Column

Koarsje opstek’n

De pyromaan Johnny B. heeft het Groningse boerengehucht ’t Zand op de kaart gezet door het bijna van diezelfde kaart te vegen. Grappige jongen. Zag hem op een filmpje van TV-Noord en daar klonk hij een paar weken geleden echt bezorgd. Hij had een door hemzelf aangestoken fik ontdekt en dat brandende schuurtje lag pal naast een grote schuur vol hooi. Het moest niet doller worden. Wanneer stopte het? Mooi bloosloos liegwerk van de man die op dat moment waarschijnlijk al wist welk volgend project in de hens zou gaan.

Johnny B., twintig jaar oud, geboren en getogen in een negorij waar nooit iets gebeurt. Behalve dan de jaarlijkse WK koeienvlaaien smijten, een tractorfestival en een schuuroptreden van de Zompige Sukerbieten. Maar dat is te weinig voor een jonge jongen. Er moest iets gebeuren. En een fikkie is nou eenmaal een lekkere sensatie. Zeker in zo’n derp! En na de eerste fik was hij natuurlijk verslaafd. Verslaafd aan alles. De vlammen, de rook, de geur, de brandweer, de mensen, de krant, de onrust, de pers en de hele flikkerse boel die bij een serie branden hoort. En verslaafd aan zijn geheim. Hij en zijn meisje waren de enige twee die het wisten. Het is ook geen dingetje dat je met meerdere mensen kunt delen.

Hoe vertelde hij het aan zijn meisje als hij weer last van branddwang kreeg? Zei hij iets in de trant van „ut wordt tied da’k weer us een koarsje ga opstek’n?” Zoiets zal het toch wel geweest zijn. En zal dat meisje ook een lichte sensatie gevoeld hebben? Een illegale trots die heerlijk kan zijn. Dat ze zacht dacht: Mijn Johnny!!

Bij de hoeveelste brand weet je dat er een pyromaan bezig is? Bij de tweede? Derde? En er moet tussen de branden een korte periode zitten. Geen jaren. Ben je nog pyromaan als je maar een keer in de drie jaar toeslaat? De ene keer een meubelboulevard in de buurt van Den Helder en dan hele tijd later een auto-onderdelengroothandel in de buurt van Geleen. Tel je dan mee? Volgens mij niet. Door mijn werk reis ik door het hele land, zie honderden dieptreurige industrieterreinen en kantorenparken en de gedachte komt vaak bij me op dat een overheidspyromaan goed werk kan doen. Ik denk dat meer Nederlanders afgelopen dagen gedacht hebben: wat mag er in mijn stad of dorp in de hens?

Zal ’t Zandt de komende Kerst een toeristische trekpleister worden? Het zijn toch lange dagen met je schoonouders en dan kan zo’n ritje uitgebrande schuren kijken een welkome onderbreking zijn. De mannen voorin en de vrouwen op de achterbank. Ook nog even langs het ouderlijk huis van Johnny. Er staat ongetwijfeld nu al een friteskraam en die gozer rekent zich nu al rijk.

Op dit moment zit ik in de stad Groningen en ik moet mezelf dwingen niet het platteland op te gaan. Want er is een hoop te zien. Niet alleen uitgebrande schuren in de buurt van Loppersum. Pas geleden heeft een gozer in Veendam zijn vrouw vermoord en onder zijn eigen groene zoden gestopt, de heer Klinkhamer hanteerde hier zijn befaamde gehaktmachine, vorig jaar had je de gruwelijke campermoord op het onschuldige meisje in de buurt van Stadskanaal en afgelopen week werd een 21-jarige voetballer van Veendam opgepakt omdat hij hem in een Duitse van 56 had gepropt. Hoe eenzaam kan je zijn in de provincie? Volgens mij is het in New York veiliger.

Ik doe het niet. Ik ga niet kijken. Blijf veilig in mijn hotel en volg alles op de televisie: negen jaar voor Holleeder, de mazzel van de Hells Angels en de kunstroof van Rijkman Groenink. Lekker stads genieten.

En met de Kerst veilig in mijn eigen Amsterdam waar nooit brand is. En als er brand is dan kijkt niemand er van op. Leukste regel las ik in het Dagblad van het Noorden. ’t Zand leeft mee met de ouders van Johnny. De telefoon stond roodgloeiend!

Youp van ’t Hek