‘De inzet wordt beloond’

Jan Peter Balkenende hecht aan zijn eigen stijl van politiek bedrijven. „Ik ben bevlogen”. En: „De mensen hebben het door wanneer je aan de oppervlakte blijft.”

Ruim een uur spreken we een goedgemutste Jan Peter Balkenende in het Torentje. Wat we vooraf over hem hoorden, blijkt te kloppen. Is de minister-president op stoom, dan valt hij in zijn enthousiasme moeilijk bij te benen: hij heeft zichzelf aangeleerd in het openbaar iets langzamer te spreken dan binnenskamers. Voorbeelden volgen elkaar in hoog tempo op, gedachten worden soms half afgemaakt en even later weer opgepikt. Zeer zelfverzekerd en positief is Balkenende. „Cynisme en negativisme, daar heb ik niets mee.”

Zijn gelambriseerde werkvertrek oogt neutraal, met meubilair dat je aantreft in cafés waar je afspreekt voor zakelijke ontmoetingen. Terwijl zijn voorganger Lubbers in het Torentje kracht ontleende aan een houten kruis en Kok aan een buste van de oude Drees, valt er bij deze premier niet zo snel een inspiratiebron aan te wijzen. Of het moet die vitrine met glimmende modelautootjes zijn. Verder zien we een voetbal, foto’s van vrouw en dochter, een aquarel van het Torentje, een zeefdruk van een straaljager en twee portretten. Balkenende met Clinton en met prins Bernhard in zijn laatste levensdagen: een heel vaag kiekje. Fotograaf was Gerard van der Wulp, hoofd Rijksvoorlichtingsdienst. Hij mocht niet flitsen wegens de fragiele gezondheid van de prins.

Ruim vijf jaar gaf Balkenende in dit kamertje leiding aan Nederland en aan vier kabinetten. Een opmerkelijke prestatie voor iemand die in 2002 schijnbaar toevallig lijsttrekker werd. Zoals de held uit zijn lievelingsfilm Mr. Smith goes to Washington, wiens politieke loopbaan begon omdat iemand een munt opgooide. Balkenende werd in 2002 lijsttrekker van een verscheurde CDA en leek de zoveelste tussenpaus. Hij won, gold daarna als te onervaren voor het premierschap, kreeg harde kritiek over zijn gebrek aan leiderschap en finesse, mobiliseerde in 2005 half Nederland tegen zijn beleid. En won opnieuw.

Dus zit Balkenende nog steeds in het Torentje en hoopt hij met zijn vierde kabinet de rit uit te zitten. De voortekenen zijn niet onverdeeld gunstig: Balkenende IV liep in zijn eerste jaar vast in een impasse over het ontslagrecht en lijkt nu al een beetje op een echtpaar dat bij elkaar blijft voor de kinderen. Balkenende beklemtoont dat het te vroeg is om te oordelen, maar wekt de stellige indruk dat hij met weemoed terugkijkt op zijn drie eerdere kabinetten. „Die relatie met de VVD functioneerde met enorm beleidsresultaat als je kijkt naar de structuurveranderingen. En dat ondanks enorme maatschappelijke tegendruk. De geschiedenis zal daarover oordelen. Maar we zitten nu in een andere fase. Dit kabinet is een antwoord op een signaal vanuit de bevolking.”

De afgelopen verkiezingen was er een vlucht naar de vleugels en hernieuwd populisme. Rekent u zich dat aan, dat gebrek aan vertrouwen in de middenpartijen?

„Laten we teruggaan naar vorig jaar. Een week of drie, vier voor die verkiezingen stonden zowel CDA als PvdA enorm sterk. Maurice de Hond zei: het zou kunnen dat beide partijen boven de vijftig zetels uitkomen. Ik las toen in analyses dat kiezers het vertrouwde midden weer opzochten. Maar dat hing samen met de kwestie: komt er een tweestrijd tussen Balkenende en Bos? Die tweestrijd ebde weg, toen ontstonden er opeens weer heel sterke flanken.”

Het gaat erom wat de kiezer op de eindstreep doet, niet om peilingen.

„Maar weet u wat er was gebeurd als de wedloop tussen Balkenende en Bos langer had geduurd? Dat weet je niet, dus pas op met snelle conclusies. Aan de rechterzijde stapte Wilders uit de VVD en later trok ook Rita Verdonk haar conclusies. Maar zijn dat incidenten of bewegingen met betekenis voor de langere termijn?

Of neem 2002. Het was duidelijk dat Paars toen aan het eind van zijn levenscyclus zat. Dan volgt de opkomst van de LPF en die vreselijke moord op Pim Fortuyn: 26 zetels. Maar een aantal maanden daarna was de LPF weer terug op 8 zetels. Of kijk je naar de SP: 25 zetels is een prachtig resultaat dat iets zegt over haar verworteling in de samenleving. Maar wat is de lange termijn? Ik vind het veel te vroeg om te zeggen dat Nederland versplintert.

Zelf hecht ik zeer aan brede volkspartijen waarin meerdere generaties, achtergronden en inkomensklassen zijn vertegenwoordigd zodat je vitaal blijft en een visie ontwikkelt. Daar heb ik meer mee dan bewegingen met één issue. Maar organiseer je jezelf onvoldoende als gevestigde partij en bied je weinig toekomstperspectief, dan rekent de kiezer je daarop genadeloos af. Mijn partij heeft ook een moeilijke periode gehad na 1994. Dan is het een kwestie van de rug rechten en investeren in inhoud.”

De politiek is uiterst gepolariseerd. Wekt dat niet verlammend op het bestuur?

„Het woord verlamming moet je vermijden, de polarisatie is al sinds 2002 een feit. De afgelopen jaren had ik een duidelijk schema. Ik zag dat Nederland onderpresteerde in Europa. De overheidsfinanciën liepen niet goed, het thema normen en waarden vond ik belangrijk. Op al die punten heb ik een agenda neergezet.

We worden nu elke week getrakteerd op opiniepeilingen en zitten in een klimaat met de nodige hyperigheid. Dan is er één ding essentieel: weten wat jouw kompas voor de toekomst is. Regeren is verder kijken dan de eerstvolgende verkiezingen. Dat relativeert het gedoe.

De afgelopen jaren kregen wij veel kritiek. Er werd gezegd: het vertrouwen in de regering valt helemaal weg, kijk naar de maatschappelijke onrust in het jaar 2005. Maar toen bleek eind vorig jaar de vertrouwenscores van de regering tegen de zeventig procent te zitten. Dan zie je: het waren kabinetten die wisten wat er te doen stond en hervormingen doorvoerden. En Nederland werd er beter van.”

De fractieleiders van de middenpartijen zeggen: we kunnen geen compromis verkopen.

„Je moet ook geen genoegen nemen met verwaterde compromissen, je kunt beter soms de één en soms de ander iets gunnen. Maar vorm je eenmaal een coalitie, sta dan ook voor je zaak. Het knokken doe je bij de opstelling van het regeringsakkoord, daarna moet je dat akkoord uitvoeren. Ons beleidsprogramma is scherper, concreter dan het vorige. Hier in Den Haag zeggen ze dan: ach, het is slechts een prospectus met mooie plaatjes. Maar lees het gewoon, wat staat erin? Dan krijg je heel positieve commentaren.”

Spijt het u niet dat u Bos in de campagne verweet dat hij ‘draait en liegt’? Dat stimuleerde de groei van de SP en leverde een coalitiegenoot op die moeizaam concessies doet.

„Je moet dat in perspectief zien. Het had te maken met twee heel concrete onderwerpen: het ontslagrecht en koopkracht van ouderen. Het was geen kwalificatie van de persoon Bos. Omgekeerd zijn er ook veel opmerkingen in mijn richting gemaakt. Dat ging er fors aan toe. Ik vind het juist mooi dat wij nu samenwerken, hoewel we jarenlang tegenover elkaar stonden. Je moet je zelf volwassen opstellen, de nieuwe situatie onder ogen zien, tonen dat je ook samen een kar kunt trekken.”

U zette normen en waarden met succes op de agenda en spreekt het land regelmatig vermanend toe, bijvoorbeeld dat een zesjescultuur niet volstaat. Heeft dat effect?

„Ik geloof niet dat het woord ‘vermanend’ op zijn plaats is. Na 2002 besloten we het thema respect en fatsoen op de agenda te krijgen, maar die agenda leefde ook bij de bevolking. Het gaat gewoon om praktische dingen. Respect voor de leraar, de politieagent, in het verkeer, maar ook je verplaatsen in de ander. Heb je een veilige leefomgeving, op wat voor soort school komen je kinderen? Het is niet zo moeilijk. Vraag ik op een basisschool in Zoetermeer wat respect betekent, dan antwoorden ze: gewoon normaal doen. Doe normaal!

Dan heb je die zesjescultuur. Ik geloof dat Nederland alleen vooruit komt met een toekomstgerichte en positieve instellingen. Ik heb niks met cynisme en negativisme, van ‘ach, het is wel genoeg, het loopt zo’. Nee, we moeten excelleren. In het omgaan met elkaar, economische prestatie, ontwikkelingssamenwerking.”

Men verwijt dit kabinet zich te veel te bemoeien met wat achter de voordeur gebeurt.

„Ik verbaas me over dat debat over betutteling. Dat soort woorden worden gehyped, maar wanneer hebben wij het over betutteling? Bij een verbod op paddo’s? Moet je zeggen: ‘we laten alles zoals het is’ of ‘we onderkennen dat het heel gevaarlijk kan zijn in combinatie met alcohol’? Dat is geen betutteling, maar mensen tegen zichzelf in bescherming nemen. Ander voorbeeld: de verkoop van alcohol aan jongeren onder de 16, jongeren die zich bewusteloos drinken. Dat willen we toch niet, dus gaan we daarop toch strenger toezien? Je ziet dat kinderen dan niet presteren op school en hun eigen glazen ingooien.”

Laatst liet men u op televisie allerlei grove filmpjes zien in de kennelijke hoop dat u zou zeggen: ‘dit moet verboden worden!’ U laat zich dan niet uit de tent lokken.

„Ik voel dat wel een beetje zo aan, ja. Ik zie de overheid niet als zedenmeester, maar we moeten beseffen wat moraliteit betekent en zwakkeren beschermen. Dat je ingrijpt als daar aanleiding voor is en verder de eigen verantwoordelijkheid van ouders en kinderen en school respecteert. Van de cultuur van gedogen moeten we af, dat heb ik vaak gezegd. Niets erger dan een overheid die haar eigen regels niet serieus neemt. Dus zijn we strikter geworden. Recidivisten worden zwaarder gestraft. Meer mensen op een cel. Preventief fouilleren. Gebruik van DNA als bewijsmateriaal. Waarom? Om Nederland veiliger te maken.”

Neveneffect van uw normen en waarden is dat het privé-leven van politici in het publieke domein komt. Eis je normen en waarden van burgers, dan hebben zij het recht te weten wat wethouder Depla in het fietsenhok doet en wat de dochter van Rouvoet schrijft op Hyves.

„Zet je normen en waarden op de agenda, dan maak je jezelf kwetsbaar. Als politicus heb je nog meer een voorbeeldfunctie. Je leeft in een glazen huis, maar dat moet je er niet van weerhouden te zeggen wat er moet gebeuren. Al spelen we nu soms wel heel erg op de persoon.”

In de Tweede Kamer noemt men een minister knettergek of doet argumenten af als ‘bullshit’. Geeft deze lichting politici een goed voorbeeld?

„Ik hou vast aan mijn eigen stijl van politiek bedrijven, maar het lijkt me goed als de Kamer zich van tijd tot tijd afvraagt: wat zijn onze spelregels? Iedereen ziet hoe politici opereren, er komt een moment dat mensen bij excessieve debatten vragen: waar gaat dit nog over? Ik hou van een scherp debat, je moet je niet inhouden, maar elkaar wel waardig benaderen. Dat is ontzettend belangrijk, je wilt graag dat men in de samenleving ook waardig met elkaar omgaat.”

U stipte aan dat het vertrouwen in de overheid weer toeneemt. Denkt u dat we in rustiger vaarwater zijn beland?

„Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is de sfeer in ons land weer wat ontspannen. 2002 en de jaren daarna was een tijd van een politieke moord, van economische teruggang en harde boodschappen, van verkilling van verhoudingen. Ook een tijd dat we problemen benoemden, zoals het integratievraagstuk, en criteria aanscherpten. We hebben toen afgesproken dat we keihard aanpakken wat niet deugt. Daardoor voelen mensen zich nu weer veiliger.”

In 1998 noemde Jan Peter Balkenende, toen zevende op de lijst van het CDA, ‘Mr. Smith goes to Washington’ zijn favoriete film. U zei: ‘hij begint stuntelig, maar groeit in zijn rol.’ Maakte Mr. Balkenende dat waar in Den Haag?

„Die film sprak mij enorm aan. Mr Smith komt op voor een milieudoel, stuit op geweldige weerstand en gevestigde belangen, maar blijft geloven in zijn ideaal. Aanvankelijk is het wennen aan het politieke metier in Washington, maar uiteindelijk zet hij de besluitvorming naar zijn hand. Wat ik van die film overhield: geloof in je idealen, wees onverzettelijk om die te bereiken. Ik maak geen vergelijking met mijn loopbaan, dat mag niet, maar als je gelooft dat Nederland sterker moet worden en dat je ervoor moet knokken, dan heb je een sterk kompas nodig. Ik heb de afgelopen jaren moeten knokken en die inzet wordt beloond. Dat zag je met de verkiezingsuitslag vorig jaar.”

Is er een premier met wie u zich identificeert?

„Niet één persoon. Abraham Kuyper (gereformeerd ideoloog, premier van 1901-‘05) is een voorbeeld, niet zozeer omdat hij zo’n goede premier was, want dat ging niet zo gemakkelijk. Maar hij inspireerde me met zijn gedachtegoed. Jelle Zijlstra (1966-’67) was maar kort premier, maar spreekt me enorm aan wegens zijn analytische vermogen. En Zijlstra had weer enorme waardering voor Willem Drees (1948-’58) omdat hij zo’n bescheiden en bekwame premier was. Piet de Jong (1967-1971), daar heb ik de laatste tijd veel contact mee. Die was vier jaar premier in een moeizame, gepolariseerde tijd en wist toch de rust te bewaren. Het gaat me niet zozeer om een persoon, maar om eigenschappen, dat houdt me wel bezig. Ben je visionair, doe je wat nodig is in jouw periode?”

Abraham Kuyper was een visionair, maar speelde als premier niets klaar. Kan een Nederlandse premier gezien de smalle marges niet beter een technocraat dan een visionair zijn?

„Zo zit ik niet in elkaar. Ik ben een bevlogen iemand, heb heel duidelijk idealen en bedrijf van daaruit politiek, maar koppel dat wel aan een scherpe analyse van maatschappelijke ontwikkelingen. Een technocraat zoekt puur technisch naar compromissen. Je hebt meer nodig, politiek krijgt pas echt kleur als het gaat om inhoud en visie. Met technocratie red je het niet.”

U geldt als ideoloog, heeft het CDA daarmee uit de woestijn geleid. Dreigt het CDA nu niet weer een grauwe bestuurderspartij te worden?

Laat ik het niet te veel hebben over het CDA. Er zijn lastige tijden, dat gold voor het CDA tussen 1994 en 2002. Dat geldt nu voor de VVD, en voor de PvdA in het afgelopen jaar. De vraag is hoe je jezelf dan versterkt. Dat begint altijd met een goed en sterk verhaal, de mensen hebben het door wanneer je aan de oppervlakte blijft.

U stond aan het hoofd van vier kabinetten. Vallen ze te vergelijken?

„Dat is moeilijk. In Balkenende I hadden we problemen met de LPF, later met D66. Maar de kern in al die drie kabinetten was de relatie tussen CDA en VVD. We zitten nu in een andere fase, maar geef geen oordeel over een huis dat in de steigers staat want dan lijkt het nog niet zo veel. Ik vond het wel mooi dat dit kabinet bij zijn aantreden zei: goed, eerdere hervormingen blijven staan, van hieruit gaan we verder.”

U vergt wel bovenmenselijk veel geduld van de pers, vier jaar lang geen oordeel vellen. Het beeld van dit kabinet is niet positief.

„Ach, er was veel positief commentaar op Balkenende IV in het begin, misschien iets te veel. Daarna volgde kritiek. We hadden een moeilijk debat over het ontslagrecht, dat zagen we ook aankomen, daarom hebben we daarover ook een heel behoudende formule in het regeerakkoord gezet. Kijk naar andere dossiers: het wijzigingsverdrag in de EU, Uruzgan, de begrotingsvoorbereiding, de afspraken met gemeenten en provincies, de pardonregeling, de mobiliteit. Nu het Kerst is kan ik terugkijken: dat ontslagrecht bleek een moeilijk dossier, elders deed de regering wat gedaan moest worden.”

Kijkt u dus tevreden terug op dat eerste jaar Balkenende IV?

„Er zijn momenten dat ik heel tevreden ben en dat ik het niet ben. Ik heb genoten van de Algemene Beschouwingen, die vond ik leuk. Een stevig debat over inhoud, zo hoort het. Al zijn er ook woorden gebruikt waarvan je zegt: dat moet je niet willen.”

U wekt toch de indruk dat u heimwee heeft naar de VVD.

„Dat heeft niets met heimwee te maken. Kijk naar de krantenkoppen uit die tijd; met de VVD ging het lang niet altijd van een leien dakje. Ik ben wel trots dat we onder moeilijke omstandigheden broodnodige hervormingen realiseerden. Mede daardoor kunnen we nu in dit kabinet werken aan een ambitieuze maatschappelijke agenda. Werk maken van duurzaamheid, veiligheid in wijken vergroten, investeren in leraren, knopen doorhakken over mobiliteit. De onderlinge verhoudingen zijn prima. In de Trêveszaal wordt stevig gedebatteerd, maar ook gelachen. En we melden wekelijks concrete resultaten.”

Volgt uw loopbaan niet gewoon de cyclus van uw voorganger Ruud Lubbers? Saneren met de liberalen, uitgeven met de socialisten?

„Daar heb ik eerlijk gezegd nooit over nagedacht. Die tijd was heel anders. Lubbers trad aan met een financieringstekort van 10 procent, ambtenarensalarissen werden met 3 procent gekort. Ik had meer te maken met structuurhervormingen. De zorg moest anders, de WAO aangepakt, de lastendruk lager. Je kan dat niet zomaar vergelijken, elke tijd heeft zijn dynamiek.”

Lukt het u deze rit uit te zitten?

„Ik hoop van wel. Ik geloof dat iedereen behoefte heeft aan een volledige periode, ook partijen in de oppositie. Balkenende I had een heel bijzondere achtergrond, Balkenende III ontstond omdat D66 het kabinet opblies. Maar door de bank genomen waren er wel erg veel verkiezingen de afgelopen jaren.”