Een galmende oproep tot gebed als ringtone

In Senegal doet zich een nieuw fenomeen voor: jonge korangeleerden en rappers propageren samen een strenge moraal. ‘Wij jongeren geloven niet langer in politici.’

Een liefhebber van Tiken Jah Fakoly, de Ivoriaanse reggaezanger die in Senegal tot persona non grata is verklaard wegens zijn „beledigende uitspraken” over de regering. Foto AFP A fan of Ivory Coast's reggae star Tiken Jah Fakoly dances with a portrait of Bob Marley, the king of Reggae as he performs during a reconciliation concert held in Treichville, Abidjan 'working district, late 08 December 2007. Fakoly was in exile in Mali and has built his reputation thanks to his soulful reggae style - a reminder that reggae is still a potent force in Africa. AFP PHOTO / KAMBOU SIA AFP

Er zijn ontelbare rappers in de Senegalese hoofdstad Dakar en sinds kort hoort Yaba (23) daar ook officieel bij. Beretrots is hij dat een nummer van hem is opgenomen op een compilatiealbum. Het gaat over de problemen in de buurt, legt hij uit.

Misdaad en prostitutie zijn aan de orde van de dag in de dorre banlieue waar Yaba en zijn broer wonen, een wirwar van kokende zandstegen op drie kwartier rijden van het centrum van de stad. Maar van gangstarap moet Yaba niets hebben. „Opscheppen over seks is dierlijk gedrag”, zegt Yaba. „Want waarin verschillen we nog van dieren als we alleen aan seks denken?”

Terwijl de meeste jongens posters van voetbalhelden ophangen, hangt bij Yaba een oude man met een baard aan de muur. Geestelijk leider Ibrahim Niass van de Tijane-moslimbroederschap is Yaba’s idool. „De president doet niets voor ons”, zegt Yaba. „Alleen de islam kan ons de weg wijzen.” Elke vrijdagavond worden de knabbelende geiten op de binnenplaats verdrongen door biddende buurtbewoners. Die komen niet voor Yaba, maar voor zijn broer, een charismatische jonge marabout of korangeleerde die ageert tegen de zedenverwildering en het wanbeleid van het lokale bestuur. De jongeren in de buurt, zegt iedereen, hangen aan zijn lippen.

De broer van Yaba, Cheikh Abdoul Ndiaye, zit omringd door duttende volgelingen op een matras op de grond van een kleine raamloze kamer. Cheikh Abdoul Ndiayes ogen blijven op de grond gericht als hij in gerapt Wolof, de taal van de meeste Senegalezen, uiteenzet wat er mis is met de maatschappij. „Onze volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen de bevolking niet”, vindt hij. „Wij jongeren geloven niet langer in politici. De jongeren die een baan hebben, degenen die geld hebben, degenen die niets hebben, degenen die muziek maken – deze generatie heeft de hoop verloren.”

Zijn mobieltje gaat. Als ringtone galmt de oproep tot het gebed. Onder het toeziend oog van Ibrahim Niass, die ook hier prominent aan de muur hangt, schenkt een van de jongens thee.

Senegal telt minstens drieduizend rapgroepen. Rappers beschrijven het leven in de banlieue, becommentariëren het nieuws of doen hun beklag over de politiek. Rap is een barometer van de stemming in de achterstandswijken. En afgaand op die stemming waait er een straffe wind uit religieuze hoek.

Religie bepaalt al de meeste aspecten van het openbare leven in dit land, waar 95 procent van de bevolking moslim is. De marktkramen, het openbaar vervoer, de pindaplantages en de verkoop van muziek zijn allemaal in handen van de Mouride-moslimbroederschap, evenals de Tijane een geafrikaniseerde tak van de islam. Maar de jonge marabouts die in de banlieue hun eigen discipelen verzamelen en hand in hand met rappers een streng moralisme propageren, zijn een nieuw fenomeen. Het is geen beweging, en nog niet in aantallen uit te drukken. Toch valt het op, zeggen waarnemers: veel jongeren keren de politiek de rug toe en zoeken hun heil in religie.

Meer dan de helft van de twee miljoen inwoners van Dakar is jonger dan 25 jaar. Het waren jongeren die zeven jaar geleden massaal op de been kwamen om politieke verandering te eisen, aangevoerd door rappers die zich opwierpen als opinieleiders. Nog steeds claimen zij trots hun aandeel in de belangrijkste democratische omwenteling in de geschiedenis van het land: de verkiezing van oppositiekandidaat Abdoulaye Wade tot president.

Wade surfte in 2000 naar de macht op een golf van onvrede over het veertigjarige regime van de socialisten. Het was de tijd van de eerste mobieltjes en de eerste FM-radiostations, zegt historicus Ousseynou Faye, die doceert aan de universiteit van Dakar. „Jongeren traden op als een soort poortwachters van de verkiezingen. De radio bracht militante rapmuziek die hen aanmoedigde naar de stembus te gaan, en daarna belden ze aan elkaar door wat ze zagen.”

De 80-jarige Wade heeft de verwachtingen niet ingelost. In het buitenland heeft hij Senegal met succes als modeldemocratie aan de man gebracht, maar thuis betoont hij zich een patriarch van de oude stempel die alle macht naar zich toe trekt. De felste critici van zijn beleid werden de afgelopen zeven jaar ingepalmd, opzij geschoven, gearresteerd of getreiterd met achterstallige belastingaanslagen. Religieuze leiders hebben hun greep op de samenleving kunnen verstevigen, met name de invloedrijke moslimbroederschap van de Mourides waartoe Wade behoort. Maar de grootste frustratie onder jongeren blijft de hoge werkloosheid.

Bijna alle banen die er tussen 1995 en 2004 bijkwamen, zitten in de informele sector: 97 procent, volgens de Wereldbank. Net als de emigratiegolf is de opmars van de reli-rappers en de jonge marabouts „een duidelijk symbool van de teleurstelling van jongeren”, zegt historicus Ousseynou Faye.

De 27-jarige rapper Bambino heeft heel wat kennissen die eens per week hun bidkralen pakken en een nacht doorhalen bij de lokale marabout. „Soms denk ik dat ze het alleen maar doen omdat ze gratis te eten krijgen”, zegt hij. „Maar helemaal zeker ben ik er niet van.” Bambino keerde na zeven jaar zelfgekozen ballingschap in Londen terug naar Dakar. Hij draagt een zonnebril, Dolce & Gabbana-gymschoenen en heeft net een studio geopend waar elk soort muzikaal talent welkom is. Ook reli-rappers.

Vergeleken met 2000 is er veel veranderd, zegt Bambino. Het optimisme van toen is weg. „Jongeren waren geëngageerd en wij rappers kwamen uit voor onze ideeën. We zeiden met onze muziek: als je wilt dat het regime verandert, moet je het lot in eigen handen nemen en naar de stembus gaan. Dat werkte. Maar nu lijkt het alsof er een soort verzadigingspunt is bereikt. Het vuur is gedoofd.”

Bambino’s eigen idealisme kwam hem duur te staan. Hij vertrok omdat hij met de dood werd bedreigd door volgelingen van de populaire marabout Modou Kara Mbaké. Bambino had hem bekritiseerd nadat hij openlijk zijn steun had betuigd aan de toenmalige president Abdou Diouf. „In een nummer beschreef ik hoe geschokt ik was dat marabouts zich zo openlijk met de politiek bemoeiden. Het mocht niet op de radio worden gedraaid, maar het heeft wel een debat op gang gebracht over hiphop en politiek.”