Hoerige chardonnay

Smaakt de wijn naar gekonfijte appel of conferencepeertjes? Een korte cursus meepraten-over-wijn. Voor wie niet gewend is wijn in woorden te gieten.

Lang, lang geleden was ik een heuse wijnkenner. Het was diep in de jaren zeventig, beaujolais primeur was le dernier cri, ik was zo wijsneuzerig als je alleen in vijf gym kunt zijn, en onder invloed van de huiselijke doordeweekse Pinard en zondagse fles had ik een wijnboek gelezen. „Geen grand cru”, sprak ik daarna, „wat jong nog, maar een niet onaardige afdronk”. Iets wat je na een blik op etiket en oogstjaar van praktisch iedere wijn kunt zeggen. Bluff your way into wine. Maar hoe moet het nou als je oprecht iets wilt – of moet – zeggen over de wijn onder je neus? Een korte cursus.

Zeg nooit ‘wijntje’

Ook niet: ‘Lekker wijntje’. Soms schatten van mensen die dat zeggen, maar toch: de mond spoelen met literpak liebfraumilch. „Muziekje”, zeggen ze ook.

Bral met mate

Nog erger dan iemand die ‘wijntje’ zegt, is de man (het zijn bijna altijd mannen) die zegt wijnkenner te zijn. Wie zegt van alles over wijn te weten is een snob, een patjepeeër, een onbenul. Vraag het de ware wijnboer, vraag het welke connaisseur dan ook, en ze zullen zoals biochemicus en beaujolaisboer Jules Chauvet zeggen: „Hoe meer ik leer over wijn, hoe meer ik besef dat ik er nauwelijks iets van weet”. Drink, en bral met mate.

Leer het aromawiel uit het hoofd

Wijn in woorden gieten, we proberen het al alle zesduizend jaar dat we wijn drinken en het blijft behelpen, hoe we ons best ook doen. Bovengenoemde Jules Chauvet is niet alleen vermaard door zijn puurnatuurwijn, hij bedacht ook de geurgroepen. Professor Ann Noble van de Californische wijnuniversiteit Davis werkte het idee later uit in haar aromawiel. Het wiel is als een brie in een zuinig huishouden gesneden in smalle punten (zie illustratie). Elke punt staat voor een geur. Doet een wijn je aan bloemen denken, dan deel je hem in bij bloemig, waarna vervolgens uit allerhande boeketten gekozen kan worden. Fruitig biedt de rijke keuze van een goedgesorteerde groentejuwelier, terwijl chemisch alles van natte honden tot knoflook en kerosine herbergt.

Vergeet het aromawiel weer

Misschien dat het aromawiel werkt voor de professionele gebruiker van het systeem, maar de gemiddelde buitenstaander kan van zo’n boodschappenlijst geen chocola maken: gekonfijte appel, Provençaalse perzik, witte peper, granny smith, zoete bloemen, galiameloen, koekjes, abrikozencompote, conferencepeertjes, golden delicious, fumé en mineraal, licht floraal met rozenwater, natalmende pruimencompote, frambozen tot diep in de finale. En dat zijn nog slechts de voorbeelden van één pagina uit een serieus wijntijdschrift (pagina 18 van de bijlage Frankrijk van Perswijn, oktober 2007). Leg het in natura naast elkaar, en hoe je je best ook doet, het ruikt echt heel anders dan de wijnen die in die onderdelen uiteengeplukt zijn.

Back to basics, zegt de tegenpartij. De essentie. Donker, rood, geel fruit. Rijp, onrijp. Hout, geen hout. Forse tannine, goede zuren, bescheiden alcohol. En, zoals ook Chauvet al in zijn proefnotities schreef, naast zijn geurenclassificatie, subjectieve termen als: lomp, elegant, zuiver.

Laat uw gebaren boekdelen spreken

U hoeft niet per se iets te zeggen. Wat zeiden we immers? Drink, en praat met mate. Laat uw gebaren boekdelen spreken. Bekijk het glas. Een goed glas is grofweg tulpvormig, en zo groot dat het, voor hooguit eenderde gevuld met wijn, toch geen ongastvrije hoeveelheid biedt. Pak het glas. Bij de steel, niet bij de kelk, opdat uw zevenendertig graden warme vingers de wijn niet verwarmen.

Wit moet koel, niet ijskoud, dat verdooft de smaakpapillen. Rood vanouds op kamertemperatuur. Vanouds: het is een begrip van voor de uitvinding van de centrale verwarming. Zestien, zeventien graden, niet meer. Houdt het glas een beetje schuin, en kijk. Dat dient nergens toe, maar het staat goed. En ruik. Ruik! Proeven is ruiken. De tong noteert zout, zoet, zuur en bitter, verder doet de neus al het werk. Vandaar het toelopende glas, slechts ten dele gevuld: het gaat om de geur. Niet bang zijn, gewoon even geconcentreerd ruiken, net als wanneer u in het huiselijk verkeer wilt weten of voorbijkomende stank een poepluier betreft danwel een kerstdinerkaasje. Hoe ruikt de wijn? Een waaier aan geuren, of kaal en vlak? Zeg nog steeds niks, en neem een slok. Volgt de smaak de geur? Is het een mondvol, of dun en waterig? Zoet, zuur, bitter? Slik, en staar peinzend in het niks. U registreert wat ze de afdronk noemen, of de lengte van de wijn. Is de smaak meteen weg, of blijft u de wijn proeven? Zo ja, smaakt het naar meer, of snakt u naar water en in heel ernstige gevallen een straffe espresso om het weg te spoelen?

Zeg wat uw sociale intelligentie u ingeeft

Wil uw gastheer of -vrouw een diplomatiek ‘lekker hoor’ horen of een diepgravende analyse? Zoekt u de confronterende waarheid of wilt u stiekem toch wel een beetje indruk maken? Gaat het u meer om uzelf dan om de wijn: spieken. Noteer geestelijk naam en oogstjaar. Vindt u de wijn lekker, dan zegt u iets als: „Heel karakteristiek voor jonge/middelbare/oude bordeaux/bourgogne/watdanook. Mooi hoor!” Bij minder lekkere wijn: „Een beetje teleurstellend voor zo’n jonge/middelbare/oude bordeaux/bourgogne/watdanook. Jammer hoor!”

Of wees eerlijk

Vindt niemand erg. Snobs praten er hoe dan ook overheen en de oprechte liefhebber vindt het heerlijk u wijnwijs te maken. Die liefhebber heeft het voordeel van de ervaring. Hij of zij heeft talloze wijnen geproefd, heeft dus vergelijkingsmateriaal, en komt zo met de simpelste en doeltreffendste proefnotities op de proppen als ‘een ouderwetse, strenge bordeaux’, ‘wel een wat hoerige chardonnay’, ‘een echte macho-malbec’. Zover bent u nog niet, maar doet uw glas u aan een eerder gedronken wijn denken, zeg het. Zo niet, probeer simpelweg te verwoorden wat u rook en proefde. Lekker, gaat wel of vies is een eerste reactie, maar probeer te duiden wat er wel of niet beviel. Soepel of wrang? Vol, luxueus, of dun en hard? Zoetig of frisdroog? Fruitig, kruidig, hout? Oprecht fruit of snoepjes? Ja, het lijkt moeilijk, maar het verschilt niet wezenlijk van het bespreken van de juiste gaarheid van spruitjes, de smeuïgheid van puree, wat deze bal gehakt voor heeft op een andere.

Maar wees niet te eerlijk

Wat als de wijn echt heel vies is? Voor tact is wel wat te zeggen. Zeker als degene die het bocht schenkt heel lief en mooi danwel griezelig sterk is. „Interessant”, zegt u dan. „Heel aparte wijn.” En, met uw alleronschuldigste glimlach: „Nog nooit zoiets geproefd”.