Jihad in verwarring

Een belangrijke ideoloog van de gewelddadige jihad verwerpt de activiteiten van Al-Qaeda en roept op tot een ‘eind aan het wereldwijde bloedbad’. Maar: is hij oprecht?

In de Tora-gevangenis in het zuiden van de Egyptische hoofdstad is de Egyptische emir Sayyid Imam Abdulaziz al-Sharif (57) op andere gedachten gekomen – of misschien: gebracht. Een belangrijke ideoloog van de internationale jihad roept op een einde te maken aan het wereldwijde bloedbad en verwerpt de activiteiten van Al-Qaeda. „Het is ons door god verboden agressie te begaan, zelfs als de vijanden van islam dat wel doen”, stelt Sayyid Imam in zijn herziening onder de titel Rationalisering van de jihad in Egypte en de wereld. „Vecht in godsnaam tegen degene die jou bevechten, maar overtreed de grens niet, want god houdt niet van overtreders.”

Het pleidooi voor vreedzaam verzet lijkt een spectaculaire ommekeer in de opvattingen van de man die direct na de aanslagen op New York en Washington op 11 september 2001 nog zei dat terrorisme een plicht is zolang de Verenigde Staten een land van ongelovigen zijn. Dagelijks verschijnt een passage uit het honderdenelf pagina’s tellende document van zijn nieuwe gedachtegoed in Masri al-Youm (Egypte Vandaag), de grootste onafhankelijke krant van Egypte.

Sayyid Imam, opgeleid als chirurg en ook bekend onder zijn nom de guerre Dr. Fadl (Edelmoedige Doctor), is de grondlegger van de Egyptische Islamitische Jihad, een islamitische terreurbeweging die dood en verderf zaaide in de jaren tachtig en negentig. De Islamitische Jihad was verantwoordelijk voor diverse bloedige aanslagen, waaronder de moord op president Anwar Sadat in 1981 en een mislukte aanslag op president Hosni Mubarak tijdens een bezoek aan Ethiopië in 1995.

Sayyid Imam was de eerste emir, ofwel de ideoloog, geestelijk leider en commandant van de Islamitische Jihad. Zijn theoretische beschouwing met de titel Basisprincipes in de voorbereiding op jihad werd wereldwijd het handboek voor gewelddadige jihadisten en dient tot de dag van vandaag als blauwdruk voor Al-Qaeda. In de gedachtewereld van deze extremisten is iedereen, moslim of niet, die het niet met hun fundamentalistische doctrine eens is, een ongelovige en verdient daarom de dood. De geestelijk leiders claimen het gezag over ‘takfir’, ofwel excommunicatie.

Na de moord op president Sadat werd Sayyid Imam als een van de hoofdverdachten gezien. Hij vluchtte naar Pakistan waar hij als chirurg aan het werk ging in een ziekenhuis in Peshawar bij de grens met Afghanistan. Hier kwamen Arabische jihadisten bijeen om zich in de strijd tegen de Sovjet-Unie te mengen. Veel van hen sloten zich aan bij Osama bin Laden en vormden de kern van het latere Al-Qaeda. Net als Bin Laden vertrok Sayyid Imam in 1993 naar Soedan en vervolgens naar Jemen. In 1999 werd hij in Egypte door een militair tribunaal bij verstek veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Twee jaar later werd hij in Jemen gearresteerd, door de CIA verhoord en in 2004 uitgeleverd aan Egypte.

Enorme fouten

Nu, drie jaar later, verwerpt hij de doctrine van ‘takfir’. Hij zegt dat zijn groep “vanuit islamitisch perspectief enorme fouten” heeft gemaakt door „het moorden op basis van nationaliteit, huids- of haarkleur of religieuze overtuiging toe te staan”. Hij bekritiseert het gebruik van geweld tegen onschuldige moslims en buitenlandse gasten van islamitische landen. „Dat is niet de weg van de Islam, want het doel rechtvaardigt niet alle middelen in Islam, zelfs als het doel zelf wel legitiem is.” Ook beschuldigt hij het leiderschap van Al-Qaeda ervan de Talibaan in Afghanistan te hebben verraden door met de aanslagen van 9/11 de Amerikaanse invasie over het land af te roepen.

Gezien de belangrijke positie van Sayyid Imam in de wereld van de internationale jihad wordt er veel belang gehecht aan zijn verandering van inzicht. „Dit is een historisch keerpunt”, zegt Diaa Rashwam, onderzoeker bij Al Ahram Center, de toonaangevende denktank van de overheid. „Deze man heeft het ideologische grondwerk verricht voor de gewelddadige jihad. Daarom heeft zijn revisie zoveel deining veroorzaakt. In de chatrooms waar jihadisten elkaar ontmoeten, wordt druk van gedachten gewisseld. Sommigen vertrouwen het niet. Ze zien het als propaganda van het Egyptische regime. Anderen stellen inhoudelijke vragen”, aldus de druk gebarende Rashwan tijdens een gesprek op zijn kantoor.

Niet iedereen is even enthousiast. Abdul Rehim Aly, auteur en hoofd van het particuliere onderzoeksbureau Arab Center for the Study of Islamist Movements in Kairo ziet niets in de herziening van Sayyid Imam. „Hij is een opportunist. Hij verwerpt de tactiek van Osama bin Laden, omdat hij ziet dat het op een mislukking uitloopt. Maar hij hangt nog steeds dezelfde filosofie aan, de omverwerping van de staat en de stichting van het wereldwijde kalifaat.” Aly heeft geen geduld met goedgelovige mensen. Om zijn kritiek kracht bij te zetten, verheft hij voortdurend zijn stem. Op internet wordt hij met de dood bedreigd. „Ik heb hun websites en webfora geïnfiltreerd door mezelf voor te doen als een vrijwillige jihadist die gerekruteerd wil worden. Ze praten met twee tongen: naar buiten als de onschuld zelve, maar onder elkaar haatzaaiend en gewelddadig. Net als Sayyid Imam.”

Aly vergelijkt de ommekeer van Sayyid Imam met die van de concurrerende terreurbeweging Gamaa Islamiyah tien jaar geleden. „Dat was ook puur opportunisme, omdat ze inzagen dat ze de strijd hadden verloren. Alleen als de tegenstander sterker is, volgen ze de vreedzame weg. Maar als geweld effectief kan zijn, nemen ze de wapens net zo makkelijk weer op. Dat is hun filosofie: pure huichelarij.”

Staatspropaganda

De leiders van de Gemaa Islamiyah publiceerden eind jaren negentig zeven boekwerken waarin zij op hun eerdere rechtvaardiging van geweld en terreur terugkwamen. Ogenschijnlijk was dit het resultaat van jarenlange praatsessies die de jihadisten op aandringen van de autoriteiten hadden gehad in de gevangenissen. De extremisten hadden, al dan niet onder dwang, een allesomvattende heropvoeding ondergaan. Ze schreven al hun overwegingen, twijfels, overpeinzingen en interne discussies op en namen publiekelijk afstand van hun vroegere daden.

Aly wantrouwt ook de inkeer van de Gemaa Islamiyah. „Het regime dwong de leiders in de gevangenis verklaringen af te leggen. Jihadisten elders in de wereld waren niet overtuigd, want het was pure staatspropaganda.” Als bewijs noemt hij de manier waarop de vrijgelaten leden van Gemaa Islamiyah nu leven. „Ze worden steeds in de gaten gehouden, kunnen geen politiek bedrijven en mogen niet met journalisten praten. Ze zijn verplicht het regime te steunen. Hoe is dat mogelijk? Ze zijn bezweken onder de druk.”

Daarom is hij ook sceptisch over de oprechtheid van Sayyid Imam. „Enkele jaren geleden riep hij vanuit zijn Jemenitische cel nog op tot takfir en terreur. Hoe kan hij in zo’n korte tijd plotseling van mening zijn veranderd?” Aly vermoedt dat de gedachteverandering het gevolg is van een zwaar gevangenisregime, mogelijk marteling. „Hoe kan je het anders verklaren?”

Dit was precies de gedachte van Ayman al-Zawahiri, na Bin Laden de Egyptische tweede man van Al-Qaeda en volgens veel experts het operationele hoofd van de terreurbeweging. Al-Zawahiri was de leerling en goede vriend van Sayyid Imam gedurende de ontstaansjaren van de Islamitische Jihad. Toen Sayyid Imam vanuit de gevangenis in mei een faxbericht naar een Arabisch dagblad in Londen stuurde om zijn herziening aan te kondigen, maakte Al-Zawahiri hem belachelijk. „Ik wist niet dat ze tegenwoordig faxmachines hebben in de gevangeniscellen”, zei de voorman van Al-Qaeda in een videoboodschap. Hij kon het niet laten zich hardop af te vragen of het faxapparaat misschien op dezelfde stroomkabel was aangesloten als die waarmee de gevangenen in Tora worden gemarteld. Sayyid Imams is niet geloofwaardig, want niemand kan in gevangenschap vrij denken, zo was het argument.

Al-Zawahiri kan het weten. Toen hij in de jaren tachtig in dezelfde Egyptische gevangenis vastzat op verdenking van medeplichtigheid aan de moord op president Sadat ,verklikte hij onder druk van marteling de namen van zijn handlangers in de Islamitische Jihad. Volgens zijn biograaf, Montassar al-Zayyat, die tegelijkertijd in hechtenis zat en nu als advocaat fundamentalisten juridisch bijstaat, heeft Al-Zawahiri het zichzelf nooit vergeven. „De schaamte voor zijn eigen verraad heeft hem alleen maar verder geradicaliseerd”, zegt hij tijdens een interview op zijn kantoor in een oud en versleten appartementencomplex in het hartje van Kairo.

„Maar Sayyid Imam is niet onder de druk bezweken”, zegt Al-Zayyat boos. „Als gelovige zou hij het het liefst worden doodgemarteld om als martelaar naar de hemel te kunnen gaan. Deze herziening komt recht uit het hart. Het is het resultaat van een zuiver denkproces.” In de wachtruimte zitten twee vrouwen met gezichtssluier en een nors kijkende bebaarde man. Ze zijn om hulp komen vragen omdat hun broer twee weken geleden is vastgezet zonder arrestatiebevel of proces.

Rashwan is dezelfde mening toegedaan. „Sayyid Imam zou zijn ziel nooit verkopen. Dit soort mensen kun je niet breken. Ze kijken juist uit naar de dood.” Volgens de analist is het veelzeggend dat Al-Zawahiri zich aangesproken voelt door zijn vroegere vriend. „Hij is natuurlijk bang dat hij zijn belangrijkste instrument om te rekruteren verliest, namelijk de overtuigingskracht.” Rashwan verwacht positief resultaat. Volgens hem heeft de eerdere inkeer van Gemaa Islamiyah ook vruchten afgeworpen. „Egypte is niet langer een broedplaats van terreur. Er komen geen nieuwe rekruten voor de internationale jihad uit Egypte.”

Martelingen

„Onzin”, zegt Kamal Habib, een van de voormalige leiders van de Islamitische Jihad. „Niet de revisies van Gemaa Islamiyah, maar het keiharde optreden door het veiligheidsapparaat heeft geleid tot de val van de gewelddadige jihad in Egypte”, oordeelt hij tijdens een gesprek in het gebouw van het journalistensyndicaat in Kairo. Hij denkt dat de gevangenis de oorzaak kan zijn van Sayyid Imam’s ommekeer. „Strijders zullen nooit tot een nieuw inzicht komen zolang ze in vrijheid kunnen opereren.” Zelf zat hij van 1981 tot 1991 in de gevangenis. „In de eerste jaren werd ik gemarteld en vernederd. Het geweld bleek geen middel om een bekentenis af te dwingen, maar gewoon een doel op zichzelf. Later werd het minder, we mochten boeken lezen en familie ontvangen. We hadden discussies. We stelden onszelf de vraag: is geweld echt de enige manier om een islamitische staat te bereiken? De gevangenis biedt een plek waar je kunt denken. Er is toch niets anders te doen. Het kan twee resultaten opleveren: je wordt extremer of je wordt verstandig en gematigd. Op mij heeft opsluiting het tweede effect gehad. Ik kwam tot het besef dat we fout waren geweest Wat was er gebeurd als we erin waren geslaagd de staat omver te werpen? Het was een puinhoop geworden. Voor ons was de islam het antwoord op alle problemen die we zagen. Het was een utopie.”

Habib is nu werkzaam als schrijver en onderzoeker. Hij pleit voor vreedzaam verzet tegen het bewind van Mubarak en de vrijlating en rehabilitatie van voormalige jihadisten. Van de Islamitische Jihad zitten naar schatting nog altijd tussen de 3.000 tot 6.000 verdachten in de gevangenis. De meeste worden al twintig jaar zonder vorm van proces vastgehouden. In de afgelopen maanden zijn enkele honderden vrijgelaten, mogelijk als beloning voor Sayyid Imams ommekeer. Van de Gemaa Islamiyah waren meer dan 20.000 mensen jarenlang geïnterneerd. De meesten zijn inmiddels vrijgelaten, behalve degenen die als terrorist ook daadwerkelijk werden veroordeeld en levenslang kregen.

Ook Habib erkent dat Sayyid Imams herziening vanuit de gevangenis een gebrek aan geloofwaardigheid heeft, hoe oprecht hij ook is. „Vooral omdat zijn inkeer door het regime als propaganda wordt gebruikt.” Toch heeft Sayyid Imams bekering nut, vindt Habib. „Er valt een belangrijke theoretische onderbouwing weg van de gewelddadige jihad voor de instructeurs. De kunst is om het nieuwe gedachtegoed over vreedzaam verzet beschikbaar te stellen aan jonge generaties. Het biedt een alternatief, ook voor de radicaliserende moslims in Europa.”