Duo Boi Akih overtuigt met intieme huiskamermuziek

Concert: Boi Akih. Gehoord 20/12 BIMhuis, Amsterdam. Verder: 17/1 Mahogany, Edam, 18-19/1 Festival Winternachten Den Haag.

Ze trapt haar sandalen uit, stapt met blote voeten op het vloerkleed en begint te zingen als een engel. Achter haar staat een tafeltje met twee glazen, rechts van haar zit een man. Hij speelt fantastisch, op een licht versterkte Spaanse gitaar, zonder veel ophef.

Het liedje dat begint met ‘Mahai’ (‘Leven’) heeft een tekst van nog geen twintig woorden maar dat geeft niet; de Moluks/Nederlandse Monica Akihary is geen rijmende coupletten-rijger maar een muzikant die toevallig zingt. Doorslaggevend zijn timing en toon; een tekst is handig om de sfeer te bepalen.

Aan de hand van deze leidraad maakte Boi Akih (Akihary plus gitarist Niels Brouwer) in april de cd Yalelol. Dat album werd opgenomen in de woonkamer van het duo, met de voeten wellicht op hetzelfde vloerkleed.

Dat de intieme huiskamermuziek van Boi Akih ook het Amsterdamse BIMhuis zou gaan veroveren, bleek al na een dik kwartier toen Akihary en Brouwer duidelijk maakten dat de stap van Spaanse flamenco naar Indiase raga slechts een kleine is. Als je weet hoe dit verband ligt uiteraard, en bereid bent dit met liefde te demonstreren. De stem van Akihary is zeer kleurrijk vooral in het laag, en de tegenpartijen van Brouwer zijn altijd raak.

Als tien minuten na de pauze cellist Ernst Reijseger zich bij het duo voegt, komen ook de dansers en kijkers aan hun trekken. De laatste gebruikt zijn klassieke instrument namelijk ook om er ‘slag-gitaar’ op te spelen, er uiterst ritmisch op te trommelen en door er met bespuugde vingers piepgeluiden uit te halen.

Deze natte vinger-act valt niet uit de lucht; Reijseger speelde, net als slagwerker Sandip Bhattacharya, mee op Uwa I, de vorige plaat van Boi Akih.

Een grotere en rumoeriger entourage vraagt wellicht een Boi Akih in dat kwartet-formaat, maar in het muisstille BIMhuis eergisteren overtuigde het duo genoeg.