Incidenten, geen ‘bewuste’ vernedering

Wegens misstanden bij de ontgroening kwam het Delftsch Studentencorps in opspraak. Nu ligt er een onderzoeksrapport van oud-leden. En een advies: aanpassen.

Op de studentensociëteit Phoenix stond dit jaar tijdens de kennismakingstijd (KMT) een metalen kooi van 1,60 meter lang, 1,10 meter breed en 70 centimeter hoog. „Overmatig zelfverzekerde” kandidaat-leden van het Delftsch Studentencorps (DSC) liepen het risico in die kooi te belanden. „Om een schrikbeeld voor andere kandidaat-leden op te roepen” werden de handen van de foeten soms vastgetapet. Gemiddeld bleven gestrafte eerstejaars „15 tot 30 minuten” in de kooi. Soms werden ze „met bier en rauwe eieren belaagd”. Soms ook werden de kandidaat-leden natgespoten. Verder was er een schandpaal; „maximale verblijfstijd” 30 minuten. Kandidaat-leden zijn nimmer „aan de polsen” opgehangen.

De citaten komen niet uit een politiedossier. Ze zijn evenmin van het bestuur van de Technische Universiteit (TU) Delft, dat in september misstanden bij de ontgroening van het corps onderzocht. Ze komen uit een rapport van het DSC zélf, of preciezer: van de Vereniging van Oud-Leden (VOL).

Op 13 september van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een brief van Karel Kuilman, oud-lid van het DSC. Onder de kop Abu Ghraib aan de Schie beschreef hij de nare ervaringen van zijn 18-jarige zoon in de kennismakingstijd. Vader Kuilman schreef dat zijn zoon in een corpshuis moest slapen op een „plank vlak boven twintig centimeter water’’ en dat hij rauwe eieren moest stukbijten. Volgens Kuilman was op de sociëteit een kast, waarin eerstejaars studenten aan hun polsen werden opgehangen. Foeten zouden zijn geslagen, moesten „urenlang” in ijswater zitten en stilzitten met een brandende kaars in hun mond. Vrouwelijke kandidaat-leden zouden consequent zijn aangesproken met „hoer”.

De senaat van de studentenvereniging liet weten „het als zeer vervelend” te ervaren dat een KMT „op deze manier door een kandidaat-lid is beleefd”. Later stelde het corps dat „uit eigen onderzoek geen bevestiging is gebleken van de zware beschuldigingen, afgezien van een kleiner incident”. Het bestuur van de TU Delft concludeerde na een kort onderzoek dat kandidaat-leden wel waren blootgesteld „aan fysiek geweld en vergaande vernedering”.

De oud-leden van het corps besloten in te grijpen en deden zelf onderzoek. Nu ligt er een rapport van twintig pagina’s. Het goede nieuws: de beschuldigingen van vader Kuilman zijn volgens de oud-leden grotendeels niet waar. Van „bewuste, stelselmatige vergaande vernedering” is geen sprake geweest.

Het slechte nieuws is dat corpsleden zich schuldig hebben gemaakt aan „excessieve handelingen” en dat verschillende ontgroeningsmethoden „op of over de rand van het aanvaardbare” waren. De commissie adviseert daarom „middelen, die als persoonlijke vernedering zouden kunnen worden ervaren” af te schaffen.

Drie generaties DSC-bestuurders zitten bij het haardvuur in sociëteit Phoenix. VOL-voorzitter Olivier van Royen (78), oud-topman van Hoogovens, was ooit president van de senaat van het DSC. Eline van der Veen (22) is zijn verre opvolgster. Ook Henriëtte van Swinderen (47) was lid van de senaat. Ze zijn het roerend eens: de buitenwereld heeft door de affaire een volstrekt vertekend beeld van hun vereniging gekregen. „Toen ik die brief in de NRC las, dacht ik: dit kan niet waar zijn”, zegt Van Royen.

Maar veel van de zaken die Kuilman beschrijft komen toch terug in uw rapport? Het ijswater. De kaarsen in de mond. Rauwe eieren moeten doorbijten.

Van Royen: „Van de veertien punten die Kuilman in zijn brief heeft aangehaald hebben we er eentje bevestigd gekregen: de rauwe eieren. Voor vier andere punten is enige basis, maar ze zijn compleet uit hun verband gerukt.”

Henriëtte van Swinderen: „De strekking van het artikel was dat er sprake was van opzettelijke en stelselmatige vernedering. Dat hebben wij nergens geconstateerd. Wat wij wél hebben vastgesteld, is dat er een aantal incidenten heeft plaatsgevonden.”

Volgens vader Kuilman moest zijn zoon op een plank boven water slapen. Dat blijkt een deur geweest. Maar zijn slaapzak was wel nat.

Van Swinderen: „Er is het beeld ontstaan van corpsleden als beulen die een soort kampsituatie creëerden. In werkelijkheid waren het vaak leuk bedoelde, maar niet goed doordachte plannen.”

Van der Veen: „De andere jongens uit zijn groep hebben het slapen boven water goed opgepikt. Die konden het wel waarderen.”

Van Royen: „Het was speels bedoeld. Dat zie je bij alle punten.”

Kunt u zich voorstellen dat de buitenwereld niet begrijpt waarom een 18-jarige eerstejaars in een bak met ijswater zou moeten gaan zitten?

Van Royen: „Dat gebeurde alleen met de overmatig zelfverzekerden. Maar met die praktijken zijn te veel risico’s gelopen. En de buitenwereld begrijpt het niet. We hebben vastgesteld dat iemand anderhalf uur in de kooi zat omdat men vergeten was hem er uit te halen. Dat kandidaat-lid vond dat niet vernederend. Hij was meteen bekend bij iedereen! Maar het kán als vernederend worden ervaren. Ons advies: laat het weg.”

Gaat de senaat de adviezen van de oud-leden opvolgen?

Van der Veen: „De senaat neemt de conclusies en de aanbevelingen over. Er is een groot draagvlak voor. De senaat had al paar jaar het gevoel dat we de KMT moesten aanpassen. Nu is er enorme bereidwilligheid om mee te denken.”

Lees de brief van de vader via nrc.nl/opinie