Criminele Wallen

Ik geef u een goede raad: bewaar alle Amsterdamse kranten van 17 december. Ik denk niet dat ze in deze cultuur van voortschrijdende digitalisering over een jaar of tien veel geld waard zullen zijn, maar misschien is dat stapeltje vergeeld papier dan een souvenir. Ja, zo dachten we toen, in die sprookjes hebben we geloofd, zult u dan misschien denken. Of: de hemel zij geprezen dat we toen zulke vooruitziende en doortastende bestuurders in de hoofdstad hadden. Ik voorspel niets.

Op 17 december heeft de Amsterdamse wethouder van financiën Lodewijk Asscher zijn grote plan, Coalitieproject 1012, tot sanering van de oude binnenstad bekend gemaakt. De naam is ontleend aan de postcode van het centrum: 1012. We moeten er rekening mee houden dat het een jaar of twintig kan duren voor het voltooid is. Dat klinkt realistisch. Je hebt in ieder geval een plan nodig om aan het werk te kunnen gaan. Aan de andere kant weet je dat het resultaat altijd anders zal zijn dan wat de blauwdrukken beloofden toen de eerste spade in de grond werd gestoken. Een plan is een gebrekkige voorspelling. De uitkomst wordt bepaald door de vasthoudendheid van de uitvoerders en de talloze ‘onvoorziene omstandigheden’. Maar je moet ergens beginnen.

Op 22 november 1994 begon de parlementaire enquêtecommissie onder voorzitterschap van Maarten van Traa met haar onderzoek naar de georganiseerde criminaliteit en de opsporingsmethoden. Op 1 februari 1996 verscheen het verslag in een boek van bijna 500 pagina’s, Inzake opsporing. Ik citeer twee zinnen, afgedrukt op pagina 424, onderaan: „In delen van Amsterdam en Arnhem dreigt de georganiseerde criminaliteit te veel macht in bepaalde wijken te krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor de horeca-sector.” In Amsterdam werd toen besloten, de Walletjes te ‘heroveren’.

Zeker zal de overheid haar best hebben gedaan, maar in de tien jaar daarna is Amsterdam nog wereldberoemder geworden door zijn zich gestaag uitbreidende hoerenbuurt, de sekswinkels, het vrije blowen en de paddo’s. Ieder weekeinde arriveren er vliegtuigladingen jonge Britten en treinen vol Fransen en Italianen die hier niet komen om Van Gogh en Rembrandt te bewonderen, maar om zich te vergapen aan de ‘ramen’ op de Walletjes, bevrijdende paddo’s te eten, zich suf te blowen, en als dat niet lukt, zich in ieder geval een coma te zuipen. Vertelt u mij niets. Ik zie ze iedere zaterdag en zondag vroeg, wankelend over het Thorbeckeplein, liggend op een bank achter het standbeeld van Rembrandt.

Een deel van de Amsterdamse overheid heeft geen bezwaar tegen de seks- en blowattracties. We’re approaching the red light district, zeggen sommige tramconducteurs met een monkelende ondertoon. Deze faciliteit wordt aangeprezen in de reisgidsen. Amsterdam is er als enige stad ter wereld trots op dat het zijn vrouwen te huur zet, heb ik eens geschreven. ‘Seksbazen’ maken er goede sier mee, zijn miljonair geworden, ondanks alles wat de commissie Van Traa aan het licht had gebracht.

Wie toen, zich beroepend op dat rapport, protesteerde, werd weggehoond. Jongen, wat wil je nou! Het oudste beroep ter wereld! We zijn een metropool, toch? Wil je een eind maken aan onze beroemde verdraagzaamheid? Intussen werden de ‘seksbazen’, pooiers, rijker en rijker. Soms werd er een geval van vrouwenhandel ontdekt. In weerwil van wat Van Traa en zijn commissie dringend hadden aanbevolen, vestigde de onderwereld zich steviger in het oude centrum. Wie zich daarvan wil overtuigen, moet een korte wandeling maken, bijvoorbeeld van de Dam via de Oude Hoogstraat en een Walletje terug naar het Damrak. Er zijn ook andere trajecten. Langer dan een half uur hoeft het niet te duren.

Asscher wil er een eind aan maken. Van harte hoop ik dat het hem en zijn opvolgers zal lukken. Twintig jaar zou de sanering moeten duren, honderden miljoenen zou het kosten. Is dat niet wat lang, wat veel? Nee. Alles wat slaagt, negatief of positief, breidt zich uit. Zo hebben we de onderwereld de vrije hand gegeven. Als het nu de wethouder zou lukken, binnen een paar jaar een levensvatbaar bruggenhoofd te vestigen in het centrum van de Walletjes, is er in ieder geval een kans dat zijn operatie over een jaar of twintig als geslaagd kan worden beschouwd.

Maar het gaat niet alleen over de overwinning op het pooierdom, de drugscriminaliteit, de witwasserij en het legioen van handlangers dat daaraan zijn broodwinning dankt. Een jaar of tien, vijftien geleden werd door de overheid ontdekt dat het Damrak in verval was. Patat- en shoarmazaakjes, het seksmuseum, een amusementshal, allemaal volgens de gewone eigentijdse volksbehoeften. Maar een en ander deed wel afbreuk aan de waardigheid van de stadsentree. Daar moest een eind aan komen. Besloten werd tot sanering van het Damrak. De boulevard, die het in wezen is, moest worden omgebouwd tot de Rode Loper. Het profiel van het Damrak werd vernieuwd, er werd nieuw straatmeubilair neergezet. Het werd een mooie allee. Vandaag is er meer goedkope troep gevestigd dan ooit tevoren. Het Damrak wordt dus in Asschers vernieuwingsplan opgenomen. Deze herhaalde vernieuwing laat zien hoe moeilijk het is.