Voor Mensenrechtenraad VN dreigt geldtekort

Het gaat niet goed met de VN-Mensenrechtenraad. Er is steeds onenigheid. En nu stuit ook de financiering op problemen. ‘Kennelijk wíllen ze niet dat de raad goed functioneert.’

De nieuwe Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties heeft nu zes zittingen achter de rug. En westerse diplomaten en mensenrechtenactivisten worden steeds pessimistischer: vrijwel alles wat zij voorstellen wordt weggestemd door een meerderheid van niet-westerse landen.

Landenrapporteurs voor Cuba en Wit-Rusland zijn afgeschaft. De groep experts die rapporteerde over mensenrechtenschendingen in Darfur is naar huis gestuurd. Alleen Israëls onderdrukking van de Palestijnen wordt steeds veroordeeld. Daarover stemmen westerse landen, uit wraak, vaak niet mee.

Op de vraag of de Mensenrechtenraad politiek net zo gepolariseerd is als zijn voorganger, de Mensenrechtencommissie die in 2006 werd opgeheven, sputteren dezelfde ontgoochelde westerlingen even tegen: „Neenee, er is nog hoop. In de raad worden alle 47 leden tenminste beoordeeld op hun eigen gedrag. Mensenrechtenschenders kunnen eruit worden gezet.”

Zo’n mogelijkheid tot beoordeling had de commissie inderdaad niet. Soedan en Zimbabwe werden rustig lid en hielden veroordelingen van zichzelf tegen.

Maar de vraag is of deze interne beoordeling ooit van de grond komt. Het idee is dat elk lid vanaf voorjaar 2008 wordt beoordeeld door een ‘troika’ van andere landen, hulporganisaties en het VN-Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten. Dat grondig doen is veel werk – en kost dus geld. Vandaar dat de zogeheten Vijfde Commissie van de VN in New York (die gaat over de begroting, dus over politiek) er nu over vergadert.

Sommige landen die eerder in Genève vóór deze beoordelingsmethode hebben gestemd, houden nu in New York de financiering ervan tegen. Japan doet dat om financiële redenen. Islamitische landen proberen via deze achterdeur de evaluaties, waar ze niets in zien, alsnog te blokkeren. De VS en Canada zijn ook tegen de extra kosten die dit met zich meebrengt. Zij roepen vaak het hardst dat de raad abominabel functioneert. „Kennelijk”, concludeert een diplomaat droogjes, „wíllen ze ook niet dat zij goed functioneert.”

De oplossing zou kunnen zijn dat landen die mensenrechten belangrijk vinden, de evaluaties (peer reviews in het jargon van de Verenigde Naties) betalen. Zweden, Nederland, Noorwegen, Zwitserland – het moet voor hen niet moeilijk zijn twaalf à dertien miljoen dollar op te hoesten.

Maar dat, waarschuwen ingewijden, zou voor velen het ‘bewijs’ leveren dat deze evaluaties – net als de raad zelf – een westers speeltje zijn. En dat zou écht de doodsklap zijn voor de Mensenrechtenraad.