Schaatsen, bijna als op natuurijs

Het is goed schaatsen op de nieuwe vijf kilometer lange kunstijsbaan in Flevoland. Meer ijs en minder ‘treintjes’.

Ik houd van schaatsen, maar heb een hekel aan kunstijsbanen. Door gebrek aan oefening en talent, kan ik niet lang vastklampen aan het ‘treintje’ van fanatieke schaatsers dat in glimmende pakken door de binnenbaan suist en alle anderen met de kreet ‘hoog’ richting buitenbaan jaagt. Maar in die buitenbaan moet ik vervolgens slalommen tussen nog mindere schaatsers en veel kinderen. Een aardige Olympische discipline, wellicht, maar niet leuk voor wie lekker wil doorschaatsen.

Voor schaatsers zoals ik is er sinds vorig weekend een nieuwe ijsbaan: Flevonice, in de polder bij Biddinghuizen. Het is een baan van vijf kilometer lang waar geprobeerd is een schaatstocht op natuurijs zoveel mogelijk te benaderen. Bittere noodzaak voor een schaatsland waar strenge winters zeldzaam zijn geworden.

De opening moest twee weken worden uitgesteld vanwege problemen met te hoge temperaturen en te harde wind. Maar deze zondag ligt het ijs er prachtig bij. De zon schijnt volop, en het is koud, ideaal schaatsweer dus. Zo’n zevenduizend schaatsers zijn volgens eigenaar Henk Ketelaar vandaag op de baan afgekomen, zaterdag – de eerste dag – waren het er nog 2.500. Een hele menigte, maar verspreid over een slingerende baan van vijf kilometer valt het reuze mee. Ook hier snelle ‘treintjes’, maar minder lang, minder vaak en minder intimiderend. Ook voor vaders met kinderen is er voldoende plaats. Het ijs is niet spiegelglad, maar je breekt je benen niet over scheuren en putten zoals zo vaak op natuurijs.

Zoon Jesse (net 9) heeft nog nooit op natuurijs gestaan en kan dus geen vergelijkingen maken met schaatsen op de Ankeveense Plassen of de Gouwzee. Hij vindt het heerlijk. Lange slagen maakt hij niet, maar hij houdt het wel anderhalve baan vol. Tijdens korte pauzes maakt hij sneeuwballen van het ijsslijpsel aan de kant van de baan. Veel echte sneeuw heeft hij in zijn leven ook nog niet gezien.

De baan slingert als een soort Formule 1 circuit door het polderlandschap, hier en daar kun je een stukje afsnijden. „Het ijs had onze prioriteit”, zegt Ketelaar. Aan de aankleding moet nog van alles gebeuren: van de aanleg van rietkragen tot ‘het bruggetje van Bartlehiem’. Nu ligt er naast de baan een dikke buis voor de koeling, waartegen je vooral niet ten val moet komen. In de verte staat een rij windmolens, vlak bij de schaatsbaan liggen de groene heuvels van een golfbaan. Maar het meest bevreemdend is wel het meertje in het midden van de baan, waarvan het donkere water genoeglijk golft, en nog niet begonnen is met bevriezen.

Na afloop geen koek-en-zopie-tentje helaas. Wel een immense hal met een haard, een kerstboom en erwtensoep. Er is koffie, maar de warme chocolademelk is op. „Iedereen wil ineens warme chocolademelk”, zegt het meisje achter de bar bedremmeld.

Open van 9.00 tot 17.00 uur, toegang 15 euro op vrijdag, zaterdag, zondag, 12 euro op andere dagen, kinderen halve prijs.

Voor meer informatiewww.flevonice.nl