In Beeld

Wat nu weer? Wat hebben de orthodoxen nu weer verzonnen om hun moeders, echtgenotes, zusters te kwellen en te knechten? Moet dat harde masker het contact met de buitenwereld nog verder beperken? Zodat de stem vervormd klinkt en het natuurlijke timbre daarvan aan de heerser thuis blijft voorbehouden? Het gaasvenster van de boerka geeft bij ongunstige lichtval natuurlijk nog veel van het gezicht erachter bloot: aan die wantoestand moest een einde komen. Zoiets.

De eerste indruk wordt bepaald door vooringenomenheid. Moslims – dan weten we het wel. Het is óf herrie over het jongste geval van beledigende blasfemie óf een verbluffend staaltje van bigotterie. Woede en conservatisme, daaruit lijkt een godsdienst die ook een traditie van zachtmoedigheid heeft hoog te houden, uitsluitend nog te bestaan.

De eerste indruk en het vooroordeel zijn onjuist. Dit zijn moslima’s op hadj, de pelgrimstocht naar Mekka. Straks gaan zij steentjes gooien naar de duivel. De hadj is een massale gebeurtenis, die jaarlijks levens eist, dus een opvallend teken om het gezelschap waartoe men behoort te markeren, ligt voor de hand. Het embleem is geen masker, het zit, zichtbaar provisorisch, aan de achterzijde op het gewaad gespeld.

Dit is een close-up; de fotograaf projecteerde een enclave in een weids landschap. Hij ontdekte en isoleerde een grafisch beeld, van wit links, zwart rechts, en van vreemde en vervreemdende vormen, zonder voor- of achterzijde. Het beeld ontneemt de mens zijn concrete verschijning – die ene hand en die schoudertas moesten maar weggeretoucheerd worden. Dan blijft een abstract over. Zonder titel.