ÉÉN BASISTOON

Vroeger was er geen identiteitskaart maar je wist al jong wie je was. Het milieu van je ouders en hun katholieke of protestantse achtergrond waren grosso modo bepalend. Toen kwamen de ontkerkelijking, de ontzuiling, de grote democratiseringsgolf, een opleidingsboom en de vrouwenemancipatie. De eigen-keuzesamenleving werd geboren en daarmee ontstond een ongekende variatie aan inheemse identiteiten, voortaan aangeduid als leefstijlen. Hedonisten, kosmopolieten, agnosten en vele anderen differentieerden de samenleving. Ondanks deze wirwar bleef verwarring uit. Het werd feestgedruis op een basistoon van individuele vrijheid en tolerantie.

En of het niet genoeg was, kwamen er op het feest ook gasten uit verre landen. Nederland werd immigratieland. Er arriveerden onder anderen gastarbeiders uit Marokko en Turkije en asielzoekers uit niet-westerse landen. Met name moslims brachten een eigen identiteit mee. Dat werd aanvankelijk begroet als nieuwe uitheemse variant op de toch al uitbundige diversiteit aan inheemse identiteiten.

Maar niet iedere gast deelde in de oorspronkelijke basistoon van het feest. Ja, sommigen wel. Die feestten gewoon mee. Ze leerden Nederlands, maakten carrière en vonden hun weg. Vooral de meisjes delen in de feestvreugde en kiezen voor een snelle emancipatie. Maar voor velen blijkt vrijheid van meningsuiting, gelijke rechten voor vrouwen, tolerantie voor homoseksuelen of acceptatie van andere wereldbeelden een moeilijke basistoon. De helft van alle Turken en Marokkanen vindt dat niemand hun geloof in twijfel mag trekken en dát in een land waar meer dan 40 procent van de bevolking geen geloof aanhangt. Hoe hou je dan een gemeenschappelijke basistoon? Sommigen denken dat op te lossen met een volkser volkslied. Minister Vogelaar hoort in de verte al een nieuwe oriëntaalse melodie en in Duitsland maakt de expliciete titel Wir sind Deutsche furore op hitlijsten. Ook daar zoekt men naar de juiste toon.

De verwarde burger ziet zijn vrije-keuzesamenleving, en daarmee zijn zelfgekozen identiteit, bedreigd. Tegelijkertijd lossen ook andere symbolen van diezelfde samenleving – de gulden, Fokker en nu ABN – op in het niets. Wat doet zo’n burger? Die zoekt naar gelijkgestemden om zijn identiteit te houden. Te beginnen in de liefde. Voor de perfecte match is er nu internet. Of het een hoogopgeleide of agrariër moet zijn: iedereen kan werken aan zelfsegregatie. De nakomelingen van de nieuwkomers doen dat ook. Ongeveer acht van iedere tien jonge Turken en Marokkanen willen een moslimpartner. Afhankelijk van je budget kun je vervolgens passende buren vinden via Funda – Ontdek je plekje is terug als onderdeel in het proces van zelfsegregatie .

De gevolgen zijn op de woningmarkt al lang zichtbaar. Amsterdammers met snelle inkomensstijging verhuizen ook snel naar buurten waar al rijken wonen. Een ton méér betalen voor hetzelfde huis? Opwaartse mobiliteit of zelfsegregatie? Het resultaat is hetzelfde: wonen bij je eigen soort.

In autochtone buurten is 91 procent van de autochtone bewoners tevreden met de bevolkingssamenstelling van hun buurt; in buurten met meer dan 50 procent allochtone bewoners zakt het percentage tevreden autochtonen naar 44. De koopkrachtige middenklasse woont in homogene buurten met koopwoningen boven de drie ton die fungeren als onzichtbare afweer tegen te veel mixfactoren.

In het sociale leven wordt feitelijk de scheiding aan identiteiten ook steeds meer geïnstitutionaliseerd. Het aantal zwarte scholen en moslimenclaves neemt toe en de hypotheekmarkt wordt aangepast. Op straat is de gesluierde identiteit van een moslima een teken voor een ongelovige Thomas uit Friesland dat hij voor haar niet de meest geschikte partner is.

Komende jaren wordt de hoeveelheid aan identiteiten niet minder. De individualiseringstrend zet immers door. Er zijn ook indicaties dat inkomensverschillen groter kunnen worden dan ze nu al zijn. Het is wensdenken dat bij al die sociale en economische differentiatie een gemeenschappelijke basistoon vanzelf snel wordt teruggevonden.

We zullen er iets aan moeten doen. Het bevorderen van functionele identiteiten is ook volgens het recente rapport van de wrr te mager. Het biedt geen basis voor een nieuw feestgevoel. Een wij-gevoel is gekoppeld aan emotionele identiteit. Daarin ligt de basistoon. En dan is er maar één mogelijkheid: de school. Vanuit een collectieve overtuiging dat we iets hebben wat we horen te delen kunnen we alle kinderen hetzelfde meegeven, en dat is: het feest van vrijheid dat in de grondwet is vastgelegd. Kinderen hebben daar recht op.

Net zoals kinderen het recht hebben gekregen om te leren schrijven en rekenen. Daarmee krijgen alle kinderen gelijke startkansen bij de ontwikkeling van hun identiteit. Ongeacht de denominatie van je school, ongeacht wat je thuis leert, hoor je onderwijs te krijgen in grondwettelijke vrijheden, in plichten, en in wereldbeelden. Dan leer je ook dat sommige mensen gelukkig zijn zonder een god of dat kinderen in een tweemoedergezin ook aan hun moeders hechten. Misschien kun je dan later makkelijker accepteren dat je buurman of -vrouw het allemaal heel anders ziet. Als we zover zijn kan het feest van vrijheid weer doorgaan.

Jan Latten is hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam en mede-auteur van Liefde à la carte, trends in moderne relaties.