‘Maybe yes, maybe no, maybe so?’

Jaarlijks brengt de auteur zijn vakantie door in het badplaatsje Ocean City aan de oostkust van Amerika. Al twaalf jaar bezoekt hij er ’s ochtends een café waar hij de couleur locale tot zich neemt.

Vreemd, hoe gehecht je kunt raken aan een café. Ocean City, de drooggelegde badplaats aan de oostkust van de Verenigde Staten waar ik elke zomer mijn vakantie doorbreng, heeft geen Starbucks. In plaats daarvan is er al twaalf jaar het Fourth Street Café, gelegen op de hoek van Atlantic Avenue en de vierde straat. Geopend vanaf zes uur ’s ochtends, voor de matineuze toerist, met een even simpele als aantrekkelijke menukaart bestaande uit koffie, thee, scones en muffins. Voor de rest ziet ‘Fourth Street’, zoals werknemers en stamgasten het café noemen, er vooral zeer Amerikaans uit: wisselende kunst aan de muur van lokale kunstenaars, een poster van een surfer op het toilet, een foto van de eigenaars Mike en Jen(nifer) op vakantie in Florida achter de kassa, en diverse vermeldingen uit tijdschriften (Best of the Shore) aan de wand bij de T-shirts. Fourth Street is langs de kust van New Jersey bekend om zijn scones: knapperig van buiten, zacht van binnen.

Ik was gelijk verkocht, toen ik er in de zomer van 1996 voor het eerst kwam. In de vitrine naast de kassa lagen stapels scones en muffins. Mijn ogen bleven haken aan de morning glory muffin. De studente achter de kassa zag mijn aarzeling.

„Maybe yes, maybe no, maybe so?”, vroeg ze. Het was nog geen half zeven in de ochtend, maar haar stem klonk naar nooit meer slapen. Zangerig en verleidelijk. „What a glorious morning”, dacht ik en kocht de muffin.

Misschien is het hier de plaats om Mike en Jen te complimenteren met hun personeelsbeleid. De studentes van Fourth Street combineren het beste van Amerika: ze opereren snel en geruisloos, zijn opgewekt en zien er alternatief uit. De afgelopen zomer werd ik bediend door een jongedame met weelderige dreadlocks. Ze had de dochter kunnen zijn van Manny Ramírez, de grillige rastaman annex slugger van de Boston Red Sox, ware het niet dat die voor zover bekend alleen zoons heeft, die ook allemaal Manny heten.

Van de zomers vóór 9/11 is een studente in een halterhempje bijgebleven, waardoor een grote tatoeage op haar bovenarm – twee rokende pistolen aan weerszijden van een hoefijzer – zichtbaar werd. Loud and clear. Ik keek ernaar. Ze zei: „Makes you think, doesn’t it?”

Ik werd vaste klant. Met koffie en krant plantte ik mij elke ochtend buiten aan een tafeltje onder de luifel, om me te wijden aan m’n favoriete tijdverdrijf: het afluisteren van gesprekken. Ik trof het. Het café werd ontdekt door twee groepen die er sindsdien niet meer waren weg te slaan: surfers en de ‘divorce club’.

De surfers kwamen aanrijden in hun pick-up truck of roestbak, met hun plank in de laadbak of op het dak. Ze spraken elkaar aan met dude en voerden oeverloze gesprekken over golven, wild of tam, onstuimig of vlak, over hoe ze te berijden of te beteugelen, over de ziel van de surfer en de onmogelijkheid die te verenigen met een kantoorbaan, met als afscheidsgroet de vurig uitgesproken wens to kill some waves.

Zo etherisch als de surfers spraken, zo felrealistisch ging het eraan toe bij de divorce club. Enige voorwaarde voor het lidmaatschap was hier een spetterende echtscheiding. De kern van de groep werd gevormd door twee voormalige agenten die zich hadden omgeschoold tot schilder. Of was dat beroep een dekmantel? Het enthousiasme waarmee ze even na zessen in de ochtend over vuurwapens praatten, over de oorlog tegen de terreur en het neerknallen van ongure elementen deed bij mij het vermoeden rijzen dat ze privédetective waren, of undercover bij de FBI. Het kan natuurlijk ook dat ze met hun stoere gepraat indruk wilden maken op de dames, een wisselende groep leraressen, makelaars en kunstenaars. Vast ritueel was dat de groep zich, na het uitwisselen van losse flodders uit het nieuws en de laatste eilandroddels, collectief wierp op de kruiswoordpuzzel uit de krant, voor ze aan het werk gingen.

Ineens komt er een einde aan. Deze nazomer vernam ik van een prominent lid van de divorce club dat Mike en Jen een wijnboerderij in Californië hebben gekocht. Fourth Street wordt Eerste Kerstdag gesloten. Het pand wordt afgebroken, om plaats te maken voor een restaurant. Laatste bericht is dat er volgend jaar misschien een doorstart wordt gemaakt, op een andere locatie. Dat zal toch niet waar zijn?