De kleine heks wil in hoger beroep

Wie komt er bij de rechter en waarom? Bianca werd aangehouden met twee niet-betaalde cd’s in haar tas. Ze heeft geen bonnetje en geen Bijenkorftasje.

Hoe krijg je een rechter op de kast? Het lukt Bianca (40) vrij aardig. Ze komt binnen in de rechtszaal. De rechter zegt: gaat u zitten. Nee, zegt ze. Ze blijft liever staan. Ook goed.

Bianca werd tijdens de Drie Dwaze Dagen in de Bijenkorf in Amsterdam aangehouden door de beveiliging. Het alarm was afgegaan toen zij de uitgang passeerde. In haar tas zaten twee cd’s. Die had ze gekocht, zei ze. Het bonnetje was haar even ontglipt. En nee, ze had geen tasje van de Bijenkorf willen hebben van de kassajuffrouw, want ze had al een tas.

Juist, zegt de rechter. Ik doe heel vaak boodschappen bij de Bijenkorf, begint hij. En ik krijg altijd een tasje. Bianca, vinnig: ik niet. Dus.

Sterker nog, zegt de rechter, de beveiligingsdienst van de Bijenkorf heeft verklaard dat elke klant altijd een bon in een tasje krijgt. Bianca, uit de hoogte: dan weet ik niet in welke Bijenkorf jij komt.

Toen ze werd aangehouden, wenste Bianca geen verklaring af te leggen. Waarom niet, informeert de rechter. Die rechercheur van de politie, zegt Bianca, was een zeer agressief en intimiderend persoon. Hij had durven te veronderstellen dat ze een dief was. En had de suggestie gewekt dat dat iets van doen zou hebben met haar huidskleur.

Ja, ja, zegt de rechter. Maar als u nou wel iets had gezegd, dan had u kunnen vertellen bij welke winkeljuffrouw u had afgerekend. En die had dan misschien gezegd: o ja, die mevrouw wou geen tasje. Ja, zegt Bianca, dat had gekund.

Terloops vraagt de rechter of ze haar bonnetje inmiddels heeft terug gevonden, het is nu twee maanden na haar aanhouding. Nee, zegt Bianca, daar heb ik echt geen tijd voor gehad.

Waarom niet? Nou, zegt Bianca, ik heb zoveel problemen. Allemaal schulden, ik ben nu dakloos, en ik krijg geen uitkering. Maar, zegt de rechter, u bevestigde net toen ik uw adres voorlas, dat u daar woonde. Ik woon er ook, zegt Bianca, maar de deurwaarder wil me uit mijn huis zetten. Aha, zegt de rechter, dus u bent niet dakloos.

130 euro wordt haar straf. Te vervangen door twee dagen zitten. Bianca stuift op. Laat mij maar twee dagen de cel ingaan, want ik heb toch geen geld. Zo’n vaart loopt het niet, zegt de rechter. Er wordt eerst beslag gelegd op uw uitkering. „Die heb ik dus niet.” Hij vervolgt: dan wordt de inboedel verkocht of wat u nog aan waarde bezit. Cd’s bijvoorbeeld. Een dan pas komt de cel in zicht. Dan ga ik in hoger beroep, zegt Bianca. Dat kan, zegt de rechter, maar dan moet eerst een andere rechter beoordelen of dat wel kan. Bianca maakt een wegwerpgebaar. Weer zo’n rechter die denkt dat zo’n zwartje het wel gedaan zal hebben. Nu begint de rechter wrevelig te worden. „U beticht me van racisme. Daar baal ik van.”

Ik wil alleen maar zeggen, zegt de rechter, dat er een verlofstelsel is voor dit soort kleine boetes. U moet een andere raadsheer uitleggen waarom u vindt dat uw zaak in hoger beroep moet worden behandeld. Dat zég ik toch, bitst Bianca. Omdat jullie bevooroordeeld zijn. De rechter: Neemt u vooral zo’n folder mee die voor u ligt. Nu ontploft Bianca. Racist, gilt ze. En: wees vervloekt. Dat ben je toch al. Ga maar gauw weg, waarschuwt de rechter. Ze rent de zaal uit. Krijst door de deuropening: racist. Nu laat de rechter zich gaan: kleine heks! Wegwezen jij. M’n zaal uit. Heks.

Als ze weg is, wist hij zijn voorhoofd. Staat op. Even schorsen, prevelt hij.

De zaal is nu leeg. Af en toe steekt iemand van de rechtbank zijn hoofd om de deur. Die hebben Bianca ook briesend voorbij zien hollen. Alles onder controle? Leeft iedereen nog? Het is toch een wonder dat het niet vaker zo gaat.