‘We hebben altijd koning Bhumibol nog’

Toen de Thaise militairen in september 2006 een staatsgreep pleegden, beloofden ze voor 2008 nieuwe verkiezingen. Ze hielden woord. Maar wat is democratie in Thailand?

Het wijkhoofd is zoek, waarschijnlijk ergens in het tempelcomplex aan de overkant van zijn kantoortje. Daar zijn boeddhistische monniken bezig om het betonnen hekwerk schoon te krabben en van een nieuw verflaagje te voorzien. Het is de droge tijd hier, een goed moment. Daar is inderdaad ook Chaleom Sopa – onmiskenbaar een wijkhoofd met zijn gele T-shirt als kleur van de monarchie en de mobiele telefoon aan zijn riem als bewijs van bestuurlijke vooruitgang. „Nee, het dorp is niet bepaald in rep en roer over de terugkeer van de democratie.” Het maakt verder geen verschil.

Na de staatsgreep van 19 september vorig jaar en de verdrijving van premier Thaksin Shinawatra in Thailand zijn er morgen voor het eerst weer verkiezingen. De militairen hebben woord gehouden, de democratie zal zijn teruggekeerd voor 2008. Er kwam een nieuwe grondwet, er kwamen extra bevoegdheden voor het leger en de politieke partij van Thaksin, Tai Rak Tai, werd verboden. Omdat de staatsgreep de instemming had van de koning, maakte niemand zich er verder ook erg druk over. Ook de aandelenbeurs niet.

Dit dorpje Nonemuang in het oosten van Thailand – niet ver van de provinciehoofdstad Khonkaen – stemde anderhalf jaar geleden nog voor negentig procent voor de populist Thaksin. Er is nu een nieuwe partij, de Partij voor Volksmacht, die zich opwerpt als opvolger van Thaksins verboden groepering. Haar lijsttrekker oogt zelfs een beetje als de bodyguard van Thaksin. Deze partij zal het hier in Nonemuang dus wel goed doen?

Wijkhoofd Chaleom Sopa: „Dat kun je niet voorspellen. Hoewel het verboden is, worden hier op het platteland volop stemmen gekocht. Je krijgt 300 baht (6 euro) en dan stem je zoals gevraagd.” Voor dat geld koop je trouwens twee stemmen, want de vrouw stemt doorgaans hetzelfde als haar man.

Het boeddhisme helpt de democratie ook niet echt, want dat je wat terugdoet voor iemand die jou geld geeft, zit diep in de religie ingebakken – dieper dan het inzicht dat zoiets haaks staat op de bedoelingen van democratie. Het regeringsbesluit om klokkenluiders fors te belonen – 2500 euro – zal derhalve waarschijnlijk zonder betekenis blijven. Het is trouwens ook vragen om verbanning uit het dorp, wanneer hier in Nonemuang iemand een bekende zou aangeven bij de politie.

Het wijkhoofd heeft de indruk dat het kopen van stemmen dit keer vooral via benzine-geld loopt: „Mensen keren niet zomaar met de brommer naar hun dorp terug om even te gaan stemmen. Maar als de benzine wordt vergoed en je gratis de familie weer kunt zien, ja dan wordt het iets anders.” Een nog vindingrijkere vorm van stemmen kopen is het gokspel: een tussenpersoon zorgt voor een inleg, je wedt op de winnende partij in je dorp en de inleg wordt onder de winnaars verdeeld.

Stemmen kopen is in democratieën in Azië niet ongebruikelijk, maar Thailand spant in deze traditie de kroon. Directeur Supavud Saicheua van Phatra Securities, die het economisch onderzoek doet voor onder meer Meryll Lynch, schat de extra injectie in de economie hierdoor op zo’n 700 miljoen euro. Een reusachtige vorm van herverdeling van welvaart in wezen, als het niet zo haaks op het idee van democratie zou staan. En als het door de gekozenen niet op een of andere manier zal moeten worden terugverdiend. Thaksin bijvoorbeeld gaf als premier het platteland gratis kredieten en een deel ging inderdaad in kleine micro-investeringen. Maar een ander deel ging naar nieuwe mobieltjes en de belangrijkste profiteur daarvan was het telecombedrijf van de premier zelf.

Volgens Chaleom Sopa is de uitslag lastiger te voorspellen dan de populariteit van de politieke balling Thaksin zou suggereren. Hem en een aantal van zijn partijgenoten van weleer is de toegang tot de overigens toch maar zeven dagen durende campagne ontzegd. Een politieke kandidaat van de Partij voor Volksmacht die een dvd van Thaksin voor zijn publiek liet zien, wordt daarom waarschijnlijk zelfs door het kiescomité gediskwalificeerd.

De twee belangrijkste kandidaten zijn de nieuwe leider van de Thaksin partij, Samak Sundaravej, en zijn tegenstrever Abhisit Vejjajiva van de Democratische partij. Wie naar programmatische verschillen zoekt tussen beiden, kan lang zoeken. Allebei zijn ze voor extra hulp aan de boeren en allebei voor meer metro en ‘luchttreinen’ in Bangkok. Allebei willen ze meer onderwijs en bijna gratis gezondheidszorg. Allebei hebben ze dezelfde lessen van de populistische, succesrijke maar nogal corrupte Thaksin ter harte genomen.

Maar verder vertegenwoordigen zij twee verschillende werelden die als sociologische aardlagen over elkaar heen schuiven in een land dat 25 jaar geleden nog Derde Wereld was en nu is snel tempo aan het moderniseren is: enerzijds is er de klassieke elite van monarchie, leger en stedelijke middenklasse, anderzijds zijn er de nieuwe rijken van de internetrevolutie, de telefonie, de media-imperia met hun oog voor marketing, slogans voor de kleine man en hun grote mond. Het is autoritaire prudentie versus agressief populisme.

Suthiphun Jitpimolmard is een typische vertegenwoordiger van de gematigde krachten. Hij is neuroloog van beroep, leidt ook nog een sociaal-wetenschappelijk onderzoeksinstituut aan de grote universiteit van Khonkaen en was fel in verzet destijds tegen Thaksin. Sutiphun: „Als je een oordeel wilt vellen over de democratie in dit land moet je Europa achter je laten. Democratie zit hier niet diep. Opgeleide mensen halen voor politici hun neus een beetje op, en niet-opgeleide mensen zien het allemaal als één pot nat. Verkiezingen zijn voor hen een aardigheidje, want je kunt van een of andere tussenpersoon misschien wat geld krijgen om te gaan stemmen. Meer niet.”

Suthiphun (49) is er niet gerust op. „Als de opvolgers van Thaksin winnen, komt die man terug, dan gaat het corruptieproces tegen hem waarschijnlijk niet meer door, dan gaan de mensen in Bangkok weer de straat op. Ik voorzie dan een hoop instabiliteit.”

Een paar jaar lang liepen de mensen in Thailand voornamelijk in gele shirts om hun aanhankelijkheid jegens koning Bhumibol te tonen. Maar ineens is daar nu de kleur roze. Niet her en der, maar overal. In de reusachtige, fonkelende winkelcentra van Bangkok knalt het roze de bezoeker in vele tinten tegemoet, een ‘roze Kerstmis’ wenst de winkel zijn klanten en roze poloshirts wedijveren op straat in aantal met geel.

Wat is het geval? De koning droeg bij ontslag uit het ziekenhuis een tijdje geleden, onverwachts en opvallend genoeg, een zijden roze colbertje. Nu de koning net tachtig jaar is geworden moest dat toepasselijk worden gevierd. De hommage van de natie gaat derhalve nu spontaan in roze.

En roze overstraalt alles – ook de verkiezingen. De aanwezigheid van de mateloos populaire, enigszins democratisch gezinde, maar au fond almachtige koning maakt de rest allemaal betrekkelijk. Hij zorgt wel voor stabiliteit, hij zorgt wel dat de dingen ook na de verkiezingen niet uit de hand lopen.

Dat zo’n laatste vangnet voor stabiliteit een kwetsbaar vangnet is, omdat het om een individu gaat en niet om een systeem, dat ook Bhumibol niet het eeuwige leven heeft, dat wil geen mens in Thailand gezegd hebben.

„Iedereen verdringt dit”, aldus een gezaghebbend maar anoniem bestuurder in Bangkok. „En omdat iedereen het verdringt, maakt niemand zich erg druk om deze verkiezingen. Want we hebben toch altijd koning Bhumibol.”