Diepzeeworm uit walvisbotten lust ook koeienbotten

Wat gebeurt er met koeienbotten op de donkere bodem van de diepzee? Binnen 56 dagen zitten er wormen in, zo ontdekte een team van zeebiologen onder leiding van Robert Vrijenhoek van het Monterey Bay Aquarium Research Institute (Proceedings of the Royal Society B, online, 11 december).

De diepzeewormen behoren tot het geslacht het geslacht Osedax. Het team van Vrijenhoek ontdekte deze wormen in 2002 op de zeebodem van Monterey Bay voor de kust van Californië. De rode wormen leefden in afgezonken walvisbeenderen, hun natuurlijke biotoop. Het bleken vreemde dieren, zonder mond of darmstelsel en zonder ogen. Met behulp van symbiotische bacteriën verteren ze de walvisbotten die tegelijk als voeding en huisvesting dienen. De vrijkomende voedingsstoffen nemen ze op door de huid.

Sinds hun ontdekking hebben onderzoekers gedacht dat deze diepzeedieren extreme voedselspecialisten waren, die alleen konden overleven in walvisbotten. Maar nu blijkt dat ze ook runderbeenderen ‘lusten’, een materiaal dat niet snel op natuurlijke wijze in de diepzee terechtkomt.

Vrijenhoek en zijn collega’s plaatsten op verschillende dieptes (395 tot 2893 meter) in totaal zeven ‘bottenbomen’ op de oceaanbodem, steeds in de buurt van eerder gelokaliseerde walvisskeletten. De lokbomen bestonden uit een constructie van pvc-pijpen met daarop verse, in de lengte door midden gezaagde bovenbenen van runderen, die zoveel mogelijk ontdaan waren van aanhangend vlees. Onbemande duikbootjes controleerden nu en dan of er al leven in of op de runderbotten verscheen.

Slechts twee bottenbomen bleven ook na bijna een jaar wormloos. De andere vijf bevatten een of meer Osedax-soorten. Zes van de acht bekende Osedax-soorten in Monterey Bay verschenen op de koeienbotten. Runderbeenderen zijn veel harder en minder vet dan die van walvissen, maar dat leek geen hindernis voor de worm. Waarschijnlijk is hun menu in het wild ook niet kieskeurig, schrijven de onderzoekers.

Ze staan nog steeds versteld van het tempo waarin de wormen verse walvis- of runderbeenderen koloniseren. Dat het nog geen twee maanden duurt, betekent dat de diepzee vergeven moet zijn van eitjes of jonge larven van deze wormen die op goed geluk een geschikte vestigingsplaats proberen te vinden.

Sander Voormolen