Vrouwen als lekkere bonbons

Pablo Picasso: Middagmaal in het gras (naar Manet), 1961 Picasso

Tentoonstelling: Picasso in Den Haag, t/m 30 maart in het Gemeentemuseum Den Haag, info: www.gemeentemuseum.nl

In één van de laatste zalen van de grote Picassotentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum staat in kleine letters op de wand: ‘Ik ben geen kunstschilder, ik doe wat ik kan’. Het is een citaat van de meester zelf. „Hè, hè”, verzucht een intensief rondkijkende bezoeker tegen zijn al even kritische vriendin. „Picasso zegt het notabene zelf ook: hij heeft zich eigenlijk nooit echt ontwikkeld.” „En”, voegt de man er een beetje boos aan toe, „hij is ook nog veel te lang doorgegaan.”

Wat dat laatste betreft heeft deze bezoeker wel een beetje gelijk. Vanaf de jaren veertig, begon Picasso zich behoorlijk te herhalen. Maar gelukkig blijft er genoeg ander werk over op deze enorme presentatie. De tentoonstelling laat een grote selectie zien van de Picassocollectie van het Duitse verzamelaarsechtpaar Irene en Peter Ludwig. De laatste promoveerde in 1950 in Mainz op een proefschrift over het mensbeeld bij Picasso. Een opmerkelijke keuze, want in 1937 was Picasso’s werk in Duitsland als ‘entartet’ bestempeld en uit alle Duitse musea verwijderd.

De tentoonstelling begint heel gevarieerd en laat de veelzijdigheid zien van dit boegbeeld van het modernisme. Eerst een expressionistisch portret (1899) van zijn papa van wie hij zijn eerste schilderlessen kreeg. Het is gesigneerd in stevige letters: P. Ruiz Picasso. Met een ferme streep eronder. De intens kijkende vader is in donkere houtskoollijnen weggezet, hij heeft hoekige gelaatstrekken en een hoekige baard. Het diepe zwart wordt versterkt door grijsblauwe accenten in aquarel. Het is het werk van een persoonlijkheid.

Daarna volgen Toulouse Lautrec-achtige caféscènes in lichte kleuren en enkele Rodin-achtige bronzen. De jonge kunstenaar zat toen al in Parijs, waar hij al spoedig bekend zou worden. Curieus is het schetsboek uit mei-juni 1907, waarin Picasso al krabbelend zijn spraakmakende Les demoiselles d’Avignon voorbereidde. Hij deed dat in een gewoon schoolschrift met lijntjes met op het omslag de tafels van vermenigvuldiging gedrukt. Ronde borsten en billen, steeds herhaald. Lange driehoekige beenpartijen. De nadruk op de volumes. Het lijken wel beeldhouwerstekeningen. De vrouwen zijn marionetten geworden.

Met zijn kubistische werk diende Picasso zijn veel analytischer en conceptueler werkende collega Georges Bracque van repliek. Toen deze tijdens de Eerste Wereldoorlog naar het front werd geroepen, stopte Picasso met het kubisme en begon hij aan zijn meer sociale, sentimentele blauwe periode

Het Haags Gemeentemuseum gebruikt een deel van zijn unieke en grote Mondriaancollectie soms als ruilmiddel. Dat is een mooie manier om collecties uit buitenlandse musea hier te krijgen. Deze zomer gingen de Mondriaans bijvoorbeeld naar Denemarken. Nu werd geruild met het Ludwig Museum in Keulen, zodat wij hun Picasso’s kunnen zien. Onwillekeurig vraag je je af: wat zou de meester van de abstractie, Piet Mondriaan, er zelf van gevonden hebben? Om geruild te worden tegen Scandinavische impressionisten? Of, sterker nog, dat in zijn plaats nu Picasso wordt getoond, en dan nog vooral later werk van deze meester van het experiment, die de uiterste consequenties van het kubisme, totale abstractie, nooit heeft willen nemen?

In de tweede helft van de tentoonstelling, in het naoorlogse werk, lijkt Picasso nog maar één thema te hebben: erotiek. Vrouwen, vrouwen en nog eens vrouwen. Alle onderdelen zitten eraan, maar meestal niet op de juiste plaats. Ontspannen liggen ze erbij. Als lekkere bonbons. Ze zijn overrompelend. Er straalt energie uit dat werk en vooral ook humor. Opvallend genoeg zijn het vooral de vrouwelijke bezoekers die dat lijken te zien.