord.

Maar dat zal Holleeder voorlopig weinig helpen. Het Openbaar Ministerie heeft de zaak tegen de Heinekenontvoerder gepresenteerd als de eerste stap in zijn strijd tegen de onderwereld. De lange serie liquidaties in Amsterdam is de volgende prioriteit. Daarin worden vorderingen gemaakt dankzij een kroongetuige die zelf afkomstig is uit het criminele milieu. En ook in dat onderzoek wordt inmiddels de naam van Holleeder voorzichtig genoemd. Al is de man die nu naast de titel van Heinekenontvoerder ook de naam van Endstra-afperser heeft gekregen, formeel nog geen verdachte in die liquidatiezaak.

De rechtbank heeft Holleeders rol bij de ontvoering van biermagnaat Freddy Heineken en zijn chauffeur in de jaren tachtig nadrukkelijk laten meewegen bij de strafmaat. Holleeder, die hiervoor elf jaar cel heeft gekregen, is bij die gelegenheid „eveneens geconfronteerd met de ingrijpendheid van een dergelijke gebeurtenis voor het slachtoffer”, zo oordeelde de rechtbank.

Daarom neemt de rechtbank het Holleeder kwalijk dat hij de vriendschap met Endstra heeft misbruikt om hem onder bedreiging van zwaar geweld of zelfs de dood grote geldbedragen afhandig te maken. Een dergelijke vorm van afpersing is volgens de rechtbank „een ernstige inbreuk op de rechtsorde” en veroorzaakt „in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid”. Willem Endstra had het niet beter kunnen verwoorden.