Eelt is terug op handen van Hamm

Na de Spelen in Athene stopte hij, inmiddels is de Amerikaanse olympisch kampioen Paul Hamm (25) weer volop in training voor ‘Peking’. ‘Ik moest eerst weer eelt kweken.’

Paul Hamm traint aan het wandrek. Foto Merlin Daleman Nederland, Zwijndrecht, 20-12-07 Paul Hamm tijdens zijn training in Zwijndrecht. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

De turners in de kleine gymzaal vanO&O (Oefening & Ontspanning) in Zwijndrecht veinzen normaal te trainen. Maar voortdurend zie je schielijke, bewonderende blikken naar de gespierde torso van die man in rode sportbroek gaan. Ogenschijnlijk is Paul Hamm een van de jongens. Maar schijn bedriegt. De opwinding over de aanwezigheid van een olympische kampioen is bijna tastbaar.

Hamm laat zich alle stille aanbiddingen van de jonkies en vooral van de turnsters welgevallen. De Amerikaan, die in Zwijndrecht was om te trainen, is wel wat gewend sinds hij in 2004 bij de Spelen in Athene goud won op de meerkamp. Hamm was het middelpunt van een groot turnschandaal, dat tot een vloed aan publiciteit leidde. Uit televisiebeelden kwam onomstotelijk vast te staan dat de Zuid-Koreaan Yang Tae-Young olympisch kampioen had moeten worden, omdat zijn brugoefening ten onrechte 9,9 in plaats van tien punten als uitgangswaarde had gekregen. Een blunder waarvoor drie juryleden werden geslachtofferd en als gevolg waarvan de internationale turnfederatie FIG door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) werd gedwongen een nieuw beoordelingssysteem te ontwikkelen.

De succesvolste helft van eeneiige tweeling uit Wisconsin behield zijn titel, omdat de Koreanen te laat waren met hun protest. En Hamm bezweek naderhand niet onder de druk van de FIG om – als een gebaar van sportiviteit – zijn medaille vrijwillig in te leveren. „Waarom zou ik?”, zei Hamm na afloop van de training achter een kop dampende thee. „Dat zou niet fair zijn geweest. Ik heb niets fout gedaan. Wij turnen niet in een vacuüm, maar worden door de omgeving beïnvloed. Dan kunnen fouten gemaakt worden. En die van juryleden kunnen eventueel worden hersteld. Maar als de regels van de beroepsprocedure niet zijn nageleefd, kan mij dat onmogelijk verweten worden.”

Hamm, die als dé attractie van het jaarlijkse, driedaagse gymgala dit weekeinde door de turnbond naar Nederland is gehaald, wordt in Zwijndrecht niet als de schlemiel van de Spelen gezien. Hij krijgt de waardering van een grote kampioen. „Ik ben een fan van Hamm”, zegt O&O’s hoofdtrainer en oud-bondscoach Rob Stout, terwijl hij aanstormende talenten bij hun ringoefening in het oog houdt. „Vooral vanwege zijn mentaliteit. Technisch zijn er betere turners. Maar Hamm is slim, vooral in de samenstelling van zijn oefeningen. Die zijn afgewogen en gebaseerd op het behalen van een maximale score. Ik vind hem het prototype van een allrounder.”

De pragmaticus Hamm deelt die mening. Hij kent zijn kwaliteiten en handelt daar naar, zoals blijkt uit zijn vooruitblik op de Olympische Spelen van volgend jaar in Peking. „Ik heb alleen medaillekansen in de landenwedstrijd en bij de meerkamp. Met uitzondering van misschien rek kan ik bij de toestellen niet op tegen de specialisten.”Om daar met een vette knipoog aan toe te voegen: „En al helemaal niet tegen Yuri van Gelder aan de ringen.”

Dat Hamm zichzelf medaillekansen toedicht, is uitzonderlijk omdat de turner pas sinds een half jaar weer fulltime traint. Na de Spelen in Athene hebben hij en zijn tweelingbroer Morgan gekozen voor hun studie. In het geval van Paul betrof dat Bedrijfskunde aan de Columbus Universiteit in Ohio. In juni studeerde de turnkampioen af. Na ‘Peking’ stopt hij definitief met turnen om zijn Masters af te ronden. Of zoals hij het zelf uitdrukt: „One more round and then it will be done.”

Hoewel de broers Hamm na ‘Athene’ niet meer in toernooien uitkwamen, zijn ze wel blijven trainen. „Drie tot vier keer per week”, vertelt Paul Hamm. „We hadden de Spelen in Peking in ons achterhoofd en wisten dat we bezig moesten blijven om geen onoverbrugbare achterstand op te lopen. Desondanks was de rentree moeilijker dan ik had verwacht. Vooraf visualiseer je in de trant van: ik doe dit zus en dat zo, maar in werkelijkheid blijkt het razend moeilijk om voluit te turnen. Man, het leek wel of ik babyhanden had; ik moest eerst weer eelt kweken. Maar nu voel ik me een betere turner dan voorheen.” Om er lachend aan toe te voegen: „Maar dat zegt niets, want de rest van de wereld is ook beter geworden.”

Het viel Hamm ook zwaar nieuwe oefeningen samen te stellen. En hij deed het met weinig plezier, want de Amerikaan is een fervente tegenstander van de nieuwe codering. Zijn belangrijkste klacht: „In werkelijkheid is er niets veranderd. Net als voorheen is de oefening opgebouwd uit bonusoefeningen en bepalen de fouten de mate van aftrek. Maar voor de gemiddelde toeschouwer is het er niet beter op geworden. Die tien als maximale waardering is een helder referentiepunt. Wat moet het publiek nu denken van een vijftien of een zestien? Ik vind het vooral verwarrend.”

Hamm is een intelligente jongen met interesse voor politiek – ‘ik voel me meer aangetrokken tot de Republikeinen dan de Democraten’ – maar aan een kritisch standpunt ten opzichte van China waagt de olympische kampioen zich niet. „Om top te kunnen presteren, moet ik politiek gevoelige zaken negeren. In essentie zijn de Spelen bedoeld om alle landen ter wereld vreedzaam bij elkaar te brengen. Dan past het niet vijandigheid te creëren. Als we de olympische waarden willen waarborgen, moeten de sporters zich niet uitlaten over politieke zaken.”

Natuurlijk weet Hamm van misstanden zoals slavenarbeid en is hij op de hoogte van de executies van politieke tegenstanders van het Chinese regiem. Maar hij piekert er niet over om daar tijdens de Spelen een statement over te maken. „Het politieke systeem is een Chinese zaak. Als ik tijdens de Spelen in een goede accommodatie kan turnen en mijn veiligheid is gewaarborgd, dan maakt de politieke situatie mij niet uit.”

Hamm komt naar Peking om een weeffoutje te herstellen. Hij wil een ‘normale’ gouden medaille. „Mijn prestatie in Athene werd overschaduwd door de controverse over de rechtvaardigheid van mijn meerkamptitel. Dat is wat de mensen zich herinneren. Persoonlijk heb ik de discussie verdrongen. Ik heb me voortdurend respectvol gedragen en voel me de enige echte olympische kampioen. Maar ik ga naar Peking met het idee dat ik vanaf nul moet beginnen. Zo benader ik de Olympische Spelen. En niet in de zin dat ik een titel heb te verdedigen.”