'WIJ'

‘Wij’ is het meest misbruikte woord uit de Nederlandse taal. Columniste Paulien Cornelissen beschrijft de zestien foutste vormen van ‘wij’, van het ‘Wij? IK zal je bedoelen’-wij tot het sterren-wij.

Als je met vage kennissen in een café zit, en je wilt iets zeggen dat maatschappelijk overkomt, dan kun je altijd wel een goed punt maken door op te merken dat er te veel aan ‘wij/zij-denken’ wordt gedaan. Je stoot er niemand mee voor het hoofd, want iedereen denkt toch voornamelijk: ‘Ja, dat wij/zij-denken, dat doen die anderen vooral, wij niet.’

Wie wel aan wij/zij-denken doet, was in de oorlog vast ook een nsb’er geweest, dat werk.

Bij wij/zij-denken is de impliciete gedachte dat het vooral verkeerd is om dingen aan te nemen over ‘zij’. Tal van psychologen zijn in de loop der jaren los gegaan op dit onderwerp, en inderdaad, als je mensen in willekeurige groepen indeelt, gaan ze al heel snel nare dingen denken over de groep waar ze geheel toevallig niet in zitten. Zo ontstaat discriminatie, en dat is slecht, en daar mogen we allemaal onze spreekbeurt over doen.

Dat ‘wij’ op zich ook al een beetje een naar woord is, daar hoor je minder mensen over. Nee, wij is zogenaamd goed. In het ik-tijdperk hebben we behoefte aan ‘wij’. ‘Wij’ is nodig voor de sociale cohesie en voor lotsverbondenheid en allerlei gezonde projecten in de open natuur. En rond de kerstboom zitten, hè. Dat is ook echt een ‘wij’-activiteit. Liederen zingend, chocolademelk drinkend, wij wij wij. Mensen die in de kerstperiode aan ‘ik’ doen, zijn of zielig/eng, of in het positiefste geval grappig/excentriek.

Het zal allemaal wel. Je zou er bijna door vergeten dat ‘wij’ het meest misbruikte woord uit de Nederlandse taal is. Er zijn zo veel foute ‘wij’-en dat het moeilijk is om de neutrale, goede ‘wij’ nog te ontdekken. Een goede ‘wij’ is bijvoorbeeld: ‘Wij gaan nu naar de ?lm.’ Waarbij ‘wij’ gewoon de mensen in de kamer zijn die met z’n allen naar de ?lm gaan.

En dan nu, speciaal om te onthouden en in het wild te observeren tijdens de vele kerstdiners, en daarbuiten trouwens ook: De zestien foutste vormen van ‘wij’ (er zijn vast nog meer foute vormen van ‘wij’, verzamel die zelf en discussieer erover met andere individuen).

1 Het ‘Wij? IK zal je bedoelen’-wij

Wat is er erger dan een man die zegt: ‘Wij zijn zwanger’, waarop hij zichzelf nog een glas wijn inschenkt terwijl zijn vrouw het zoveelste glas biologische appelsap achterover slaat. Voor de duidelijkheid: de vrouw is zwanger en zal in pijn moeten baren, de man mag iets doen met natte washandjes en een videocamera.

2Het verwijtende wij

‘We praten niet meer met elkaar!’ roept de vrouw uit in een ruzie, ‘niet écht tenminste, niet over wezenlijke dingen!’ Wat ze bedoelt is: ík praat me suf, maar jíj antwoordt niet meer.

3Het verpleegsters-wij

Een bekend, maar daarom niet minder irritant gebruik van ‘wij’. ‘Zooo, dan gaan we nu even plassen...’

‘Wat, wij, nu? Samen?’

‘We proberen grappig te doen?’

Aan het kerstdiner ook te observeren als er oude mensen of gehandicapten aanwezig zijn.

4Het ‘Iedereen behalve ikzelf’-wij

‘Hier gaan we de kruidentuin aanleggen’, spreekt de barones. Ze bedoelt niet dat ze zelf de spade ter hand neemt. Ze heeft hier een tuinman voor.

5Het ‘Wie? Wij?’-wij

Niets zo pijnlijk als het misplaatste ‘wij’. Dat iemand tegen je zegt: ‘Wij doen altijd zulke leuke dingen!’ Waarop je vraagt: ‘Wie ‘wij’, jij en je vriend?’

‘Eh... nee, jij en ik.’

‘O, o ja, ja, natuurlijk.’

Net zoals vroeger, als een kind zonder sociale voelsprieten op je moeder a?iep en zei: ‘De moeder van Paulien, mag Paulien bij me komen spelen?’ Zonder dat je zelf eerst geconsulteerd was.

6Het Oranje-wij

‘Wij hebben gewonnen!’ als het Nederlands Elftal dat heeft gedaan. Bij verlies bestaat dit ‘wij’ niet, dan is het weer gewoon ‘zij’.

7Het ‘Omdat we verder helemaal niets samen hebben’-wij

Deze vorm van ‘wij’ heeft iets te maken met de wanhopige zoektocht van mensen om toch maar vooral overeenkomsten te hebben. Toen internetdaten net hip was, had je bijvoorbeeld brand dating. Mensen die op zoek waren naar een partner, moesten invullen welke merken zij graag kochten (Calvé Pindakaas, Venco drop, Voetbal International). Vervolgens kon je zoeken op iemand van wie het merkenpro?el overeenkwam. Zodat er meteen al een ‘wij’ was, hoe arti?cieel ook (‘Nee, wij houden niet van huismerk pindakaas, het moet echt Calvé zijn, hahaha, gekke mensen zijn wij, he?’)

Ik kende ooit een stel dat een relatie had omdat ze alletwee Chester?eld-stoelen spaarden. Dat was de enige reden dat ze samen waren. Het is nu uit.

8Het bedrijfs-wij

Deze ‘wij’ moet aangeleerd worden door nieuwe werknemers. ‘Wij bij Jansen en Pietersen Inc vinden dat problemen niet bestaan, opportunities wel!’ Vaak een reden om meteen weer te verlangen naar een volgende baan, ware het niet dat daar weer een andere, even walgelijke ‘wij’ wacht. Bijvoorbeeld:

‘Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend.’

9Het ‘We’-wij

Zoals gebruikt in de reclame van kledingketen ‘We’. Lees de volgende tekst met pseudo-diepzinnige stem: ‘We are Julian. We are father. We are friend. And sometimes a son of a bitch. We can be a lot of different Julians in one day.’ Die reclame dus. Eigenlijk wordt ‘ik’ bedoeld, maar ‘wij’ klinkt interessanter, en daarom, gek genoeg, individueler. Of gaat die reclame over een meervoudige persoonlijkheidsstoornis? Dan is het helemaal ziek.

10Het ‘Dat willen we liever niet weten’-wij

Niet iedereen mag zomaar een ‘wij’ vormen met iedereen. Een voorbeeld: Jan Terlouw heeft met zijn dochter een literaire whodunnit geschreven. In een radiointerview met hen beiden werd gevraagd waarom er eigenlijk helemaal geen seks in het boek zat. ‘Tja, seksscènes, wij houden meer van Siménon hè’, antwoordde Jan Terlouw. Erg om drie redenen: A hoort een vader niet te zeggen of hij wel of niet van seks in boeken houdt, B moet hij niet aannemen dat zijn dochter ook niet van seks in boeken houdt, en C moet hij over het onderwerp ‘seks’ nooit een ‘wij’ aangaan met zijn dochter.

11Het bekritiserende wij

‘Goh, dat doen wij bij ons heel anders’, als blijkt dat je je pindakaasmes aan de handdoek afveegt.

12Het wetenschappelijke wij

Het wetenschappelijk wij staat op eenzame hoogte qua irritatiegraad. ‘We hebben in hoofdstuk vier gezien hoe de twee elementen samensmelten.’ ‘Helemaal niet! Ik niet tenminste!’

Of de nog ergere vorm van het wetenschappelijke wij: ‘We observeerden dat de ratten zich niet signi?cant anders gedroegen’ – terwijl er maar één wetenschapper bij het onderzoek betrokken is!

Deze vorm van ‘wij’ wordt door de allerlafste wetenschappers gebruikt, om zich te verschuilen achter collega’s die er niet eens zijn.

13Het ‘Ik krijg altijd mijn zin’-wij

Wij geeft permissie voor de praatgrage helft van het stel om overal het antwoord op te geven. Je vraagt aan persoon A: ‘Waar gaan jullie heen op vakantie?’ en persoon B antwoordt: ‘Dat weten we nog niet, maar we denken aan Portugal.’ Persoon A (met gedempte stem:) ‘Of de Balearen...’ Persoon B: ‘In ieder geval niet de Balearen, want we houden er niet van om op een eiland vast te zitten.’

14Het symbiotische wij

Verwant aan het ‘ik krijg altijd mijn zin’-wij, maar tragischer. Partner A zegt: ‘Nee, wij houden absoluut niet van dansen.’ Dat heeft de jarenlange symbiose zo bepaald; toch heb je partner B laatst met veel plezier, overgave, en zelfbedachte moves zien dansen. B gaat niet tegen A in, waardoor A denkt dat ‘wij’ nog steeds niet van dansen houden.

15Het vakbonds-wij

‘We pikken het niet langer!’ Wie zijn dat dan? En wat wordt er niet gepikt? En wie bepaalt dat eigenlijk? Dit is de reden dat demonstraties meestal zo onbevredigend zijn.

16Het sterren-wij

Aanschouw sterren met een grote entourage en een even groot ego, en observeer: die hebben het altijd over wij, en dan niet op een pluralis-majestatisachtige manier (wat op zich ook al een rare vorm van ‘wij’ is) maar meer als in: ‘ik en mijn entourage’. Dat moet een soort bescheidenheid suggereren die er verder bepaald niet vanaf straalt. ‘We gaan een fan-tas-tische show neerzetten in Ahoy’, terwijl de hele avond echt maar om één persoon draait. M

Paulien Cornelisse schrijft en maakt theater.

Kamagurka is kunstenaar.