Het mag gillen

Juwelen en Kerst, hoe moet dat eigenlijk? Ingetogen of uitbundig? De mening van twee sieradenontwerpers en een verkoper.

‘Met juweelen gaat het als met lippenrood: een heel klein beetje te veel is al gauw veel te veel!”, schreef Amy Groskamp-Ten Have ruim zestig jaar geleden in haar etiquetteboek Hoe hoort het eigenlijk?

Joost Lyppens (42) eigenaar van Lyppens in de Amsterdamse Langebrugsteeg vindt dat onzin. „Het mag gillen”, zegt hij. Lyppens is gespecialiseerd in Art Deco, Art Nouveau stijlsieraden en juwelen uit de Belle Epoque en het Victoriaanse tijdperk. Een klein beetje te veel is volgens hem nog veel te weinig. „Ik vind het geweldig als mensen zich royaal uitdossen. Ik zit nu twintig jaar in de sieraden. Jarenlang moest het verfijnd en klein zijn. Gelukkig is de tijd van doe maar gewoon voorbij.” Volgens hem zijn bolle, op de jaren vijftig geïnspireerde sieraden in roodgoud ideaal voor kerst. Ook geschikt zijn symmetrische Art Deco sieraden met veel zwart in platina en witgoud. „Die staan geweldig op een little black dress.”

Bij ‘kerstsieraden’ denkt ontwerpster Johanna Titselaar (44) aan groot. De winkeliers die bij haar inkopen ook. „Voor de feestdagen willen ze uitbundige stukken”, zegt Titselaar die in 1990 samen met Bernard Jongstra het sieradenmerk Gem Kingdom oprichtte. „Extravagante sieraden hebben we altijd gemaakt.” Ze denkt dat mensen voor de kerst meer uitpakken dan normaal. „Dat komt door de invloed van red carpet-gelegenheden en omdat steeds meer beroemde designers met sieradenlijnen komen die ze opvallend presenteren tijdens shows.”

„Vrouwen dragen tegenwoordig veel lipstick”, zegt Rodrigo Otazu (39) die werkt voor de Franse couturier Christian Lacroix en tot zijn klanten Kylie Minogue mag rekenen. „Een mooi rood gestifte mond is stijlvol, vooral in combinatie met strak achterovergekamd haar. Daarbij horen lange chandelier oorbellen, en veel armbanden. Te veel is nooit goed. Tenzij je het kan hebben. Iemand als Coco Chanel droeg vier grote armbanden per arm, had ladingen parelkettingen om haar hals en ook nog een hoed. The full look. Ze kende geen limieten.”

Otazu brengt voor zijn eigen merk al vanaf het begin, in 1997, kerstcollecties, tegenwoordig ook voor Gassan Diamonds. „Ik kom uit Zuid-Amerika, Kerst is daar speciaal. Een feestelijke gelegenheid om flink uit te pakken. Een goede ring en veel armbanden horen erbij. De trend is zwart. Zwarte stenen en zwart metaal, maar ook goud en kristal. Diamanten in champagnekleur vind ik nu het mooist.”

‘De goede smaak eischt, dat men nimmer modern gezette juweelen draagt bij antieke”, schrijft Groskamp-Ten Have. „Het effect daarvan is afschuwelijk.” Ook echt en vals mag je van haar niet combineren.

Van Otazu mag het eerste. „Als je weet hoe je een Art Deco stuk met ‘plastic fantastic’ kan mixen, doe het. Je bent in elk geval origineel, en daar draait het om in de mode.” De combinatie van vals en echt is écht onmogelijk, benadrukt de Argentijn. „Ik heb het Anna Wintour, de hoofdredactrice van de Amerikaanse Vogue nooit zien doen. En als zij als trendsetter het niet doet, dan kan het niet.”

Joost Lyppens heeft – als het goed gebeurt – geen moeite met mengen van goud en zilver. „Als je zilver met goud combineert, en het zilver is geoxideerd staat dat niet mooi. Het moet wel allemaal blinken. Witgoud en roodgoud combineren geweldig in colliers.”

Titselaar ziet steeds vaker aparte combinaties. Grappig en verrassend vindt ze kettingen die met elkaar worden verbonden via de slotjes. „Je krijgt dan een nieuwe ketting die je meerdere malen om je hals kan slaan. Mensen willen personalizen.”

Bij Lyppens stellen mensen steeds vaker zelf colliers of armbanden samen uit verschillende materialen. „De klant kan kiezen uit honderden voorgeregen kralensnoeren van parels, agaat- of koraalsoorten. Door barokke parels met hout te combineren krijg je een uniek collier. Nog specialer wordt het als je daar een apart slot aanzet, bijvoorbeeld een bijbelslotje of gesp.”

„De goedgekleede man zal geen diamant aan zijn vingers dulden”, staat in Hoe het hoort. „Noch aan zijn vest of das.” Voor Otazu is het ultieme kerstsieraad voor mannen de pinkring. Het liefst met grote gele diamant, anders van glad zilver. Een occasion met een onyxsteen kan ook. „Met Kerst draag ik een pinkring en manchetten. Ja natuurlijk met diamanten, altijd met diamanten.”

Joost Lyppens verkoopt rond deze tijd veel manchetknopen van wisselende materialen en met allerlei afbeeldingen, van afgietsels van antieke munten tot boeddha’s. Ook hij ziet voor Kerst het liefst diamanten exemplaren. „Die knallen uit de manchetten. Diamanten zijn tijdloos en flonkeren in kaarslicht. Vroeger mochten ze alleen gedragen worden na zes uur ’s avonds.”