Uitzichtloos lijden 3

Het verhaal van oud huisarts K Gill draagt niet bij tot meer begrip over het ondraaglijk lijden. Het bevat selectieve boosheid. Enerzijds is hij boos over de casus waarbij mensen van de Stichting Vrijwillig Leven ingrijpen als een verpleeghuisarts een euthanasie weigert, omdat deze het lijden niet ondraaglijk vindt. Anderzijds vertelt hij zijn eigen dilemma bij zo`n oordeel over een jonge boerin die hij om dezelfde reden niet helpt.

Het bevat bovendien elementen die mij als arts doen huiveren. Zo wil Gill zelf tezijnertijd euthanasie ondergaan, ook als hij dit niet meer zelf kan aangeven. Daarvoor heeft zijn zoon een briefje. Hij ziet daarbij over het hoofd dat de correcte euthanasie uitgaat van zelfbeschikking tot en met de laatste seconde. Dat wil zeggen dat je zelf moet zeggen of dit is wat je wil, niet een ander.

Ondraaglijk lijden veronderstelt een invoelbaar ernstig lijden, waar geen oplossing voor is, hoe goed je daar ook over nadenkt. Soms vragen mensen om levensbeƫindiging zonder dat de dokter kan aanvoelen waarom het gaat. Als dan ook een tweede, desnoods derde arts dit ook niet meevoelen is er geen reden voor euthanasie. Ook niet voor de stichting vrijwillig leven. Dan komt justitie om de hoek kijken, en terecht.

Ondraaglijk lijden is een moeilijk thema, waar artsen die met euthanasie te maken hebben niet genoeg over kunnen nadenken en praten. Dat gebeurt dan ook. Het verhaal van gill draagt niet bij tot meer begrip.